Black overlay

Telefonisch bestellen

Graag telefonisch producten bestellen?

088 - 572 05 72 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice

Wilt u contact met onze klantenservice?

088 - 572 02 02 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice@nrcwebwinkel.nl

Halabja

Kees Schaepman

Besproken in NRC
2

Schrijf een recensie

Bindwijze: Paperback / softback
 19,95
Levertijd: 1-3 werkdagen
Verzendkosten: € 1,95 per bestelling

Besproken in NRC

Niets dan goeds over de Koerden
Floris van Straaten

Niets dan goeds over de Koerden | 31 aug. 2018

2

De journalist Fréderike Geerdink (1970) is al jaren gefascineerd door de Koerden, een 35 miljoen mensen tellend volk zonder eigen staat. Steeds dichter wilde ze bij hen zijn. Vanuit Istanbul, waar ze werkte als Turkije-correspondent, verhuisde ze naar Diyarbakir, de onofficiële hoofdstad van het Koerdische zuidoosten van Turkije. Nadat ze in 2015 wegens ‘propaganda’ het land was uitgezet ging ze nog een stap verder: om van binnenuit een boek over de PKK te schrijven, besloot ze zich een jaar lang te voegen bij deze verzetsbeweging, die vanuit Noord-Irak al decennia tegen het Turkse gezag strijdt.

Beeldend beschrijft ze het sobere leven van de PKK’ers: slapen in tenten in een ruig berglandschap, bescheiden maaltijden, sporadische elektriciteit. Rook bij het koken moet onzichtbaar blijven, ’s avonds is er geen licht uit vrees voor bombardementen door de Turkse luchtmacht. Seks en alcohol zijn taboe.

Bijzonder zijn Geerdinks inkijkjes in het leven van de vrouwelijke PKK-strijders. Het bestaan van vrouwelijke eenheden onder de betrekkelijk seculiere Koerden vormt een bron van fascinatie én vrees voor de IS-strijders, die er de curieuze opvatting op na hielden dat ze niet in de hemel zouden belanden als ze door een vrouw gedood werden.

Die PKK-vrouwen, doorgaans jong en gedreven, kozen vaak als tiener al voor een hard bestaan als guerrillastrijder. Vaak om een gearrangeerd huwelijk met een oudere neef te ontlopen. Anders dan thuis kregen ze in de PKK-kampen nog enig onderwijs.

Opmerkelijk is de strenge scheiding die de PKK overeenkomstig de lokale mores handhaaft tussen vrouwen en mannen op zijn bases. Daardoor doet het leven daar bijna denken aan een kloosterbestaan. En hier stuiten we op een belangrijke handicap voor Geerdink. Het grootste deel van de tijd slijt ze met de vrouwen. Af en toe heeft ze een gesprek met een mannelijke PKK’er. Maar ze mag niet mee op een van de militaire missies, waardoor het boek iets onvolledigs heeft. Zo ontstaat wel een erg idealistisch beeld van een organisatie die bloedvergieten van Turkse militairen en van in hun ogen collaborerende burgers niet schuwt.

Uit het boek komt PKK-oprichter Abdullah Öcalan niet naar voren als een meedogenloze leider van een radicale linkse guerrillagroep, maar als een pleitbezorger van de emancipatie van de vrouw. Evenmin lijkt Geerdink zich te storen aan de verheerlijking onder PKK’ers van Öcalan en diens ideeën. Vanaf het moment dat ze – vaak al als tiener – bij de PKK komen, worden die er in gehamerd. Geerdink verklaart die verheerlijking echter uit de verlichte aard van Öcalans denkbeelden. Zo huiver je bij de uitspraak van een PKK-vrouw: ‘Als ik luister naar de leider, dan vlieg ik, voel ik mijn voeten niet meer op de grond, kameraad Avasin (de naam die Geerdink in het kamp aannam)’.

‘Kameraad Avasin’ is tot veel bereid om de PKK te begrijpen. Een kritisch rapport van Amnesty International – bekend om haar degelijk onderzoek – over het wrede optreden van de Koerdische YPG (bondgenoot van de PKK) in Noord-Syrië slaat de plank volgens Geerdink helemaal mis. ‘Om de Öcalanstrijders te zien voor wie ze zijn, is bereidheid nodig om uit de denkkaders te stappen van onze eigen maatschappij’, schrijft ze. Van die laatste heeft ze geen hoge dunk: ‘De samenleving die we de onze noemen maar die ons als mensheid niets te bieden heeft.’ Dan is de PKK aantrekkelijker in haar ogen: ‘Binnen de organisatie is immers geen kapitalisme, geen patriarchaat, geen staat.’

Zo blijft de lezer met een onbevredigd gevoel zitten. Is het boek nu geschreven door de onafhankelijke journalist Fréderike Geerdink of door de bewonderende kameraad Avasin?

Hoewel ook dit over de Koerden gaat, zij het de Iraakse, is het boek van Kees Schaepman (1946) van een andere orde. Veel nieuws heeft de auteur, die onder meer bij de VPRO werkte, niet te melden. Zijn grote nieuws dateert uit 1988, toen hij als een van de eerste buitenlandse journalisten de Koerdische plaats Halabja in Noord-Irak bezocht, kort na een gifgasaanval door het leger van Saddam Hussein. Die gruwelijke episode liet hem niet meer los en vormde de opmaat voor verscheidene reizen naar Irak in de daaropvolgende jaren, onder meer als docent voor jonge Koerdische journalisten.

Schaepman heeft een vlottere pen dan Geerdink en beschrijft levendig de vaak nogal tragische lotgevallen van de Iraakse Koerden, maar veel nieuwe inzichten biedt hij niet. Hij doorspekt zijn verhaal met onbeduidende voorvallen uit zijn privéleven, waardoor het boekje wat van een mémoire heeft. Iets onvriendelijker uitgedrukt: het valt in de categorie ‘opa vertelt’.

Productinformatie

Op 16 maart 1988 werd de Koerdische stad Halabja met gifgas bestookt, vijfduizend inwoners kwamen om. Journalist Kees Schaepman reisde destijds naar het noorden van Irak om verslag te doen van die moord op een stad. In Halabja beschrijft Kees hoe die reportagereis zijn leven beïnvloedde en verwoordt hij zijn betrokkenheid bij de onophoudelijke strijd van de Koerden voor een eigen land. 'Vooral één beeld blijft mij bij. Niet van de dode jochies in een greppel langs de weg. Niet van de meisjes in fleurige jurken die ik dood op een binnenplaats vind. Ook niet van de vader die op de stoep voor zijn huis ligt, de arm beschermend om zijn zoontje heengeslagen. Halabja was een hel, maar daar was ik op voorbereid. De lijken die nog overal waren blijven liggen om ze als bewijs van de Iraakse misdadigheid aan de pers te tonen, de oude Koerdische strijder die met een enorme vlag liep te zwaaien, de portretten van Khomeini langs de weg, de oude pick-up truck met op het dak van de cabine een luidspreker waaruit militaire marsmuziek klonk, afgewisseld door haatboodschappen gericht tegen Saddam Hoessein en Ronald Reagan - ik herinner mij dat hele lugubere circus als de dag van gisteren, een morbide parodie op een film van Fellini. Maar het was te veel om te ontroeren. Als journalist leer je bovendien in heftige situaties je emoties onder controle te houden, ze kunnen je waarneming beïnvloeden. Ik doe het werk waarvoor ik zelf heb gekozen en daarbij hoort professionele distantie. Maar toch. Wat mij ondanks mijn zelfopgelegde afstandelijkheid van mijn stuk bracht, was een dood katje, midden op de weg. De onverwachte confrontatie met dat arme beest bracht alle gruwelen die ik in mijn notitieblok genoteerd had tot hanteerbare proporties terug.'

Productkenmerken

ISBN 9789462493100
Auteur Kees Schaepman
Uitgever Walburg Pers B.V., Uitgeverij
Datum uitgave 20180601
Lengte (in mm) 230
Breedte (in mm) 150
Dikte (in mm) 19
Aantal pagina's 160

Recensie van klanten

Schrijf uw eigen recensie

U recenseert: Halabja

  •  
    1 ster
    2 sterren
    3 sterren
    4 sterren
    5 sterren
    Beoordeling

* Vereiste velden