Black overlay

Telefonisch bestellen

Graag telefonisch producten bestellen?

088 - 572 05 72 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice

Wilt u contact met onze klantenservice?

088 - 572 02 02 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice@nrcwebwinkel.nl

Duistere wegen

Pascal Verbeken

Besproken in NRC
3

Schrijf een recensie

Bindwijze: Paperback / softback
 19,99
Levertijd: 1-3 werkdagen
Verzendkosten: € 1,95 per bestelling

Besproken in NRC

Waar Vincent bij de koeien sliep
Marianne Vermeijden

Waar Vincent bij de koeien sliep | 1 mei 2015

3

Hij liep er rond in een versleten soldatenjas. Uit kolenzakken van jute maakte hij zijn kleren. Wonen deed hij in een hut langs de bosrand. Wasbeurten waren overbodig. Wie hem zag rondscharrelen dacht aan een gek, losgeraakt van de wereld.

Die gek was Vincent van Gogh (1853-1890) in de Borinage, het land van de mijnen, schachtbokken en grafheuvels van zwarte steenkoolstof. Maar vooral het land van de mijnwerkers en de kolenraapsters. Aan hen wilde Vincent het Woord prediken. Hij had zoveel afwijzingen achter de rug – in de kunst- en boekhandel, in het onderwijs – dat zijn nieuwe baan als evangelist móest lukken. Zes maanden later kreeg hij zijn ontslag, hij was ter plekke ‘een last’ geworden.

In Duistere wegen heeft de Belgische journalist, schrijver en documentairemaker Pascal Verbeken (1965) de twee jaren, 1878-1880, uitgekamd die Vincent in dit voormalige internationale, industriële wingewest heeft doorgebracht. Een gebied van zo’n tien bij vijftien kilometer met duizend steenkoolmijnen, waar inmiddels elk sprankje mijnleven is gedoofd.

Verbeken trok van gehucht naar gehucht, beschrijft dorpen en ommelanden, vervlecht zijn observaties met historische achtergronden, interviewt bewoners en kunstkenners, gaat Vincents wandelingen na en citeert uit zijn brieven. Je steekt veel op over het industriële verleden van de Borinage, toen België blijkbaar nog ’s werelds derde industriële grootmacht was.

Nu het nabije, rijkere Bergen/Mons zich afficheert als Europese cultuurhoofdstad van 2015 – met onder meer een Van Gogh-tentoonstelling – hopen de vele werkloze Boreinen dat toeristen ook hun streek aandoen. Verbekens boekje verleidt je daar inderdaad toe, maar verwacht niet te veel, want Vincents voetsporen zijn schaars.

Zijn woonadressen bestaan niet meer of worden opgekalefaterd. Eén keer stapte de schilder in een liftkooi om 700 meter af te dalen in de mijn Marcasse in Wasmes, waar nog wél restanten van zijn. Het enige beeld van hem dat in datzelfde dorp staat, een buste gemaakt door Ossip Zadkine, is onthoofd en door een kopie vervangen. Maar naast de protestantse kerk van Petit Wasmes ontdekt Verbeken waarachtig een bijgebouwtje met Salle Van Gogh boven de deur. Ook de gevel van een voormalige danszaal herinnert aan de kunstenaar. Hij zal er nooit gedanst hebben. Wie vindt dat hij net zo’n sober en schraal moet leven als de middeleeuwse kanunnik Thomas à Kempis, mag geen danspasjes maken.

Verbeken memoreert vaak, heel vaak, de asgrauwe armoede van de mijnwerkersbevolking in deze ‘sociale oorlogszone’. Lange werkdagen, kinderarbeid, longziektes, dodelijke ongelukken. Wie te oud of te ziek was, kreeg als enige herinnering zijn nummerplaatje mee. ‘Een mijnwerker was minder waard dan zijn pikhouweel’.

Ondanks zijn betrokkenheid met de Boreinen en zijn ziekenzorg is Vincent een buitenstaander gebleven. Men bliefde de mafkees niet. En op den duur kreeg de mafkees zelf weerzin tegen de domheid van de mijnwerkers. Hij heeft de Boreinen wél getekend, ‘om souvenirs vast te houden’. En dan zie je een rij vale armoedzaaiers, gebogen onder zakken vol kolen, in een miezerig landschap. Tekeningen zonder enig spoor van talent.

Vincent bleef in veestallen slapen. Pogingen van zijn vader om hem naar Etten terug te halen, mislukten. Het verwijt van zijn jongere broer Theo dat hij ‘te veel smaak had in rentenieren’ kwam hard aan: ‘Tot op zekere hoogte ben je voor mij een vreemdeling geworden’, schreef Theo. Pijnlijk, want Vincent voelde zich al zo lang ‘een vreemdeling op aarde’.

Tijdens de laatste maanden in de Borinage, in Cuesmes, kwam de ommekeer. ‘Ik kan het in het leven en ook in de schilderkunst wel stellen buiten een God, maar ziek als ik ben, kan ik het niet stellen buiten iets dat groter is dan ikzelf, dat is mijn leven, het vermogen tot scheppen.’ Het Woord werd verf, aldus Verbeken. Vincent ging meer tekeningen maken, die helaas zijn verdwenen. Zes schetsen en tien brieven uit deze periode bleven wél bewaard.

In oktober 1880 keerde hij terug naar Brussel, waar hij zijn korte evangelistenopleiding had doorlopen. En toen brak de zelfstudie aan die ver weg in het zuiden uitmondde in een oeuvre dat niemand tot dan toe voor mogelijk had gehouden. ‘Ik voel dat mijn bestaan een reden heeft!’, schreef hij aan Theo dat laatste Borinage-jaar. En dat zou de wereld weten.

Productkenmerken

ISBN 9789085426462
Auteur Pascal Verbeken
Uitgever Manteau
Datum uitgave 20150212
Lengte (in mm) 200
Breedte (in mm) 134
Dikte (in mm) 17
Aantal pagina's 176

Recensie van klanten

Schrijf uw eigen recensie

U recenseert: Duistere wegen

  •  
    1 ster
    2 sterren
    3 sterren
    4 sterren
    5 sterren
    Beoordeling

* Vereiste velden