Black overlay

Telefonisch bestellen

Graag telefonisch producten bestellen?

088 - 572 05 72 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice

Wilt u contact met onze klantenservice?

088 - 572 02 02 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice@nrcwebwinkel.nl

Simone de Beauvoir : De tweede sekse (door Floor Rusman)

4
Mijn eigen leven als een De Beauvoir-experiment
Floor Rusman

Mijn eigen leven als een De Beauvoir-experiment | 12 feb. 2016

In 1949 beschreef Simone de Beauvoir een wereld waarin mannen en vrouwen gelijken zouden zijn. In die wereld worden vrouwen als mannen opgevoed, wat een ‘innerlijke verandering’ bij de vrouw moet bewerkstelligen. De vrouw wordt immers ‘niet bepaald door haar hormonen en al evenmin door mysterieuze instincten, maar door de manier waarop zij als uitkomst van een historisch bewustzijnsproces haar lichaam en haar relatie tot de wereld begrijpt.’

Mijn leven tot dusver zou je kunnen zien als een De Beauvoir-experiment, aangezien ik me al sinds mijn geboorte in de meest vrouwvriendelijke, geëmancipeerde microkosmos ter wereld bevind.

Ik groeide op met een fulltime werkende moeder die niet van koken hield. Als mijn vader – die uitstekende maaltijden serveerde – niet thuis was, haalde mijn moeder eten bij de Chinees, want ze had het druk. Mijn middelbare school had een rectrix en in mijn klas lagen de meisjes voor op de jongens: ze haalden betere cijfers, waren eerder volwassen. Op de faculteit geesteswetenschappen waren de vrouwen in de meerderheid en velen verkleedden zich als intellectuelen, met die androgyne kledingstijl van te grote trenchcoats en brogues. Mijn studentenvereniging bestond ook voor een groot deel uit vrouwen en de mannelijke leden waren kunstzinnige types die er geen moeite mee hadden uitgebreide gesprekken te voeren over hun gevoelens.

Kortom, van stereotiepe rolverdelingen merkte ik niets. En toen ik de arbeidsmarkt betrad, waar het glazen plafond en mannen van middelbare leeftijd me de weg zouden versperren, belandde ik bij een krant met twee vrouwen in de hoofdredactie. Weer geen kennismaking met seksisme.

Geslaagd

De innerlijke verandering van De Beauvoir was in mijn geval geslaagd, nooit dacht ik erover na dat mijn sekse me zou onderscheiden van mijn mannelijke vrienden. Ik begreep dus ook niet waarom mensen zich nog feminist noemden. Waarom zou je je identificeren met iemand omdat ze een vrouw is (iets waarvoor ze niet gekozen heeft) in plaats van omdat ze van dezelfde muziek houdt? Waarom zou je generalisaties maken over wat mannelijk en vrouwelijk is? Ik kende genoeg hoogsensitieve mannen en seksbeluste vrouwen om vol te houden dat sekse niet meer bepaalt wie we zijn.

Maar toen raakte ik in gesprek met vriendinnen van wie sommigen zich feminist noemen. De kwestie: een van hen was door een mannelijke collega aangesproken met ‘dame’. Denigrerend! Ik vond dat ze problemen zocht waar ze niet waren, maar toen bleek hoe bepalend onze achtergrond was. Drie van de tafelgenoten kwamen uit een (orthodox) christelijk gezin, met niet-werkende moeders die de achternaam van hun echtgenoot hadden aangenomen. Voor deze vriendinnen was de man een vanzelfsprekende dominante factor, terwijl mijn beeld van de man was samengesteld uit mijn kokende vader, gevoelige studiegenoten en vriendelijke collega’s.

Mijn zo vanzelfsprekende wereld is niet de regel maar de uitzondering, besefte ik. Ik kan wel doen alsof sekseverschillen irrelevant zijn, maar voor veel vrouwen – bijvoorbeeld uit religieuze gemeenschappen – geldt dat niet. Voor mijn moeder gold het niet eens. Zij ging tegen de wil van haar ouders studeren. Haar oudere broers en zussen kregen huwelijken met traditionele rolverdelingen. Mijn generatie, en dan alleen het progressieve deel ervan, is de eerste die de gelijkheid geniet die De Beauvoir beschreef.

En zelfs dat klopt niet helemaal. Er begonnen me na het gesprek dingen op te vallen in mijn eigen microkosmos, de wereld die zogenaamd de sekseverschillen voorbij is. Mannen die vrouwen niet serieus nemen, of die ze in een discussie uitschakelen door denigrerende woordjes (‘pop’, ‘schat’) te gebruiken of over hun uiterlijk te beginnen. Slimme vrouwen, die in hun carrière worden voorbijgestreefd door minder slimme mannen.

Dit is een overgangsfase. Als wij de eerste generatie zijn die in het De Beauvoir-experiment is opgegroeid, duurt het nog wel even voor de hele maatschappij zich heeft aangepast.

Maar ik zag ook verschillen die niet snel zullen verdwijnen. Vrouwen die hun woorden onzeker kiezen, mannen die niet snappen dat iemand hun monologen niet wil horen. Mannen die problemen willen oplossen, vrouwen die alleen begrip willen. Vrouwen die razend worden omdat ze toch weer de was van hun vriend staan te doen, terwijl ze zich zo hadden voorgenomen geen typische vrouw te worden. Vrouwen die bescherming willen, mannen die willen beschermen.

Een paar jaar geleden had ik bovenstaande observaties belachelijk gevonden. Allemaal clichés die in stand worden gehouden door vrouwenbladen, dacht ik. Maar al die vreselijke clichés, die ik tijdens mijn levenslange verblijf in de microkosmos als achterhaald had beschouwd, blijken tot mijn spijt vaak waar te zijn.

De tweede sekse

 36,50