51 manieren om de liefde uit te stellen

Erik Lindner
22,50
Op voorraad
SKU
9789028211094
Besproken in NRC
Bindwijze: Paperback
Voor 23:00 besteld, morgen in huis Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen zonder account
Afbeelding vergroten
Meer informatie
Auteur(s)Erik Lindner
ISBN9789028211094
BindwijzePaperback
Aantal pagina's320
Datum van verschijning20210622
NRC Recensie2 ballen
Breedte131 mm
Hoogte209 mm
Dikte31 mm
NRC boeken recensie

Willen we een affaire, of is het idee ervan al genoeg?

Erik Lindner Een journalist en een visagiste krijgen een hartstochtelijke affaire, die even snel begint als eindigt. Vanaf dan onderzoekt Lindner de vraag of de kunst niet méér van ons kan bevatten dan onze directe aanwezigheid.

Ook mensen die al vijftig jaar getrouwd zijn kunnen mooie woorden voor elkaar over hebben, maar de zuiverste liederen worden in de regel toch gezongen door de onvrijwillige alleenstaanden. Ze zouden het zo graag met A. aanleggen, maar die heeft al iets met B. Of ze hadden vroeger iets met A., maar ze waren zo dom om hem of haar weg te laten glippen. Voor die laatste groep kan de tijd zowel een vriend als een beul zijn: of het ideaalbeeld vervaagt, óf men gaat het gedeelde verleden juist idealiseren – waardoor het gemis alleen maar groter wordt.

Schrijver en dichter Erik Lindner (1968) hing zijn tweede roman 51 manieren om de liefde uit te stellen op aan dit oerthema, door een Nederlandse journalist in San Sebastián als een blok te laten vallen voor de Spaanse Karmele. Ze raken verwikkeld in een kortstondige maar hartstochtelijke affaire, waar een abrupt einde aan komt als de journalist noodgedwongen terug naar Nederland moet. Was het in Spanje al lastig communiceren, met een paar landen ertussen stokt het contact vrijwel volledig. Toenaderingspogingen, al schrijvend of in het echt, komen maar moeizaam van de grond. Houden ze niet eigenlijk, bewust dan wel onbewust, de boot af? Is het echte van toen niet beter af als fictie? Willen we het echte wel van elkaar of hebben we genoeg aan iemands beeld? Je wordt er ook niet jonger op natuurlijk.

Mimetische intimiteit
Karmele heeft het dan ook druk. Ze is een toegewijd, veelgevraagd visagiste die zich met hart en ziel inzet voor allerlei arthouse-films. Het zijn broze projecten waar maar weinig geld voor beschikbaar is en die nog minder in het laatje brengen. De journalist, die de indruk wekt over zeeën van vrije tijd te beschikken en die toch al een film buff was, bekijkt in Nederland trouw de films met Karmele op de aftiteling. Hij wil zien wat zij zag, begrijpen waar ze zich aan verbond. Lindner lijkt het te willen hebben over zoiets als mime- tische intimiteit: de vraag of de kunst die we maken of koesteren niet méér van ons kan bevatten dan onze directe aanwezigheid.

De roman kent een paar krachtige momenten. Zo geloof je dat er in San Sebastián vonken overspringen tussen de twee en zo geloof je dat de twee het ronduit verschrikkelijk hebben als ze elkaar na lange tijd weer ontmoeten in een wanstaltig deel van Keulen. Maar op de interactie tussen deze of tussen andere mensen zet Lindner dus niet in. Het grootste deel van de roman handelt over een jongeman die nadenkt over Karmele, over zichzelf, over film en populaire muziek en over het gezonken liefdesbootje van weleer. Dit resulteert in contemplatieve teksten die af en toe tot nadenken stemmen (bijvoorbeeld over waarom je nooit een spannende actiefilm op een trage veerboot moet kijken), maar die toch ook wel erg vaak uitmonden in bakvisserig gemaal met een egocentrische, pretentieuze ondertoon. Het valt niet goed te begrijpen dat Lindner zijn tobbende held als theoreticus zo hoog aanslaat, want die kan het gewicht van de abstracte ambitie duidelijk niet aan. Dat het in een aardsere, soberder vorm beter was geweest is ook aan de stijl te zien. De kleine, dichtgeknoopte vuilniszakken die de journalist op straat ziet liggen, ‘kijken als babykangoeroes die op de grond zitten voor zich uit’. Zoiets oogt literair, maar de nuchtere conclusie luidt dat vuilniszakken geen ogen hebben.

17-09-2021 Sebastiaan Kort

Back to top