Black overlay

Telefonisch bestellen

Graag telefonisch producten bestellen?

088 - 572 05 72 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice

Wilt u contact met onze klantenservice?

088 - 572 02 02 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice@nrcwebwinkel.nl

Christopher de Bellaigue : De Islamitische verlichting (door Dirk Vlasblom)

4
Nieuwsgierigheid is een ondeugd
Dirk Vlasblom

Nieuwsgierigheid is een ondeugd | 19 dec. 2018

Aan het begin van de 21ste eeuw is het bijna een westerse volkswijsheid geworden: de Verlichting is aan de islam voorbijgegaan. De Rede heeft het Geloof niet kunnen moderniseren en de islam is blijven vasthouden aan een middeleeuws wereldbeeld. Zo bezien draagt het jongste boek van de Britse oriëntalist Christopher de Bellaigue (1971) een provocerende titel: De Islamitische Verlichting. Het lijkt een contradictio in terminis.

Dat is een misverstand, houdt De Bellaigue zijn lezers voor. De wereld van de islam heeft zich de afgelopen twee eeuwen wel degelijk opengesteld voor zowel westerse technologie als Europese ideeën over de inrichting van staat en samenleving. En er zijn serieuze pogingen gedaan om de religieuze leerstellingen te herinterpreteren in het licht van de moderne tijd.

Maar de invloed van het Westen had zijn schaduwzijden. De ervaringen met het Britse, Franse, Russische en Amerikaanse imperialisme brachten halverwege de 20ste eeuw veel moslim-intellectuelen ertoe zich af te keren van het Westen en de eigen westers georiënteerde machthebbers. Zij zochten hun heil in een van alle nieuwlichterij gezuiverde islam.

Bagdad

In de proloog laat De Bellaigue zien hoe onder het kalifaat der Abbasiden (749-1258) de islamitische wereld gretig kennis vergaarde in Oost en West. In Bagdad werden met de zegen van de kalief werken vertaald van Griekse en Indiase wetenschappers. Maar in de late Middeleeuwen kwam een einde aan deze openheid. Vooral in de dominante soennitische wereld werd als bron van kennis het eigen inzicht van geleerden (ijtihad) verdrongen door het beginsel van taqlid – blinde navolging van als gezaghebbend geldende auteurs. Het leidende principe werd bila kayf, vraag niet waarom. De mens, zo werd de stelregel, kan Gods wijsheid niet bevatten en Zijn woord – in de Koran – is wet. Het Arabische Midden-Oosten werd opgenomen in het Ottomaanse Rijk, dat weliswaar twee eeuwen lang militaire successen boekte, maar waar het (bijna uitsluitend religieuze) onderwijs werd verstikt door taqlid-denken.

In 1798 werd deze stoffige insulaire wereld, waar nieuwsgierigheid allerminst als deugd gold, opengebroken door de aankomst van Napoleons leger bij de piramiden. Met indrukwekkende eruditie schetst De Bellaigue de ontwikkelingen sinds 1800. In drie landen: Egypte, (Ottomaans) Turkije en Iran. Hij laat ons kennismaken met personages die nu zo goed als vergeten zijn. Met heersers die hun landen wilden laten delen in de welvaart die technische vooruitgang en de groeiende wereldhandel elders hadden gebracht. En met intellectuelen, vaak geschoold in religieuze instellingen, die zich wilden bevrijden van doctrines die zelfstandig denken verwierpen. De aanraking met het Westen maakte jonge Midden-Oosterse geleerden nieuwsgierig naar de westerse bronnen van kennis en techniek. Plaatselijke heersers, die de boot niet wilden missen, stuurden talentvolle jongeren naar Parijs en Londen om zich die bronnen eigen te maken.

De veranderingen die eerst in Egypte, toen in Ottomaans Turkije en uiteindelijk in Iran door nieuwe generaties machthebbers op gang werden gebracht heeft De Bellaigue meeslepend beschreven. Van de militaire en economische hervormingen van Muhammad Ali Pasha, die Egypte bevrijdde van Ottomaanse invloed, tot de eerste wankele schreden van een vrije pers in Istanboel. En – bovenal – de initiatieven van religieuze hervormers als Rifaa Al-Tahtawi en Muhammad Abduh in Egypte en Hassan Taqizadeh en Jalal Al-e Ahmad in Iran, die gefascineerd waren door de westerse wetenschap en opklommen tot posities aan de Egyptische Al-Azhar universiteit en, na de Constitutionele Revolutie van 1905-1911, in het Perzische parlement.

Contra-Verlichting

In de eerste decennia van de 20ste eeuw bereikte deze islamitische Verlichting een hoogtepunt. Daarna, schrijft De Bellaigue, zette een proces in van Contra-Verlichting die deze hervormingsbeweging uiteindelijk overspoelde.

Met de Britse interventie in Egypte in 1882, als reactie op de enorme schuldenlast van khedive Ismail, begon de economische en politieke opmars van de grote mogendheden in het Midden-Oosten. Na de nederlaag van Turkije in de Eerste Wereldoorlog volgden de verdeling van het Arabische deel van het gewezen Ottomaanse Rijk tussen Engeland en Frankrijk en de opdeling van Iran in Russische en Britse invloedssferen. Na de Tweede Wereldoorlog werd de Midden-Oosterse olie het overheersende motief voor een reeks westerse interventies in de regio, van de CIA-coup tegen de linkse premier Mossadeq in Iran (1953) tot de Suezcrisis (1956).

Moslim-intellectuelen, van Brits-Indië tot Egypte, beschouwden het koloniale bestuur als een immense vernedering. Zij waren verdeeld in twee kampen. Het ene kamp vond dat de kolonisatie een einde kon maken aan de economische en wetenschappelijke achterstand in de islamitische wereld. Deze groep beschouwde de westerse overheersing als een uitdaging tot modernisering en hervorming.

Het andere kamp zag bevrijding van het kolonialisme als voorwaarde voor behoud van de islamitische identiteit en vroeg zich hardop af wat er te leren viel van deze ongelovige onderdrukkers. Deze mensen wilden het zelfvertrouwen van moslims herstellen door terug te keren tot het geloof en afwijzing van alles wat westers was.

Tot die tweede stroming behoorde de Egyptenaar Hassan al-Banna (1906-1949), oprichter van de Moslimbroederschap, de oudste en grootste organisatie van moslim-fundamentalisten ter wereld. Al-Banna vond het geloof verwaterd en wilde de islam weer de leidraad maken voor alle aspecten van het leven. Zijn leuze: ‘Islam is de oplossing’.

Een generatie later bekeerden geestverwanten zich tot het jihadisme.

Van de modernisering in de 19de en vroege 20ste eeuw resten alleen geïmporteerde westerse wapensystemen en de bazaar van – eveneens ingevoerde – consumenten-elektronica. Egypte kent, na een kortstondig experiment met fundamentalisten aan de macht, een militaire dictatuur, die ondanks een wijdvertakt inlichtingennetwerk niet in staat is de koptische minderheid te behoeden voor aanslagen. De door seculiere nationalisten gegrondveste democratie van Turkije wordt ondermijnd door autoritaire islamistische politici. En het Iran van na Khomeini blijft in de greep van ayatollahs en een even inhalige als repressieve Revolutionaire Garde.

Mislukking

De Islamitische Verlichting is een fascinerende en stijlvol geschreven geschiedenis van twee eeuwen kruisbestuiving van Rede en Geloof in de wereld van de islam. Het is een integere en noodzakelijke exercitie, maar het is het verhaal van een mislukking.

Toch leert het boek een belangrijke les: het Westen gaat niet vrijuit in dit échec. Dat aanzetten tot religieuze hervorming vastliepen, is het gecombineerde resultaat van westerse bemoeienis, met als voorlopig dieptepunt de invasie van Irak in 2003, religieuze reactie en een eeuwenoude patriarchale cultuur. Maar deze geschiedenis is niet afgelopen, besluit De Bellaigue. ‘Dat de Arabische Lente van 2011 op niets is uitgelopen betekent niet dat het motief erachter – oude gezagsstructuren doorbreken – is verdwenen.’

De Islamitische verlichting

 34,99