Apostelkind

Renske Doorenspleet
22,99
Op voorraad
SKU
9789463820936
Besproken in NRC
Bindwijze: Paperback / softback
Levertijd 1-2 werkdagen Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen zonder account
Afbeelding vergroten
Productomschrijving
Tussen 1946 en 2001 groeiden duizenden Nederlandse kinderen op in een verborgen, parallelle wereld. Ze vormden een gesloten gemeenschap met zo’n 30.000 ooms en tantes, broeders en zusters, en één Vader die volledige overgave eiste: de Apostel. De groep had dagelijkse bijeenkomsten, een eigen taalgebruik, een intensief jeugdprogramma, een bijzondere levenstaak, aparte regels en rituelen. Overdag functioneerden de kinderen in het zichtbare leven in Nederland. ’s Avonds en tijdens de weekenden leefden ze in een voor buitenstaanders onzichtbaar universum. Renske Doorenspleet werd geboren in het Apostolisch Genootschap. Na haar uittreding in 1998 wil ze nog maar één ding: haar eigen weg gaan. Maar ze heeft haar jeugd nooit kunnen loslaten. In Apostelkind probeert ze te begrijpen wat haar is overkomen en welke ingrijpende gevolgen dat voor haar en anderen heeft gehad. Ze begint een zoektocht naar de geschiedenis en denkbeelden van de groep en verweeft archiefmateriaal en herinneringen tot een ontluisterend beeld van een gewoon – en tegelijkertijd ongewoon – Nederlands kind in de jaren zeventig en tachtig. Ook laat ze zien hoe deze beweging binnen onze democratie ongemoeid heeft kunnen voortbestaan. Het resultaat is een adembenemend boek over interne dwang en machtsrelaties, de desinteresse van de buitenwereld, maar ook over de kracht van onbevangen nieuwsgierigheid en hechte vriendschap. Een ongekend verhaal.
Meer informatie
Auteur(s)Renske Doorenspleet
ISBN9789463820936
BindwijzePaperback / softback
Aantal pagina's320
Datum van verschijning20200407
NRC Recensie3 ballen
Breedte135 mm
Hoogte215 mm
Dikte32 mm
NRC boeken recensie

Religie Als kind leerde Renske Doorenspleet zich totaal over te geven aan ‘Oom Apostel’. Daar is ze achteraf boos over. Tegelijk loopt ze over van begrip. Apostelkind is het boek over die worsteling.

Duizenden kinderen die opgroeiden in het Apostolisch Genootschap kenden het nummerbord van hun leider uit het hoofd. De cijfers, 8017, vrolijkten hen op, zo zongen ze in een apostolisch koorlied, want die cijfers brachten hen dichter bij ‘Oom Apostel’. Ofwel: de ‘Christus van het heden’.

Renske Doorenspleet (1973), die opgroeide in het genootschap, vond het een stom lied. Toch liet ze het wel uit haar hoofd dat te zeggen. De dominante cultuur, nee, de opdracht binnen het genootschap was om blij en optimistisch te zijn. Altijd. Alles was fijn. Voelde iets niet zo, dan moest je ‘diep naar binnen kijken, in jezelf, en net zo lang aan jezelf werken totdat je ontzag kreeg voor de Mannen Gods en ons genootschap.’

Geen misverstand, ook Doorenspleet hield zielsveel van haar apostel, de Heiland der Mensheid, de Gezalfde Gods, het stralende Middelpunt van het Algebeuren – de hoofdletters horen erbij. Iedere avond richtte ze haar gebeden niet tot God of Jezus, maar tot hem, Lambertus Slok, een kalende man van middelbare leeftijd die ook in Bussum woonde, iets verderop in een grote villa. Zijn portret stond op haar nachtkastje naast een zeemeermin met oranje haren. Hij had een wrat op zijn voorhoofd. ‘Hij lacht lief naar me. Dat doet hij altijd’.

Apostolischen geloofden dat God met Slok mens was geworden. Dat maakte hun gemeenschap, zo’n dertigduizend leden, tot Godsvolk. De verantwoordelijkheid was immens. In bescheidenheid en stilte werkten ze aan Diens koninkrijk. Ofwel: een betere wereld. Met hoop, geloof en liefde. Veel liefde.

Eénentwintig jaar na haar vertrek uit het genootschap beschrijft Doorenspleet hoe dwingend en intens het genootschapsleven was. Hoe verplicht die liefde. Het was een leven van koren, kringen en diensten, ook voor de volwassenen, alle vrije tijd ging eraan op. Achteraf verbaast de politicologe zich erover hoe redelijke mensen met serieuze posities in de samenleving zich lieten meevoeren in een leiderschapscultus rond een man wiens opvattingen, megalomanie en eis tot gehoorzaamheid steeds verder afdreven van de tijdgeest uit haar jeugd – de jaren zeventig.

Ze heeft wel een antwoord: mensen blijken bereid veel van hun leider te accepteren om de groep te behouden. Mensen als haar ouders, concludeert ze, vreesden een levensdoel en kameraadschap te missen zonder hun ‘tweede wereld’, een soort parallel universum met eigen regels, rituelen, woorden, omgangsvormen en zelfs eigen kledingvoorschriften.

Haar eigen begrip zit Doorenspleet regelmatig dwars. Dan kruipt de boosheid door haar vergevingsgezindheid. In die passages noemt ze zichzelf een ‘cultkind’ en vraagt ze zich af waarom de buitenwereld niet meer interesse in het genootschap heeft gesteld. Waarom trok niemand aan de bel, op een enkele Panorama-journalist na? Dan maakt ze vergelijkingen met sekteleiders als David Koresh en Jim Jones, om direct te erkennen dat de apostolischen anders waren: ‘De groep was vol mooie verhalen en goed fatsoen.’ Een groep die conflict mijden tot kunst verheft, geeft geen aanstoot.

Goed, Slok was antidemocratisch (‘Blijft U met Uw handen van het stuur af, anders zet ik U de wagen uit’), hij leerde zijn volgelingen dat ze zijn eigendom waren (‘Eigendom-Gods’) en dat vrijheid leidde tot isolement, egoïsme en eenzaamheid. Maar hij misdroeg zich niet. Hij zette zijn volgelingen aan tot indrukwekkende ‘zielsaanbiedingen’ (apostolisch voor financiële giften), maar hij vergreep zich niet aan hen en hij riep ze zeker niet op tot zelfmoord. De grootste zonde die Doorenspleet hem weet aan te wrijven is dat hij mensen ten overstaan van de groep soms de les las.

Dat zijn niet de daden waarmee een sekteleider publieke verontwaardiging oogst. Doorenspleet weet dat. Apostelkind leest daarom ook als het verslag van een worsteling. Hoe te oordelen over haar jeugd, over het genootschap en over haar ouders die haar dit aandeden? Het zijn vragen die haar regelmatig naar haar eigen leven voeren, nu. Dat zijn de zwakste passages van het boek, vol wandelingen, kopjes thee en een telefoontje naar zus of zo.

Gelukkig volgen daarop altijd weer scherpe observaties en fascinerende herinneringen. Zoals de wijze waarop apostolischen groeten als ze elkaar tegenkwamen buiten ‘het Gebouw’ (met een klein knikje) en daarbinnen. Daar keken ze elkaar diep in de ogen terwijl ze een stevige handdruk gaven ‘vergezeld van een standaardgroet, op zangerige toon uitgesproken met een zweem van betrokkenheid en bezorgdheid: „Wat fijn u weer te zien. U bent hartelijk welkom.”’ Doorenspleets woede is tweeëntwintig jaar later soms goed te begrijpen.

Bestanden bij dit product
Inkijkexemplaar.pdf (117.78 kB)
Back to top