Alles voor niets

Walter Kempowski
22,99
Op voorraad
SKU
9789400405080
Besproken in NRC
Bindwijze: Paperback / softback
Levertijd 1-2 werkdagen Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen zonder account
Afbeelding vergroten
Productomschrijving
Januari 1945. Het is een meedogenloos strenge winter als de Russen de Duitse provincie Oost-Pruisen binnenvallen. Honderdduizenden mensen slaan op de vlucht. Maar op het landgoed Georgenhof dompelt de beeldschone Katharina von Globig zich onder in een droomwereld vol muziek en literatuur. Wanneer de dorpspastoor haar vraagt een onderduiker op te vangen, stemt ze in. De man wordt echter opgepakt, evenals de argeloze Katharina. En terwijl zij wegkwijnt in haar koude cel, slaan haar familieleden op de vlucht. Een aftocht die eindigt in een nachtmerrie.
Meer informatie
Auteur(s)Walter Kempowski
ISBN9789400405080
BindwijzePaperback / softback
Aantal pagina's400
Datum van verschijning20201008
NRC Recensie4 ballen
Breedte136 mm
Hoogte216 mm
Dikte31 mm
NRC boeken recensie

Tot het einde blind voor de ondergang

Walter Kempowski Een van de grootste Duitse taboes was het lot van de Heimatvertriebenen, de Duitsers die aan het einde van de oorlog in het oosten van het Derde Rijk massaal op de vlucht sloegen voor de wraakzucht van de Russen. Walter Kempowski schreef er een roman over.

Soms geeft een roman je een beter inzicht in de Hitlertijd dan menig geschiedenisboek en wint de verbeelding het van de kale feiten. Om te begrijpen hoe gewone Duitsers het Derde Rijk hebben ervaren ben je bij Heinrich Böll, Günter Grass en Martin Walser dan ook aan het goede adres.

Op sommige onderwerpen rustte echter een taboe, omdat ze niet pasten in de naoorlogse Duitse schaamtecultuur. Een van die taboes was tot enkele jaren geleden het lot van de Heimatvertriebenen, de Duitsers die aan het einde van de oorlog in het oosten van het Derde Rijk massaal op de vlucht sloegen voor de wraakzucht van het Rode Leger. Günter Grass doorbrak het in 2002 enigszins met Im Krebsgang, zijn roman over het door de Russen getorpedeerde vluchtelingenschip Wilhelm Gustloff. Maar pas in 2006 verscheen met Walter Kempowski’s Alles umsonst de eerste grote roman over de gruwelijke ervaringen van de 750.000 vluchtende inwoners van Oost-Pruisen.

Met dat boek schreef Kempowski (1929-2007) een jaar voor zijn dood een van zijn beste romans. Maar ondanks de lovende kritieken vond het buiten Duitsland amper weerklank. Dat veranderde toen het in 2018 in het Engels verscheen en The New York Times het tot een van de beste boeken van het jaar uitriep. Daardoor raakte Kempowski ook in Nederland in de belangstelling. Opnieuw, want in de jaren zeventig waren Tadellöser & Wolff en Uns geht’s ja noch gold , zijn weergaloze romans over zijn jeugd in de Hitlertijd, al vertaald.

Zo verscheen afgelopen voorjaar de vertaling van zijn uit 2005 daterende Abgesang ’45 (Zwanenzang 1945), het tiende en laatste deel van zijn ‘collectieve dagboek’ Das Echolot. En sinds kort is er ook een – overigens voortreffelijke – Nederlandse editie van Alles umsonst.

Alles voor niets vertelt het verhaal van een uiteenlopende groep mensen in het fictieve Oost-Pruisische stadje Mitkau aan het einde van de oorlog, wanneer het Rode Leger binnenvalt. Net als in zijn vroege romans bedient Kempowski zich ook nu van een droogkomische en fragmentarische stijl waarmee hij van situatie naar situatie en van personage naar personage springt. Meestal heeft hij voor één zo’n scène slechts een paar alinea’s nodig om iemand genadeloos neer te zetten.

Idyllisch begin
Het boek begint als een roman van Theodor Fontane op een idyllisch landgoed in Oost-Pruisen. Het is begin januari 1945. Buiten vriest het twintig graden. Algauw worden de adellijke bewoners geïntroduceerd. De landheer is afwezig. Hij dient als Wehrmacht-officier in Italië. Zijn mooie jonge vrouw Katharina en hun 12-jarige zoon Peter zijn er wel. En dan is er de huishoudster, het ‘Tantetje’ genaamd. Kempowski zet haar onvergetelijk neer als ‘een ouwelijk vrouwtje, pezig, met een wrat onder haar kin. In haar mouw zat een zakdoek die ze om de haverklap naar haar rode neus bracht. Het was allemaal niet zo gemakkelijk.’

Op het eerste gezicht is er nog niets aan de hand. Peter speelt met zijn microscoop. De wereldvreemde Katharina mijmert in haar boudoir over haar dochtertje Elfie, dat een paar jaar eerder aan roodvonk is gestorven. Ook luistert ze stiekem naar de BBC en vindt ze het nogal erg wat ze daar hoort. Toch lijkt de oorlog aan haar voorbij te gaan, al trekt er een eindeloze stoet vluchtelingen langs haar huis.

Op een avond belt een van hen bij hen aan. Hij heeft een tas vol kostbare postzegels bij zich, wisselgeld voor als het nodig is. Het is het eerste teken dat er storm op komst is. Als hij de volgende dag verdwenen is, dient zich een nieuwe gast aan, een nationalistische violiste die voor de gewonde soldaten in lazaretten optreedt. Zij meldt dat er een stoet tanks Mitkau is binnengereden ter voorbereiding op het Russische offensief. En zo gaat Kempowski nog even door met het introduceren van aankondigers van de ondergang.

De meest opvallende is dr. Wagner, Peters huisleraar aardrijkskunde en geschiedenis, die Katharina aanbidt maar eigenlijk op jonge mannen valt. En dan is er de stugge burgemeester Sarkander, met wie Katharina jaren geleden een verhouding heeft gehad en die misschien wel de vader van Elfie is. Het vermakelijkst is echter de hypocriete wijkoverste Drygalski, een fanatieke nazi met Hitlersnorretje en bruine laarzen. Bij het minste geringste zegt hij ‘Heil Hitler’, waarmee Kempowski zijn streberige gedrag tot in het absurde benadrukt.

Nazi-misdaden
De rancuneuze Drygalski wantrouwt de Von Globigs, omdat de adel volgens hem altijd tegen Hitler is. Als hij ze erbij kan lappen, zal hij niet nalaten dat te doen. Tenslotte heeft zijn lieve zoon niet voor niets op de eerste dag van de oorlog in Polen zijn leven voor de Führer gegeven. En dan is ook zijn vrouw nog ernstig ziek, terwijl de Von Globigs een vrolijk leventje leiden. Bah, weg met die verwende lui!

Het onheil kondigt zich verder aan als Katharina op verzoek van dominee Brahms voor een nacht een vervolgde man in huis opvangt. Zodra ze beseft dat die bezoeker, meneer Hirsch, een Jood is schrikt ze, om meteen daarna te constateren dat hij niet aan het stereotiepe beeld van de nazi-propaganda voldoet en zelfs aardig is, wat haar geruststelt.

nazi’s. Want als meneer Hirsch vertelt over de massamoord op de Joden, lees je: ‘En Katharina hoorde het ongelooflijke nu voor het eerst tot in de kleinste details. Ze wist niets van acties, van mensen die opgehaald werden en van transporten. Of toch?’ Ineens herinnert ze zich namelijk dat haar man haar over die verschrikkingen heeft verteld, maar dat ze dat ‘in godsnaam voor zich moest houden’.

Op die manier pelt Kempowski schil na schil van haar onderbewustzijn af en laat hij zien hoe iemand uit schaamte voor zijn medeweten de waarheid blijft ontkennen om zijn fouten niet te hoeven toegeven.

De Russen komen
Als het Russische offensief eindelijk losbarst, komt uit dat Katharina een Jood heeft geholpen en belandt ze, net als de dominee, in de cel. Ineens is ze niemand meer, al dringt dat amper tot haar door.

Alle anderen slaan nu op de vlucht naar het westen, waar de Amerikanen zijn. Nu ze zich bewust zijn van het gevaar, is het ineens ieder voor zich en maakt solidariteit plaats voor anarchie.

Kempowski beschrijft dat drama, waarbij zijn meeste personages omkomen, afstandelijk en op lichte toon, alsof het laatste gericht eigenlijk niemand wat doet. Soms voegt hij ter versterking van die luchtige houding zelfs teksten van schlagers in. En juist daardoor wordt zijn verhaal alleen maar indringender en waarachtiger. Ook is er bizarre humor. Zoals wanneer Peter en dr. Wagner tijdens hun vlucht in een jeugdherberg belanden waar Felicitas, de hartsvriendin van Katharina, een kind baart: ‘Het was Felicitas, en een half uur later waren vrouw en kind dood. „Die was toch altijd zo grappig,” zei Peter. „Ja,” antwoordde de leraar, „de dood neemt iedereen zoals hij is.”’

Met die dialoog lijkt Kempowski ieders leed te willen verzachten en tegelijkertijd het ‘Heil Hitler’ te vervangen door ‘Hitler, wat heb je ons aangedaan’.

2020-01-08 Michel Krielaars

Bestanden bij dit product
Inkijkexemplaar.pdf (649.78 kB)
Back to top