Black overlay

Telefonisch bestellen

Graag telefonisch producten bestellen?

088 - 572 05 72 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice

Wilt u contact met onze klantenservice?

088 - 572 02 02 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice@nrcwebwinkel.nl

Co Woudsma : Hoogste zomer (door Arie van den Berg)

4
Voor koelte moet je naar de supermarkt
Arie van den Berg

Voor koelte moet je naar de supermarkt | 21 nov. 2017

In elke schoolklas zit er wel eentje. Het dromerige kind, dat niet of traag op de omgeving reageert en dat, als het al het woord neemt, talmend formuleert. In de vaderlandse poëziewereld is Co Woudsma zo’n zonderling. Waar menig dichter naar de camera lonkt, blijft hij schuchter buiten beeld.

Toch is Woudsma een dichter die aandacht verdient. Een echt talmende formulering valt hem ook niet te verwijten. Eerder publiceerde hij twee interessante dichtbundels: Viewmaster (1997) en Geluksinstructies (2005). En tien jaar later is daar nu Hoogste zomer. Ook daarin beziet hij het leven weer vanuit de marge, met een heldere, maar vooral ook vervreemdende blik. ‘Sotto voce’, want Woudsma is een behoedzaam dichter. Een minimalist ook. Als hij met potlood zou schrijven belandde er meer grafiet in de puntenslijper dan op het papier. Maar waar zijn stift het papier treft, is het doorgaans raak.

Opvallend is het gebrek aan maskers. Woudsma toont zich zoals hij is, voorzichtig, maar volstrekt openhartig. Breekbaar soms, zoals in ‘Schemertijd’:

Graag zou ik eens naar binnen willen

als de lampen branden

in een gewone flat.

Het broertje en zusje zeg ik kalm gedag.

Dan ben ik niet alleen een collectant

maar maak [of: leef?] het leven mee.

Ik zal me goed gedragen

en afscheid nemen na een kopje thee.

Co Woudsma woont in Weesp, en dat stadje is ook vaak het decor van zijn poëzie. Een desolaat decor, want ‘Hier krult het prikkeldraad / en klinkt het carillon, / voorgevels zitten aan de achterkant, / bloemen in potten bieden hun troost aan’. Als in deze omgeving plotseling een stoet scholieren opduikt, verzucht de dichter: ‘Kinderen, hoe lang moeten ze nog leven?’

Nee, dit is geen vrolijke poëzie. In het titelgedicht van de bundel, ‘Hoogste zomer’ dus, schuilt de koelte ‘in supermarkten / en in afstandelijke wezens’. Wanneer de dichter op ‘Expeditie’ gaat, is dat een tochtje naar de flatwijk buiten het centrum van zijn woonplaats. Zijn beschrijving van dat uitstapje eindigt opnieuw in een verzuchting: ‘Ik vraag me af waarom je elke dag sirenes hoort / en of een ander niet mijn leven leiden kan.’

In Geluksinstructies gaf Woudsma een simpel recept voor fortuinlijk welbehagen. Geluk, stelde hij, bereik je onder meer door Saroma met bananensmaak te bereiden. Ook in zijn nieuwe bundel zoekt hij laconieke oplossingen voor het menselijk tekort. Een mooi voorbeeld biedt het gedicht ‘Ander leven’. Daarin uit Woudsma de wens een Franse reclame te zijn, ‘geschilderd op een muur / van een huis dat in zijn eentje / tussen een snelweg en een rotswand staat.’ Want o ‘Zoals de auto’s langs mij zouden rijden / en de mensen even zouden kijken’.

Van deze levenshouding biedt Hoogste zomer voorbeelden te over. Net als in de vorige bundels spelen dieren daarbij een metaforische rol. Zijn bekommernis met de fauna uitte de dichter ook in samenwerking met de filosoof Klaas Rozemond en de tekenaar Jet Nijkamp. Gedrieën publiceerden ze Filosofie voor de zwijnen. Over het geluk van dier en mens (2004) en Het aardse leven (2009). In die publicaties staan verschillende verzen van Woudsma, maar ook voor andere doelen schreef hij gedichten. Een juweeltje uit die productie is ‘De bevers’, een vers dat hij maakte in opdracht van het Biesboschcentrum Dordrecht.

Ons leven is een knagen.

Bomen horen niet te staan,

met onbereikbaar hoge toppen,

wij zien ze liever liggen:

bouwstof van ons bont

en onze burchten.

Wat is het goed

naar huis te duiken,

ons in de natte kamer

te fatsoeneren,

in de droge kamer

op het snipperbed te rusten.

Maar niet te lang.

Er staan nog

ongebruikte bomen.

Weer die laconieke toon, maar dit gedicht is taalvaardig in stelling gebracht. In de eerste regel al getuigt het onbepaalde lidwoord (of is het een telwoord?) voor het werkwoord ‘knagen’ van doelgericht vakmanschap. Hier staat geen woord te veel, en ieder woord is raak.

Ritmisch lijkt er weinig te beleven in de poëzie van Woudsma. De regels zijn welgeteld, maar met weinig nadruk. Totdat er ineens zo’n vers als ‘Alchemie’ in beeld komt. In de zeven disticha daarvan klinkt een stuwende melodie, die ritueel bekrachtigd wordt in de solitaire slotregel: ‘Wacht op wat er gaat gebeuren.’

Voor wie de diepte van eenvoud wil zien, valt er veel te beleven in Hoogste zomer. Ergens verbergt zich het geheim, stelt Woudsma in het gedicht ‘X’. Misschien wel in een golfbal. Maar ‘(Welke golfbal zou het zijn?)’

Hoogste zomer

 18,90