Black overlay

Telefonisch bestellen

Graag telefonisch producten bestellen?

088 - 572 05 72 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice

Wilt u contact met onze klantenservice?

088 - 572 02 02 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice@nrcwebwinkel.nl

Harem

Ronald Giphart, Ronald Giphart

Besproken in NRC
3

Schrijf een recensie

Bindwijze: Paperback / softback
 15,00
Levertijd: 1-3 werkdagen
Verzendkosten: € 1,95 per bestelling

Besproken in NRC

Het humoristisch misverstand
Arjen Fortuin

Het humoristisch misverstand | 16 jan. 2015

3

Om alle goede romans kun je lachen, maar romans waar je heel veel om moet lachen worden vaak niet goed genoeg gevonden. Een schrijver met veel humor laadt de verdenking op zich dat hij de literatuur als een lachertje beschouwt: het humoristisch misverstand. Dat uit zich bijvoorbeeld in de aanbevelingen waarmee romans de wereld in worden gestuurd. ‘Tragikomisch’ kan nog net, ‘grappig’ is eigenlijk alleen geschikt voor een bundel columns en hoe hard je ook moet lachen, het L-woord dient op de achterflap tot elke prijs vermeden te worden. Dat is voor moppenboeken. En moppen zijn oppervlakkig.

Dat laatste is trouwens óók een misverstand: het vertellen van een mop is een literaire daad. Een goede mop steunt op precies hetzelfde soort verbeelding als een goede roman: verwondering over de merkwaardige tegenstellingen tussen droom en daad in een mensenleven, ongerijmde nieuwe associaties, absurde gedachten.

Schoolvoorbeeld van het humoristisch misverstand in de Nederlandse literatuur is het werk en de waardering van Herman Brusselmans (1957). In de eerste jaren van zijn schrijverschap werd de Vlaming in de armen gesloten als groot literair talent, als een nieuwe Reve (uit Gent). Helaas beantwoordde de nieuwe Reve niet aan de literaire verwachtingen, wat de oude Reve trouwens ook niet deed.

Brusselmans schreef tientallen romans, die steevast terugvielen op hetzelfde stramien: een man die rookte en bier dronk, zijn ambities was kwijtgeraakt (en stopte met drinken) en doorlopend op zoek was naar een beeldschoon meisje – om vervolgens in dat meisje diep teleurgesteld te raken. Zo ook in zijn nieuwe roman Poppy en Eddie en Manon, het vervolg op Poppy en Eddie. Hij verbluft vanaf het begin door de verrassing en timing van de non-events in de wereld van de hoofdpersoon. Weergaloos kan Brusselmans zijn lezers van het ene dwaalspoor op het andere zetten, bijvoorbeeld wanneer de held aan het begin van de roman besluit naar de film te gaan en hij moet kiezen. Er volgen uitgebreide, absurde samenvattingen van de films die hij niet bezoekt (The Secret of Mahmoud El Bazaz, Le grand écart du rive gauche, De binnenkant van de leegte, The Murder of President Kennedy), waarna hij geen woord wijdt aan de film die hij wél ziet (Jantje zoekt het geluk). Die aanpak houdt ergens het midden tussen een roman en een cabarettekst. En het is ook een verzadigende, en in zijn grilligheid voorspelbare tekst. Brusselmans schrijft meer dan een mens kan verstouwen. Vandaar dat hij langzaam uit de gratie is gegleden: van literair talent tot literair curiosum.

Nu is Herman Brusselmans niet de enige geestige schrijver van Nederland. Vier jaar geleden brak Ernest van der Kwast (1981) door met het onbedaarlijk grappige Mama Tandoori, een roman die gedragen werd door de uitzinnig onaangepaste moeder van de hoofdpersoon, maar die – je kon erop wachten – in de krant de kritiek kreeg dat Van der Kwast zo ver door ging met grappen maken, dat zijn verhaal maar niet pijnlijk wilde worden. Het oude verwijt (ik mag het zeggen want ik schreef het zelf op): het was zo grappig dat het oppervlakkig werd. Een vergelijkbaar lot trof Ronald Giphart (1965), die in zijn eerste boeken zijn komische talent de vrije loop gaf, al een jaar of vijftien geleden een ernstiger toon aansloeg, maar op zijn achterflap staat toch voor de zekerheid de aanprijzing (uit een recente recensie) dat hier sprake is van ‘een nieuw, ernstiger soort schrijverschap’. Misschien had een buikbandje ook gekund: ‘Dit is geen lolb(r)oek!’

Met hun nu verschenen nieuwe romans, De ijsmakers en Harem, hebben Van der Kwast en Giphart gehoor gegeven aan de lokroep van de ernst. Dat betekent niet dat er niets te lachen valt. Van der Kwast begint met een prachtige scène waarin de oude ijsmaker Giuseppe Talamini voor de televisie zijn hart verliest aan een kogelslingeraarster: ‘Niet huilen prinsesje’, zegt hij tegen de bronzen medaillewinnares op tv. ‘Niet verdrietig zijn, lieve, snelvoetige vrouw’. Je denkt terug te zijn in de wereld die wordt gedomineerd door een onberekenbare ouderfiguur, maar Van der Kwast schakelt al snel over op een ander register.

De ijsmakers is een familieroman, over de familie Talamini. De aartsvader ging eind negentiende eeuw de bergen in voor verse sneeuw, zodat hij in het dal roomijs kon maken en verkopen – honderd jaar later bestiert de familie een ijssalon in Rotterdam. Dan besluit Giovanni, de oudste zoon van de familie, dat hij meer van poëzie houdt dan van ijs – hij wordt iets belangrijks in de literaire wereld, overigens zonder zelf te dichten. Van der Kwast schakelt van de (leerzame, maar ook wat kitscherige) familieoverlevering naar de strubbelingen die ontstaan als Giovanni zegt uit het ijs te willen. Er volgt nog een kinderkwestie en een mooi (droevig) slot.

De ijsmakers is een goede roman, waar bij tweede lezing opvalt hoe doordacht het spel tussen de druk van de familie en het verlangen naar vrijheid is, in de verschillende generaties. Het verschil tussen de culturele wereld van Giovanni en zijn ijsmakende broer Luca wordt knap verbeeld, waarbij Van der Kwast er geen enkel misverstand over laat bestaan wie de dichter van de twee is: inderdaad, de ijsmaker. Hij schrijft toch al met meer poëzie over ijs dan over gedichten.

Hoe geslaagd de roman ook is, het is wel een beetje braaf boek geworden. Terugkerende motieven worden keurig benoemd, het tempo zakt soms in en in de afdeling liefde en lichamelijkheid gebeurt geen enkele keer iets verrassends. Weliswaar zorgt de vreemde vader (die door zijn echtgenote voor dement wordt gehouden) voor comic relief, maar naarmate De ijsmakers vordert, ga je verlangen naar iets of iemand die het verhaal op stelten zet.

Op zeer vergelijkbare manier verging het mij bij het lezen van Gipharts Harem, wat óók een soort familieroman is en óók een introductie in een andere kunstvorm – hier geen liefdesverklaring aan het ijs, maar aan de fotografie. De held van het verhaal is de wereldberoemde fotograaf McDonald (‘Mac’) Hope (een terugkerende naam in de familie, stammend van een voorvader die niet wist dat McDonald een achternaam was).

Verteller in Harem is Macs zoon Liam, die het leven van zijn vader reconstrueert vanaf diens eerste voorzichtige foto’s – en de voorzichtige verhouding met de echtgenote van zijn leermeester – tot diens leven in een commune-achtig postpunkhuis in het Stockholm van de jaren negentig. In een oude melkfabriek (De Melkerij) verzamelt Mac een groep kunstenaars om zich heen en vooral een gestaag aanwassende verzameling vrouwen, waar de roman zijn titel aan ontleent. Daar blijkt waar het Giphart in dat nieuwe ernstiger soort schrijverschap om te doen is. Niet zozeer in de samenklontering van seks en dood (daar schrijft hij al heel lang over), maar in de grote empathie waarmee hij over het ontstaan van de harem schrijft.

In het kort: Mac is gevallen voor de rondborstige, onberekenbare Freja. Zij raakt zwanger van hem, precies in de periode waarin hij ontdekt dat Freja een ander heeft: Macs eigen assistente Tilde. Wanneer Mac en Tilde een paar dagen weg zijn (en elkaar diep in de ogen hebben gekeken), betrappen ze Freja met de klusjesman. Daarop volgen twee mooie confrontaties. Eerst verdedigt Freja zich tegen de jaloerse verwijten van Tilde en Mac. Ze snapt niet wat het probleem is. ‘Hij was dat keukenblok aan het installeren, ik zette thee voor hem en hij maakte zo’n treurige indruk omdat hij net door zijn vriendin was gedumpt.’ En: ‘Ik was geil.’ Daarop volgt, uiteraard, de gezamenlijke wraak van Mac en Tilde, die dezelfde nacht met elkaar naar bed gaan en door Freja worden ontdekt. Op dat moment verwacht je dat zij tot de burgerlijkheid zal terugkeren, zal begrijpen wat ze heeft misdaan en kwaad zal worden. Die moralistische val weet Giphart knap te ontwijken. Hij laat Freja niets anders zeggen dan: ‘Mag ik bij jullie komen liggen?’ (En dat mag.)

Het is het hoogtepunt van de roman, die verder staat als een huis –, maar aan een vergelijkbare vorm van conventionaliteit lijdt als De ijsmakers. Giphart maakt grapjes op zijn tijd, maar heeft veel pagina’s nodig om de avonturen van zijn fotograaf realistisch uit de doeken te doen: alle vijf vrouwen in zijn leven hebben recht op een eigen introductie – en dan moeten er ook nog onderlinge verwikkelingen worden uitgewerkt. Dat wordt wat monotoon, waarbij ook de schokeffecten die Giphart gebruikt niet allemaal overtuigen. Zo wordt er minstens één schot te veel gelost.

De twee romans delen behalve een heilig ontzag voor kinderen, of eigenlijk voor ouderschap – vooral vakmanschap. Dat is bewonderenswaardig, maar doet je ook hevig verlangen naar iets verwarrends. Naar een grap waardoor het verhaal écht in de soep loopt. Natuurlijk valt er genoeg te lachen bij Giphart en Van der Kwast, maar de humor is hier, zoals het hoort, ondergeschikt aan het verhaal: de grappen zijn netjes ingekapseld. De lokroep van de ernst was luid en duidelijk – en de ernst was streng. Daarbij is iets verloren gegaan.

Humor dient om de zwakke plekken in vastgeroeste redeneringen bloot te leggen, om die dingen te ontregelen die door iedereen als vaststaand worden beschouwd – of de dingen die enkelen als absolute zekerheden aan hun medemensen willen opleggen. Dat politieke belang van de grap is sinds vorige week woensdag zo vaak benadrukt dat de vaststelling zelf een cliché dreigt te worden. Maar wat geldt voor de humor, geldt ook voor de literatuur. Die komt pas echt tot leven als zij dingen toont die de wereld uit zichzelf niet prijsgeeft: plotselinge dwarsverbanden of een totaal onverwacht gebrek aan samenhang. Zoals een echt geestige schrijver zijn eigen boeken juist uit hun verband kan trekken, kunnen die boeken dat met de werkelijkheid doen. En dan komen we ergens. Of nergens, zoals blijkt uit de sublieme mop die in Poppy en Eddie en Manon staat:

Sam en Moos lopen door de Kalverstraat. ‘Verdikkie,’ zei Sam, ‘waar is de Kalverstraat heen?’ ‘Daar zeg je wat,’ zegt Moos, ‘waar is die nou heen?’ Ze kijken om zich heen, en ondanks de aanwezigheid van de Kalverstraat concluderen ze: geen Kalverstraat te zien. Ze besluiten het te vragen aan de eerste de beste voorbijganger: ‘Meneer,’ zegt Sam, ‘weet u soms waar de Kalverstraat heen is?’

Dit is grote literatuur. Serieus: dit toont misschien wel precies wat literatuur is.

(Later blijkt de voorbijganger Filip de Winter te zijn, onderweg naar de oprichtingsvergadering van Nederlanders Pro Uitroeiing, waar Sam en Moos ook belanden en zo ouwehoert het nog 146 bladzijden voort, want de kern van de ongrijpbaarheid van Herman Brusselmans is dat hij zich nooit de mond laat snoeren.)

Productinformatie

Liam, de twintigjarige zoon van de wereldberoemde fotograaf McDonald Hope (roepnaam Mac), sluit zich op in een Zweedse boshut om zijn debuutroman te schrijven. Hoofdpersoon is zijn vader, die zelf nooit veel heeft losgelaten over zijn flamboyante verleden. Aan de hand van foto’s, geruchten en gesprekken komt Liam tot een wervelend verhaal over Mac en zijn Amsterdamse jeugd, een Zweedse punkband, de uitspattingen op de Melkerij (een ‘Factory’-achtig huis), het tragische lot van zijn beste vriend Hampus en uiteraard zijn legendarische harem. Harem is een virtuoze en ontroerende roman over liefde, vaderschap en de kracht van het woord. Ronald Giphart (1965) is een van Nederlands bekendste en meest geliefde schrijvers. Met Ik ook van jou, Giph, Phileine zegt sorry, Ik omhels je met duizend armen, Troost en IJsland wist hij meer dan een miljoen lezers te bereiken. Over zijn verhalenbundel De wake (2012) schreef Trouw: ‘Het beste uit zijn vroegere werk gecombineerd met een nieuw, ernstiger soort schrijverschap. [...] Een revival, gelouterd en beter.’

Productkenmerken

ISBN 9789057597138
Auteur Ronald Giphart, Ronald Giphart
Uitgever Podium b.v. Uitgeverij
Datum uitgave 20150114
Lengte (in mm) 200
Breedte (in mm) 135
Dikte (in mm) 32

Recensie van klanten

Schrijf uw eigen recensie

U recenseert: Harem

  •  
    1 ster
    2 sterren
    3 sterren
    4 sterren
    5 sterren
    Beoordeling

* Vereiste velden