Black overlay

Telefonisch bestellen

Graag telefonisch producten bestellen?

088 - 572 05 72 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice

Wilt u contact met onze klantenservice?

088 - 572 02 02 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice@nrcwebwinkel.nl

Bloed en rozen

Jacqueline Bel

Besproken in NRC
3

Schrijf een recensie

Bindwijze: Hardback
 65,00
Levertijd: 1-3 werkdagen
Verzendkosten: € 1,95 per bestelling

Productinformatie

Een watervlugge afwisseling van literaire generaties en hun tijdschriften, modes en stromingen, dat is de geschiedenis van de literatuur in Nederland en Vlaanderen tussen 1900 en 1945. Het is de tijd van de opkomst en ondergang van totalitaire ideologieën - die ook hun sporen nalaten in de letteren. Maar allesbepalend zijn de twee wereldoorlogen die de status quo van de negentiende eeuw vernietigen. Vlaamse dichters trekken in de Grote Oorlog ten strijde 'in een geur van bloed en rozen'. Oorlog verandert voorgoed de manier waarop schrijvers en dichters in de Lage Landen in de eerste helft van de vorige eeuw naar de wereld kijken. De literatuur in tijden van oorlog, getekend door collaboratie en verzet, is integraal onderdeel van deze literatuurgeschiedenis in breedbeeld. Die ruime visie bestrijkt verder bijvoorbeeld het verschijnsel moderniteit, hoge én lage literatuur, jazz, literaire journalistiek, film, radio, maar ook de populariteit van vrouwelijke auteurs en koloniale romans. Er staat in Bloed en rozen geen hek om de Nederlandse letteren. Literatoren in Noord en Zuid lieten zich inspireren door vakgenoten uit het buitenland en ook die 'literaire internationale' hoort bij de geschiedenis van de Nederlandse literatuur.

Productkenmerken

ISBN 9789035130470
Auteur Jacqueline Bel
Uitgever Prometheus/Bert Bakker
Datum uitgave 20151203
Lengte (in mm) 248
Breedte (in mm) 187
Dikte (in mm) 60
Aantal pagina's 912

Besproken in NRC

Toen alles anders moest worden
Yra van Dijk

Toen alles anders moest worden | 4 dec. 2015

3

Ruwweg bestaan er twee soorten geschiedschrijving: het archief en het verhaal. Wie een verhaal vertelt, selecteert de feiten die zich logisch laten rangschikken en laat de rest weg. Wie een archief inricht, doet het omgekeerde. Die vult een zolder met materiaal, waarin de lezer kan ronddwalen en alles van zijn gading uit de goed geordende kasten kan trekken.

Bloed en rozen, de nieuwe literatuurgeschiedenis van 1900-1945 van Jacqueline Bel, docent neerlandistiek aan de Vrije Universiteit, volgt het archiefmodel. Het lijvige boek, waar met verlangen naar uitgezien werd, laat zich lezen als een zolder vol bekende en vooral onbekende schatten. Omdat de chique reeks literatuurgeschiedenissen van de Taalunie, waar Bloed en rozen een van de laatste delen van is, de ruimte biedt, hoefde Bel zich niet te beperken bij het inrichten. Ze had maar liefst 22 pagina’s per beschreven jaar. Zo heeft niet alleen Forum, het tijdschrift van Ter Braak en Du Perron, natuurlijk een eigen kast, maar ook alle vergeten verzuilde Vlaamse en Nederlandse tijdschriftjes uit die jaren liggen in een la. Bordewijks Bint neemt veel ruimte in, maar ook Henriette Roland Holsts socialistische verzen hebben een eigen plank op de zolder. Er liggen bovendien heel veel brieven, dagboeken, en literatuurkritieken. Door daar rijkelijk uit te citeren zit Bel haar periode prettig dicht op de huid.

De vorm van het archief heeft evidente voordelen. Omdat Bloed en rozen zo democratisch is ingericht, komen allerlei teksten aan de orde die we lang over het hoofd gezien hebben: van vrouwen bijvoorbeeld, van joodse auteurs of van middle-brow auteurs die Vlaamse boerenromans schreven. Neem de romans van het echtpaar Scharten-Antink vol verering voor Mussolini en vol gebronsde Italiaanse jongens, en de nogal fascistisch getoonzette verzen die Marsman schreef over ons ‘verzwakt geslacht’ dat in een ‘vermolmde boot’ rondzwalkt in de nacht.

Zo staat er veel oorlogsliteratuur in Bloed en rozen, dat immers een tijdperk met twee wereldoorlogen beslaat. Het boek puilt uit van de nieuwe namen en feiten waar we te weinig van wisten. Veel ervan was al verstopt in vakpublicaties, maar is door Bel knap opnieuw gerangschikt en geëtaleerd. We horen Willem Kloos hier niet alleen als een God in het diepst van zijn gedachten, maar ook als propagandist in de Zuid-Afrikaanse Boerenoorlog. Van de Woestijne is niet meer alleen de dichter van melancholieke symbolistische verzen, maar ook de wakkere correspondent van de Nieuwe Rotterdamsche Courant. Vanuit Brussel doet hij gloedvol verslag van de Eerste Wereldoorlog. Ook citeert Bel enthousiast uit de goed geschreven oorlogsdagboeken van Virginie Loveling die de intocht van de Duitsers mooi observeert: ‘Allen zijn in de kleur van gedroogde grijze aarde gekleed’.

De armsten

De Eerste Wereldoorlog is nog niet voorbij of de crisis die de volgende oorlog inluidde, diende zich al aan. De sociale nood van de armsten drong door in de teksten uit alle zuilen en de documentaire romans droegen titels als Mensen zonder geld of Burgers in nood. Na het aantreden van Hitler en onder oorlogsdreiging werd ethiek al helemaal belangrijker dan esthetiek – al legt Bel ook de nadruk op de literaire kwaliteit van de dagboeken van Anne Frank of Etty Hillesum. Het Geuzenliedboek daarentegen, een verzameling illegale gedichten die circuleerde, functioneerde vooral als uitlaatklep van heldenverering en vaderlandsliefde. Met hun ‘hamerend eindrijm’ hadden de gedichten een hogere morele dan literaire waarde, stelt Bel vast.

Meer bloed dan rozen dus, in deze literatuurgeschiedenis. Geen Feesten van Angst en Pijn van Van Ostaijen, wel veel over de wijze waarop het Vlaamse activisme leidde tot collaboratie met de Duitsers in WO I en II. Weinig Vasalis, geen ‘Awater’ van Nijhoff en ook niet zijn ‘Het Uur U’, wél de pro-Duitse verzen van Karel Vertommen.

Maar behalve een periode met twee vernietigende wereldoorlogen was de eerste helft van de twintigste eeuw ook een tijd van een koortsachtige opeenvolging van stromingen, ideeën, nieuwe media en technologie. In deze vier decennia zag de wereld feminisme, socialisme, communisme, nationaal-socialisme en kolonialisme komen en gaan. De wereld veranderde radicaal en een nieuwe, democratische en moderne tijd brak aan, waarin alle zekerheden aan het wankelen werden gebracht – van de zwaartekracht tot het bestaan van God zelf.

De patriarchale en imperialistische inrichting van de wereld liep ten einde. De twijfel en de chaos die dat met zich meebracht bepaalden de Europese cultuurgeschiedenis van die eerste decennia van de eeuw en maakt het voor de literatuur tot een van de krankzinnigste en spannendste tijdvakken van de afgelopen driehonderd jaar.

Oorlogsdrift

En daar wreekt zich het archief. Zulke omwentelingen vragen om een mooi verteld verhaal waarin grotere verbanden kunnen worden gelegd en waarin kan worden uitgezoomd. Er komt wel af en toe een manifest of een uitvinding langs (de auto, de telefoon, de film) in de rustig stapelende cadans van Bloed en rozen, maar de dynamiek van het tijdvak, de energie van jonge dichters die op ontploffen stonden van veranderings- en oorlogsdrift, komt minder goed uit de verf. In plaats van over de invloed van de radicale denkers en kunstenaars van het modernisme lezen we over de zaken die toen van het grootste belang waren, van succesvolle streekromans tot de kleine roomse ruzies. Net als in de andere delen van deze reeks, is niet gekozen voor dat wat wereldschokkend wilde zijn, maar voor de volle breedte van het literaire veld – met dat verschil dat Bel (anders dan haar collega’s) nauwelijks spreekt over het boekbedrijf en over de lezers.

Waar ze wel gloedvol over vertelt, is over haar eigen specialisme: de koloniale verhoudingen in Indië, Congo en ook de ‘West’. Over de complexe morele boodschap van Albert Helmans De stille plantage bijvoorbeeld, waarin eerst wordt beweerd ‘een zwarte werkt niet graag in de hitte’, om er dan aan toe te voegen: ‘Dit is de ware neger niet; het is de slaaf [...] die anderen van hem maakten’. Die passages in Bloed en rozen doen verlangen naar nog meer hierover, en zo kan zelfs een boek van duizend pagina’s te dun zijn.

Mede daarom vermoed ik dat deze prestigieuze achtdelige reeks van de Taalunie, die volgend jaar compleet zal zijn, de laatste van zijn soort is. Toekomstige literatuurgeschiedschrijvers zullen immers ook gebruik maken van het reuze-archief dat internet heet. Daar zijn dan alle gedichten, brieven en dagboeken te raadplegen. Stel je voor: je leest het verhaal van de literatuurgeschiedenis op een of ander apparaat. Bij iedere zin kan je klikken om daarachter de foto’s en de schilderijen te zien, de gedichten of zelfs hele romans te lezen, zodat het verhaal zich eindeloos uitvouwt. Het zou een gedroomde synthese tussen het verhaal en het archief zijn. Maar vooralsnog grasduinen we op de volle papieren zolder die Bloed en Rozen is, en stellen we er zelf de verhalen uit samen.

Recensie van klanten

Schrijf uw eigen recensie

U recenseert: Bloed en rozen

  •  
    1 ster
    2 sterren
    3 sterren
    4 sterren
    5 sterren
    Beoordeling

* Vereiste velden