Antisemitisme

Hannah Arendt
29,90
Op voorraad
SKU
9789024432530
Besproken in NRC
Bindwijze: Paperback
Levertijd 1-2 werkdagen Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen ook zonder account
Afbeelding vergroten
Productomschrijving
Hannah Arendt beschrijft de opkomst van het antisemitisme in Centraal- en West-Europa in de late negentiende en vroege twintigste eeuw, en onderzoekt hoe deze ideologie kon leiden tot de grootste gruwelijkheden uit de twintigste eeuw. Antisemitisme is het eerste boek van een driedelige studie naar de filosofische oorsprong van het totalitarisme. Dit hoofdwerk van Hannah Arendt heeft een beslissende invloed gehad op het denken over totalitaire regimes en op ons filosofische en politieke begrip van de terreur van de Holocaust. Met de opmars van autoritaire leiders en groeiende sentimenten van nationalisme en antisemitisme in onze tijd biedt Arendts werk niet alleen een historische analyse, maar vooral ook een waarschuwing voor de toekomst. ‘De politieke ontwikkelingen in de twintigste eeuw hebben het joodse volk in het centrum gebracht van een storm van gebeurtenissen: de joodse kwestie en het antisemitisme, in termen van de wereldpolitiek betrekkelijk onbelangrijke verschijnselen, werden eerst katalysatoren van de opkomst van het nazisme en de totstandkoming van het Derde Rijk, vervolgens van een wereldoorlog met een weergaloze wreedheid en ten slotte van het ontstaan van de ongehoorde misdaad van genocide in het hart van de westerse beschaving. Dit boek is een poging om te begrijpen wat op het eerste en zelfs op het tweede gezicht gewoonweg verbijsterend leek.’ Fragment uit het voorwoord ‘Het lezen van Antisemitisme en de erop volgende delen van The Origins of Totalitarianism is een avontuur dat ons door de onverschrokkenheid van onze reisleidster loswrikt uit het comfort van vanzelfsprekende denkwijzen en perspectieven opent die eerder ondenkbaar leken. Arendt spreekt via het denken de verbeelding aan, wat ruimte biedt om op nieuwe, veelvoudige manieren naar het verleden en de toekomst te kijken. Zo opent ze het zicht op de vele nieuwe wegen die we in het heden, dat ertussen ligt, kunnen bewandelen. Daar zitten vast ook wegen tussen die emancipatie en assimilatie in een nieuw begin laten eindigen. Want als er één wezen is waarvan we steeds weer een nieuw en misschien beter begin mogen verwachten, dan is dat volgens Hannah Arendt de mens.’ Fragment uit het nawoord door Marli Huijer
Meer informatie
Auteur(s)Hannah Arendt
ISBN9789024432530
BindwijzePaperback
Aantal pagina's280
Publicatie datum20210902
NRC Recensie4 ballen
Breedte141 mm
Hoogte219 mm
Dikte27 mm
NRC boeken recensie

Jodenhaat als gevolg van de natiestaat?

Filosofie Vlak na de Tweede Wereldoorlog wilde Hannah Arendt in drie boekdelen het totalitarisme begrijpen en tegelijk bestrijden. Het eerste deel, Antisemitisme, is nu in het Nederlands verschenen.

Het valt nog niet mee om vat te krijgen op Hannah Arendts studie Antisemitism, die onlangs voor het eerst in vertaling is uitgegeven. Niet zo gek, want het gaat hier om het eerste deel van The Origins of Totalitarianism, waarmee zij in 1951 op slag beroemd werd. Om de delen beter te kunnen begrijpen moet je het geheel kennen. Inderdaad, in het tweede en nog onvertaalde deel (Imperialism) gaat de filosofe uitgebreid in op de ‘pan-bewegingen’ (pangermanisme, panslavisme), waarin het antisemitisme een cruciale rol speelde, evenals op het racisme dat door zo veel antisemieten werd omarmd. Toch blijven er ook dan nog raadsels, bijvoorbeeld als je probeert deze beide eerste delen te verbinden met het al in 2005 vertaalde derde deel Totalitarisme. Tot het totalitarisme rekent Arendt Hitlers nationaal-socialisme én het stalinisme, maar behoren antisemitisme en imperialisme ook tot de ‘oorsprongen’ van het stalinisme? Stalins ideologische voorvader Marx, die met zijn artikel ‘Zur Judenfrage’ (1843) een onmiskenbaar anti-Joodse tekst schreef, wordt in Antisemitisme zelfs uitdrukkelijk van antisemitisme vrijgepleit.

Naderhand had Arendt spijt van die ‘oorsprongen’ in de titel, want dat wekte de suggestie van geschiedschrijving en een traditionele geschiedenis van het totalitarisme mocht haar boek nu juist niet worden. Wat dan wel? In een antwoord aan haar criticus Eric Voegelin schreef Arendt dat haar boek ‘een historisch verslag (account) geeft van de elementen die zijn uitgekristalliseerd in het totalitarisme’. Dat was iets anders dan geschiedschrijving met haar chronologische orde en schijnbare causaliteit, waarin volgens Arendt altijd een element van rechtvaardiging zat. Het totalitarisme rechtvaardigen was wel het laatste wat zij beoogde. Zij wilde het begrijpen en tegelijk bestrijden. Ziedaar de uitdaging waarvoor Arendt zich gesteld zag, toen zij vlak na de Tweede Wereldoorlog aan haar grote studie begon.

De oplossing vind je in het derde deel, waar Arendt het totalitarisme presenteert als de tot politiek systeem gemaakte absurditeit, een ‘radicaal kwaad’, waarop alle traditionele begrippen en categorieën stuklopen. Ook om die reden kon van normale geschiedschrijving geen sprake zijn: het totalitarisme was iets volkomen nieuws, even ongehoord als verbijsterend. Vooral dat laatste zal gewicht in de schaal hebben gelegd. Arendt schreef haar boek terwijl de eerste verslagen en studies over de concentratiekampen het licht zagen, en de verbijstering (en ontzetting) over hun inhoud is in deel drie voelbaar op bijna elke bladzijde. De concentratiekampen worden door haar uitgeroepen tot de ‘laboratoria’ van het totalitarisme, de plekken waar de nieuwe, meedogenloze mens werd gefabriceerd en de ‘overbodige’ mensen werden opgeruimd. Wat het totalitarisme ten diepste was, onthulden de kampen: een redeloze ontketening van geweld, mogelijk gemaakt door een massamaatschappij die alle traditionele bindingen had losgelaten en zo de prooi was geworden van gewetenloze machtspolitici en hun fatale mix van terreur en ideologie.

Antisemitisme
Hoe past het antisemitisme hierin? Vreemd genoeg komt er in Antisemitisme op deze vraag geen helder antwoord. Of het moet haar opmerking zijn dat het antisemitisme na de Belle Epoque, toen de assimilatie van de Joden hand over hand toenam, ten prooi was gevallen aan ‘de willekeur van charlatans en malloten’ die er de ideologie van maakten van ‘alle gefrustreerde en rancuneuze elementen’. Sindsdien viel er dus niet veel meer te begrijpen. Voordien kennelijk wel, ook al ziet Arendt niets in de klassieke zondebok-theorie of in de notie van een ‘eeuwig antisemitisme’. Tussen de oude religieuze Jodenhaat en het moderne antisemitisme maakt zij – al dan niet terecht – een principieel onderscheid.

Het moderne antisemitisme wil zij begrijpen in relatie tot de natiestaat. De Joden hadden bij het ontstaan daarvan een niet onbelangrijke rol gespeeld: eerst als ‘hofjoden’, dienstbaar aan de absolute vorsten in ruil voor bepaalde privileges, en vervolgens als de laatste ‘internationale’ elementen (Joodse families, zoals de Rothschilds, woonden soms in verschillende landen), onmisbaar als intermediairs bij het machtsevenwicht tussen de naties.

In de 19de eeuw kwam daar de emancipatie bij. Joden kregen gelijke politieke rechten, maar dat wilde niet zeggen dat alle sociale discriminatie verdween, terwijl het verval van de natiestaat (waarmee Arendt het verdwijnen van het streven naar machtsevenwicht bedoelt) de Joodse elite van haar ‘internationale’ belang beroofde.

Het merendeel van de tekst besteedt Arendt aan de analyse van dit complexe spanningsveld, dat zowel anti- als filosemitisme uitlokte. Opvallend is dat zij de Joden zelf daarbij niet ontziet. Zij zouden medeverantwoordelijk zijn geweest voor de haat die hun ten deel viel, bijvoorbeeld door zich te blijven presenteren als ‘uitverkoren’ volk. Helemaal bont maakte Benjamin Disraeli het. Voordat hij premier van Engeland werd, bedacht hij in een van zijn romans een geheime Joodse wereldmacht die achter de schermen opereerde – antisemieten hadden het niet beter kunnen verzinnen. Maar Disraeli kan bij Arendt geen kwaad doen, net zomin als Proust wiens analyses van de troebele mondaine fascinatie voor Jodendom en homoseksualiteit in À la recherche du temps perdu uitvoerig door haar worden besproken. Een opmaat voor het laatste hoofdstuk, dat geheel is gewijd aan de Dreyfus-affaire, toen de vraag of de Joodse legerkapitein Dreyfus terecht was beschuldigd van hoogverraad of niet, de Franse samenleving van het fin-de-siècle bijna in tweeën spleet.

De lezer die allengs een beetje de weg kwijtraakt, kan op begrip rekenen bij filosofe Marli Huijer. In haar nawoord schrijft zij dat Arendt het die lezer ook niet makkelijk heeft gemaakt. Zeg dat wel. En waarom zoveel aandacht voor de Dreyfus-affaire? Arendt schrijft nota bene dat het Franse antisemitisme (medeverantwoordelijk voor de veroordeling van de onschuldige kapitein Dreyfus) ‘geen enkele invloed op de vorming van het nazisme’ had gehad. Tegelijkertijd noemt zij de Dreyfus-affaire de ‘grote generale repetitie’ van wat de 20ste eeuw te zien zou geven.

Minder slachtoffers
Met dat laatste moet ik instemmen, ook al kostte de Dreyfus-affaire onvergelijkbaar veel minder slachtoffers. Daarbij komt dat Arendt hier mooi haar ideale defensie tegen het 19de-eeuwse antisemitisme kan demonstreren, te weten het ‘strenge Jacobijnse begrip van de natie die is gebaseerd op mensenrechten’. Een principieel politieke reactie, iets waarin de Joden volgens haar hopeloos tekort waren geschoten. Zij hadden zich sterk moeten maken voor het politieke recht op een eigen, afwijkende identiteit, in plaats van zich aan te passen, weg te cijferen of (als ‘uitverkoren volk’) in de hoogte te steken. Het pleidooi voor de politiek als enig zinnig verweer tegen de gevaren van het totalitarisme is niet toevallig een van Arendts hoofdthema’s.

In dit pleidooi schuilt het verzet dat Arendt (die zichzelf allereerst als politiek denker beschouwde) in de gewone geschiedschrijving te zeer vond ontbreken. Aan de andere kant vergroot dit verzet de onevenwichtigheid van haar boek: begrijpen en bestrijden gaan nu eenmaal moeilijk samen, getuige de verbazingwekkend geringe aandacht voor de vele antisemitische scribenten en hun ideeën. Iets daarvan wordt goedgemaakt in het tweede deel, dat alleen al daarom een spoedige vertaling verdient. Maar dat verdient het ook nog om een andere reden. Het is namelijk vooral als geheel dat The Origins of Totalitarianism ondanks alle tekortkomingen zo’n formidabele prestatie blijft, te meer als je bedenkt dat Hannah Arendt zich als een der eersten aan dit lastige onderwerp waagde, zonder nog te kunnen beschikken over de talloze detailstudies die met hun overstelpende feitenmateriaal tegenwoordig voor weer heel andere complicaties zorgen.

14-02-2022 Arnold Heumakers

Bestanden bij dit product
Inkijkexemplaar.pdf (43.47 kB)
Back to top