Black overlay

Telefonisch bestellen

Graag telefonisch producten bestellen?

088 - 572 05 72 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice

Wilt u contact met onze klantenservice?

088 - 572 02 02 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice@nrcwebwinkel.nl

Huub Beurskens, Huub Beurskens : Wachten op een vriend (door Janet Luis)

3
Kijk uit voor wellustige dames en vaderschap
Janet Luis

Kijk uit voor wellustige dames en vaderschap | 1 mei 2015

In de jaren zestig bezocht politicus Henk Krol een katholieke middelbare school in Venlo, het Sint Thomas College. Op internet trof ik een documentaire aan die gewijd is aan dit college. Voormalig ‘Thomaat’ Krol sprak in 1991 de wens uit dat er ooit nog een keer een boek zou verschijnen over de school, met foto’s van vroeger. Zijn wens is 24 jaar later in vervulling gegaan, zou je kunnen zeggen, al ontbreken de plaatjes. Huub Beurskens, een jaar- en klasgenoot van Krol, haalt in Wachten op een vriend enige herinneringen op aan de cour, de hoge, betegelde gangen, ‘de opgezette moervos op de microscopenkast’ en aan pater Warner, een ‘schijnheilige schoft’ die al snel zijn ‘capuce over de haag’ smeet om er met een mooi meisje vandoor te gaan.

Of Beurskens hier een waarheidsgetrouw beeld geeft van de school die Krol en hij bezochten, weet ik natuurlijk niet. De naam van de school wordt niet genoemd, maar Krol komt wel een paar keer onder zijn eigen naam in de roman voor. Hij verliet de school in de vierde klas, twee jaar voor het eindexamen, om onopgehelderde redenen. ‘Hij is nu actief in een landelijke pensionado-partij’, lezen we.

Krol is maar een zijdelingse figuur in de roman en dus niet de vriend uit de titel op wie wordt gewacht, maar het is opmerkelijk dat Beurskens, een man van de vorm en niet van de bekentenis, zo’n herkenbaar gegeven in zijn roman verwerkte. Zo is het ook opmerkelijk dat Beurskens een paar keer verwijst naar de actualiteit: naar een zelfmoordaanslag in Afghanistan, naar bloedig neergeslagen protestdemonstraties in Syrië en Egypte en naar de onthoofdingen van westerlingen door IS.

Er zijn twee werelden, zo lijkt hij steeds weer te willen zeggen. Er is de zompige wereld van de politiek, de onderdrukte vrijheid van meningsuiting en het alomtegenwoordige geweld. En er is de wereld van de geest waarin men, gezeten onder een rustiek boompje, ver weg van Syrië en Egypte, kan peinzen over de dingen die zijn geweest en nog gaan komen.

Wachten op een vriend zit vooral tussen de oren, net als alle voorgaande romans van Beurskens. Er is veel geknipoog naar schrijvers en dichters als Kafka, Kavafis, Nabokov en Shakespeare en ook naar Beurskens zelf. Maar vooral is hij hier, de titel zegt het al een beetje, schatplichtig aan Samuel Beckett. Net als Wachten op Godot (1952) is Wachten op een vriend een intrigerend tweeluik. In het eerste deel maken we kennis met de 62-jarige Hendrik, die na zijn vervroegd pensioen op een Grieks eiland is gaan wonen. Daar maakt hij lange wandelingen, neemt hij ‘flauw aalbessenrood gekleurde’ luchten waar, en denkt hij na over vroeger: over zijn schoolvriend Lerrie die hij al ruim veertig jaar niet meer heeft gezien en over juffrouw Stella, aan wie hij als eersteklassertje hopeloos zijn hart verpandde en die hij nooit meer uit zijn hoofd kon zetten.

In het tweede deel leren we de eveneens 62-jarige Lerrie kennen, die haakt naar een nieuwe kennismaking met Hendrik. Hij woont in een huisje aan de andere kant van het Griekse eiland. Hij denkt vooral terug aan Lona, zijn eerste liefde, een ongeveer zes jaar oudere, en dus onbereikbare bakkersdochter. Wat de twee heren verbindt is het zwelgen in hoofse liefde en het najagen van zuivere vriendschap.

Wachten op een vriend is een vermakelijke, puntig geformuleerde en bij vlagen ook nogal avontuurlijke knapenroman – compleet met aanranding, brandstichting, verhanging en wurging. Beurskens laat listig in het midden of de twee vrienden elkaar nu wel of niet ontmoeten op het Griekse eiland en hij weet zijn lezers ervan te overtuigen dat dat er ook eigenlijk helemaal niet toe doet. Ondanks de vele woeste taferelen is de ondertoon hier en daar wat roomsig en benepen. Uit het dubbelverhaal rijst een diepe angst en afkeer op voor wellustige vrouwen en voor het vaderschap.

De twee mannen eindigen allebei alleen, tevreden mijmerend over ware liefde en vriendschap, die kennelijk heel goed zonder vervulling kan. Springen kan altijd nog, denken deze navelstaarders ieder voor zich, en die gedachte is zo bevrijdend dat ze vanzelf weer zin krijgen in een nieuwe dag vol gloedvol gewacht.

Wachten op een vriend

 17,50