Black overlay

Telefonisch bestellen

Graag telefonisch producten bestellen?

088 - 572 05 72 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice

Wilt u contact met onze klantenservice?

088 - 572 02 02 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice@nrcwebwinkel.nl

De gestolen tijd

Philo Bregstein

Besproken in NRC
4

Schrijf een recensie

Bindwijze: Paperback / softback
 29,90
Levertijd: 1-3 werkdagen
Verzendkosten: € 1,95 per bestelling

Besproken in NRC

Door toeval hebben ze het overleefd
Michel Krielaars

Door toeval hebben ze het overleefd | 3 mei 2019

4

Wat kan het je schelen wie je grootouders zijn als je ze amper hebt gekend? En waarom zou je omgaan met verre ooms, tantes en hun nakomelingen, met wie je alleen bloedverwantschap deelt? Precies zo dacht cineast en schrijver Philo Bregstein (Amsterdam, 1932) er jarenlang over. Dat veranderde toen hij in 1982 in Chicago de telefoongids opensloeg om te zien of er verwanten in stonden, Bregsteins die hun achternaam tot Break-stone hadden veramerikaniseerd. Hij stuitte op twaalf vermeldingen, waarvan de een na de ander geen familie bleek te zijn. Totdat hij de gepensioneerde verpleegster Eunice Breakstone aan de lijn kreeg. Ze was een achternicht en had zijn grootouders nog ontmoet, toen die in 1929 voor een Breakstone-reünie naar de Verenigde Staten waren gekomen.

Van Eunice kreeg hij een kopie van een familiekrantje uit 1934, de Breakstone World, waarin een verslag stond van een reis naar het dorp Panemune in Litouwen, waar de Bregsteins vandaan komen. Vanaf dat moment wilde hij alles weten van de Joodse tak van zijn familie en begon hij aan een twintig jaar durende zoektocht, die hem van Panemune naar Tel Aviv, Los Angeles, New York, Palermo, Montevideo, Buenos Aires en Lissabon voerde.

Het verslag van die zoektocht, De gestolen tijd. Op zoek naar mijn Joodse familie, gaat in de eerste plaats over een Oost-Europees Joodse familie, van wie sommige leden naar Europa en Amerika emigreerden op zoek naar een beter bestaan, terwijl anderen achterbleven in Litouwen, waar ze door de nazi’s en de Litouwers werden vermoord of door de Russen naar Siberië gedeporteerd. Maar het is ook een aangrijpend verhaal van de postume verzoening van een zoon met zijn door de oorlog verknipte ouders.

De vader van Philo Bregstein, Marcel Bregstein, was hoogleraar handelsrecht aan de Gemeente Universiteit van Amsterdam. Tijdens de Duitse bezetting werd hij weliswaar ontslagen, maar kon hij met zijn niet-Joodse vrouw en twee zoontjes in hun grote huis in Amsterdam-Zuid blijven wonen. Toch was hij ook in die hoedanigheid niet veilig en kon hij voor de minste overtreding van de anti-Joodse maatregelen naar Auschwitz worden gestuurd. Dat dit noodlot hem bespaard bleef, is een van de raadsels die pas aan het eind van het boek worden opgelost.

De cerebrale Marcel Bregstein beschouwde zichzelf als een assimilant. Thuis werden Kerstmis en Pasen gevierd. Van Joodse tradities was geen sprake. Pas in 1940 merkten zijn zoontjes dat hun vader Joods was, omdat hij toen zijn baan verloor.

Zelf begon Philo Bregstein zich voor zijn Joodse achtergrond te interesseren toen hij in 1967 Ondergang las, de studie van Jacques Presser over de vernietiging van de Nederlandse Joden. Net als Marcel Bregstein had ook deze briljante historicus zijn Joodse wortels afgezworen. Over de empathische Presser, die een ‘vervangvader’ voor hem werd, maakte Philo Bregstein in 1970 de bekroonde documentaire Dingen die niet voorbij gaan.

Vrachtverzekering

Het tweede raadsel in De gestolen tijd heeft te maken met grootvader Etienne Bregstein. Eind negentiende eeuw was hij naar Europa geëmigreerd en via Frankrijk in 1909 in Amsterdam beland. Daar richtte hij een eigen vrachtverzekeringsmaatschappij op en vergaarde hij na de Eerste Wereldoorlog een fortuin in de graan- en koprahandel.

Toen de Duitsers in mei 1940 Nederland binnenvielen, waren Etienne en zijn vrouw op familiebezoek in Marseille. Uit wanhoop over de Duitse inval sprong Etienne toen uit het raam en raakte zwaargewond. Per ambulance werd hij naar het neutrale Portugal gebracht, waar hij later dat jaar, volkomen in de war, overleed. Zijn vrouw vluchtte in 1941 naar Amerika, waar ze kort na aankomst aan een hartaanval bezweek.

Opvallend is dat Marcel Bregstein in 1957 in Palermo eveneens stierf door een val uit een raam. Volgens de politie was het een ongeluk, maar zijn zoon Philo twijfelt eraan. Die twijfel houdt hem zijn hele boek door bezig. Gevoegd bij het feit dat zijn moeder, die na de oorlog aan allerlei psychosomatische kwalen leed, een aantal jaren later ook plotseling stierf, komt hij door zijn ontdekkingen tot de slotsom dat zijn beide ouders door hun ervaringen in de oorlog zwaar beschadigd zijn. Zijn vader Marcel uit schuldgevoel, omdat hij tegen het advies van zijn hele familie in niet tijdig voor de Duitsers naar Amerika is gevlucht, zijn moeder Rie door haar traumatische ervaringen bij het redden van Joodse kinderen.

Maar voor je dat te weten komt, neemt Bregstein je mee op zijn reis naar Litouwen, in 1991. Het levert op het eerste gezicht het bekende verhaal op van het Joodse leven in de sjtetl. Zo bestond Panemune voor de oorlog uit 51 huizen waar voornamelijk Joden woonden. Ze hadden winkeltjes, waren kleine handelaren en ambachtslieden, verkochten wat ze in hun moestuin of boomgaard teelden en bewerkten gehuurd akkerland. Tijdens de oorlog werd die wereld door de nazi’s uitgewist.

Bregstein kleurt dit relaas in met zijn ontmoeting met zijn bejaarde neef Grisja, die in 1941 met zijn ouders door de Sovjets, die Litouwen in 1939 hadden bezet, naar Siberië werd gedeporteerd. Samen met hem doet Bregstein in Panemune de ene na de andere ontdekking en brengt hij het sociale leven van hun familie van welvarende boeren in kaart.

Schokkend is zijn constatering dat Litouwers tijdens de oorlog massaal deelnamen aan de moord op de Joden, met wie ze honderden jaren relatief vreedzaam hadden samengeleefd. Zo krijgt hij op een conferentie in Vilnius te horen dat in juni 1941, in de drie dagen tussen de aftocht van de Sovjets en de komst van de Duitsers, er in Litouwen meer dan 15.000 Joden werden vermoord, omdat ze door Litouwse nationalisten als handlangers van de Sovjet-bezetters werden beschouwd. Minstens zo ontluisterend is dat de Litouwse regering die Litouwse moordenaars in de jaren negentig wilde rehabiliteren, omdat ze als nationalistische vrijheidsstrijders door het Sovjet-bewind waren veroordeeld. Door die moeizame Vergangenheitsbewältigung in de Baltische landen van kort na de val van de Muur te behandelen, krijgt Bregsteins boek een extra verdieping.

Samen met Grisja reist Bregstein in 1995 naar Israël om ook daar met succes naar zijn familieverleden te speuren. Overal treft hij vrienden en kennissen van zijn al dan niet omgekomen familieleden aan, waardoor het soms lijkt alsof Israël een voortzetting is van het Joodse leven in Litouwen.

Hoe verder je in dit boek vordert, hoe Joodser Bregstein zich voelt. Zijn verbondenheid met zijn opgespoorde familieleden versterkt zijn gevoel tot een Schicksalgemeinschaft te behoren. Als hij in Amerika een bejaarde achterneef ontmoet, die een beroemde psychoanalyticus is, zegt deze tegen hem: ‘Je onderzoek herstelt familiebanden die door de Tweede Wereldoorlog vernield waren. Nu je de familie weer samenbrengt repareer je verloren gegane contacten en genees je wonden.’ Hoe pathetisch dat misschien ook klinkt, het is dubbel en dwars waar.

Productinformatie

In de eerste helft van zijn leven hield Philo Bregstein zich ver van zijn privégeschiedenis, die getekend was door het verzwegen oorlogsverleden van zijn ouders. Het lezen van Pressers Ondergang, eind jaren 1960, was voor hem een 'schok van ontwaken'. Daarna maakte hij een reeks veelgeprezen films en boeken over de Jodenvervolging. De zoektocht naar zijn eigen Joodse voorgeschiedenis begon voor Bregstein in 1991 in Litouwen, waar een deel van zijn familie was vermoord. In Tel Aviv, New York en Montevideo ontdekte hij verloren gewaande familieleden die met onthullende verhalen kwamen over zijn ouders en grootouders. Zijn grootvader was in mei 1940, op de dag dat Nederland capituleerde, uit een raam gesprongen terwijl hij uitriep: 'Ze gaan mijn zoon vermoorden!' Dit verzwegen familiedrama bracht de schrijver uiteindelijk tot een postume verzoening met zijn door de oorlog getraumatiseerde ouders.

Productkenmerken

ISBN 9789024423385
Auteur Philo Bregstein
Uitgever Boom
Datum uitgave 20181025
Lengte (in mm) 230
Breedte (in mm) 150
Dikte (in mm) 29
Aantal pagina's 408

Recensie van klanten

Schrijf uw eigen recensie

U recenseert: De gestolen tijd

  •  
    1 ster
    2 sterren
    3 sterren
    4 sterren
    5 sterren
    Beoordeling

* Vereiste velden