Black overlay

Telefonisch bestellen

Graag telefonisch producten bestellen?

088 - 572 05 72 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice

Wilt u contact met onze klantenservice?

088 - 572 02 02 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice@nrcwebwinkel.nl

Dichter bij Dordt

Wim Huijser

Besproken in NRC
3

Schrijf een recensie

Bindwijze: Hardback
 34,99
Levertijd: 1-3 werkdagen
Verzendkosten: € 1,95 per bestelling

Productinformatie

C. (Kees) Buddingh’ (1918-1985) mag gerekend worden tot de populairste schrijvers van zijn generatie. Met zijn Gorgelrijmen verwierf hij al in de jaren veertig en vijftig zijn eerste bekendheid: ‘De blauwbilgorgel’ is zelfs klassiek geworden. Dankzij zijn droge humor en karakteristieke stemgeluid was hij een opvallende verschijning tijdens Nederlands eerste grote dichtersmanifestatie Poëzie in Carré (1966). Vanaf dat moment was hij met recht de ‘dichter van het moment’ en fungeerde hij als de barometer van de Nederlandse poëzie. Als presentator van het programma Poets groeide hij uit tot een bekende en geliefde verschijning op de Nederlandse televisie.
Naast zijn dichterschap beoefende Buddingh’ alle denkbare literaire genres, van detectiveroman tot literaire essayistiek, en inspireerde hij steeds opnieuw jongere generaties auteurs. Als docent aan het Instituut voor Vertaalkunde en bestuursvoorzitter van de schrijversvereniging van Uitgeverij De Bezige Bij bracht hij een groot deel van zijn tijd door in Amsterdam. Tegelijk bleef hij honkvast in Dordrecht, de stad waar hij was geboren en zijn leven lang zou blijven wonen.
Buddingh’ stond bij zijn leven voor veel mensen te boek als een vrolijk auteur. Dat zijn werk eerder melancholisch van toon is, werd pas echt duidelijk na de ongemeen scherpe aanval van W.F. Hermans eind jaren zeventig. Het was een van de redenen waarom zijn stem sindsdien steeds minder werd gehoord. In het laatste jaar van zijn leven waren het echter de nog altijd populaire gorgelrijmen die hem aanzetten tot een nieuwe eruptie aan verzen.

Productkenmerken

ISBN 9789038899930
Auteur Wim Huijser
Uitgever Nijgh & Van Ditmar
Datum uitgave 20150521
Lengte (in mm) 223
Breedte (in mm) 146
Dikte (in mm) 43
Aantal pagina's 416

Besproken in NRC

Als ze me maar niet horen klagen
Arjen Fortuin

Als ze me maar niet horen klagen | 26 jun. 2015

3

Sinds de marmite uit een spuitsluiting komt, is C. Buddingh’ echt dood. De dichter gaf met zijn magistrale voordracht van zijn eigen gedicht ‘Pluk de dag’ bij de legendarische manifestatie Poëzie in Carré, niet alleen marmite (of althans het dekseltje, zie de reproductie hierboven) een plaats in de Nederlandse letteren, maar markeerde ook het ontstaan van de podiumpoëzie. Dankzij de tv-registratie van de avond werd hij ‘de dichter van het moment’ en plots beroemd buiten de literaire en studentenkringen waar al twintig jaar werd gedweept met zijn blauwbilgorgel.

Dertig jaar na zijn dood is de reputatie van de dichter ingedikt tot het dekselfragment en zijn gorgelrijmen – en het aardige van Wim Huijsers nu verschenen Dichter bij Dordt. Biografie van C. Buddingh’ is dat dit boek je niet alleen de weg terugwijst naar het werk van Buddingh’, maar dat je na lezing toch ook wel begrijpt waarom Buddingh’ meer wordt herinnerd om zijn toegankelijkheid dan om zijn genie.

Om met het eerste te beginnen: je hoeft de vijf jaar geleden verschenen verzamelbundel Buddingh’ gebundeld maar open te slaan (in dit geval op pagina 681) om te stuiten op een gedicht als ‘hangertje’ waarin de dichter losjes vertelt over een kleermaker waar hij vroeger met zijn vader kwam en waarvan hij nog steeds een kleerhangertje bewaart: ‘’k Gebruik ’t/ vrij vaak: ’t is van haast onverslijtbaar hout.’ Dat haast onverslijtbare hout verbindt zich geruisloos met het pijnlijke slot van wat een oorlogsgedicht blijkt te zijn: ‘In ’43 werden ze verraden./ Wanneer dat niet gebeurd was, zou mijn broer/ misschien nog met de dochter zijn getrouwd.’ Het zijn kleine woorden, maar ze staan heel goed bij elkaar. Een pagina verder staat een regeltje als ‘maar lente loopt als water door je vingers’. Het zijn gedichten uit de jaren zeventig, de periode waarin Buddingh’ ook zijn grootste literaire prijs kreeg, de Jan Campertprijs voor Het houdt op met zachtjes regenen.

Veel aandacht ging bij het verschijnen van die bundel uit naar het gedicht ‘In memoriam Beertje van M.’ dat teruggreep op de jaren die Buddingh’ na de oorlog in een sanatorium doorbracht om te herstellen van tbc. Die episode wordt ook als cruciaal aangegeven in Dichter bij Dordt. Wim Huijser geeft in de biografie een helder overzicht van het leven van de dichter en schrijver, daarbij dankbaar gebruik makend van Buddingh’s dagboeken en ook van gesprekken die Buddingh’s zoon Sacha in de jaren negentig opnam met zijn moeder Stientje. Zo weten we dat de tiener Kees de opeenvolging van zijn vriendinnetjes (Greet, Suus, Corri I, Mari, Corri II en Suus) tussen 1935 en 1938 keurig bijhield.

Het levensverhaal van Buddingh’ is in handen van Huijser dat van een aardige man met een diepe liefde voor schaken, voetbal en jazz en a touch of genius. Zijn literaire loopbaan ging aanvankelijk met nogal wat hindernissen gepaard. Eerst was daar de bezetting, waar Buddingh’ – die zich wel meldde bij de Kultuurkamer, maar amper publiceerde – zich al aanpassend doorheen probeerde te slaan. Daarna volgde zijn ziekte, zodat het hemelbestormen pas goed op zijn dertigste kon beginnen. En een echte stormram was Buddingh’ niet. Hij voelde zich op zijn gemak in Dordrecht en was meer een man van nieuwsgierigheid dan van sterke opvattingen. Het leverde hem het verwijt op met alle dichterlijke winden mee te waaien, tot zich met Gard Sivik en Barbarber bladen aandienden waarbij hij zich werkelijk op zijn gemak voelde.

Toch krijg je bij het verder lezen in Dichter bij Dordt het idee dat er iets ontbrak aan Buddingh’ – of dat er iets ontbreekt aan het beeld dat Huijser van hem geeft. Want de dichter toont wel heel weinig overtuigingen in deze biografie. Zo spreekt uit de deliberaties over de Kultuurkamer geen enkel politiek bewustzijn, alles draait om praktische omstandigheden en tamelijk vage morele noties. Ook elders heb je het idee dat Huijser de dichter uit de wind houdt. Soms maakt hij vooral nieuwsgierig naar wat hij niet vertelt. Dan schrijft de biograaf: ‘Uit de brieven aan de Nijmeegse hoogleraar spreekt een nogal negatief zelfbeeld,’ maar citeert hij die brieven vervolgens niet. Dat is gek – en jammer.

Zo komt Cees Buddingh’ uit het boek naar voren als een vriendelijke man die moeilijk nee kon zeggen. Het leverde een gevarieerd oeuvre op – zie ook zijn vertalingen, (kinder)verhalen en dagboekpublicaties – maar tevens een schrijverschap waar een drijvende kracht aan lijkt te ontbreken. In de loop der jaren kreeg Buddingh’ dan ook enkele malen flink op zijn donder om de huiselijkheid van zijn werk: zowel van een grootheid als W.F. Hermans als van Boudewijn Büch. In dergelijke situaties voelde Buddingh’ zich snel gekwetst en had hij de neiging om in zijn schulp te kruipen. Het zijn de momenten waarop het door Huijser geprezen relativeringsvermogen van Buddingh’ zich verbindt met dat vermoeden van een negatief zelfbeeld – je had er de biograaf graag méér en explicieter over aan het woord gehad.

‘Ik hoop dat niemand mij ooit heeft horen klagen’, schreef Buddingh’ in zijn zakagenda van 1982 – drie jaar voordat complicaties bij een darmaandoening hem het leven zouden kosten. Het laatste boek dat hij publiceerde was een terugkeer naar de gorgelrijmen waar het in 1943 allemaal mee was begonnen: de bundel Nieuwe gorgelrijmen. Daarin meldden zich gekke beesten, waarvan de ollewuin een van de laatste is. Die

[...] zit en zit maar op zijn duin

bakt ze noch zich ooit meer eens bruin,

doch tuurt bang uit over de baren

alsof de golven wolven waren.

Recensie van klanten

Schrijf uw eigen recensie

U recenseert: Dichter bij Dordt

  •  
    1 ster
    2 sterren
    3 sterren
    4 sterren
    5 sterren
    Beoordeling

* Vereiste velden