Black overlay

Telefonisch bestellen

Graag telefonisch producten bestellen?

088 - 572 05 72 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice

Wilt u contact met onze klantenservice?

088 - 572 02 02 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice@nrcwebwinkel.nl

Jelle's weekdieren

Jelle Reumer

Besproken in NRC
4

Schrijf een recensie

Bindwijze: Paperback / softback
 17,95
Levertijd: 1-3 werkdagen
Verzendkosten: € 1,95 per bestelling

Besproken in NRC

De kolibrie is het summum van de evolutie
Marianne Vermeijden

De kolibrie is het summum van de evolutie | 15 mei 2015

4

De axolotl is de Oblomov onder de amfibieën. Hij doet geen moer, leunt wat tegen een waterplant, hapt eens naar lucht en als er iets eetbaars voorbij drijft moet zijn spijsvertering daar een dag van bijkomen. Hij ziet er frontaal gezien uit als een Walt Disney-creatie, een platgedrukt bolletje met twee handjes, wat uitsteeksels en slaperige oogjes. In het wild kom je geen axolotl meer tegen, maar de soort wordt nog wel gekweekt. Een foto van het beestje siert de omslag van Jelle’s weekdieren, een bundel met de columns die Jelle Reumer – bioloog, directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam en straks hoogleraar ‘Vertebrate Paleontology’ aan de Universiteit van Utrecht – voor de Trouw van zaterdag schrijft.

Schattig die axolotl, zult u zeggen, maar dat is niet alles. Het dier beschikt over een enorme regeneratiekracht. Afgebeten poten of kieuwen groeien gewoon weer aan. Hoe dat zit? Ja, wie daar achterkomt doet een ‘Nobelprijswaardige ontdekking’, waar de beschadigde mens veel baat bij zou hebben.

Reumer voert steeds een ander dier op: een teek, een olifant, een kwal, een hamster. Nieuws over een aangespoelde bultrug, een verdwaalde vos of een doodgeschoten giraffe kan zijn keuze bepalen, maar ook een vakbladverhaal, een eigen opgraving of belevenis. Geestig en erudiet onthult hij dan iets over de beestensoort waar de leek wijzer en vaak ook blijer van wordt. Over het mannetjes-zeepaardje bij voorbeeld, dat de eitjes in zijn buidel krijgt toegestopt door zijn vrouwtje. Hij broedt ze uit – en zij kan intussen de beest uithangen. Over een keverlarve die slakkenhuisjes binnenglipt om de eigenaar op te peuzelen, Of over de soepkraai, die op uitnodiging van de Wildbeheereenheid Drachten een dag lang ‘als kleiduif’ uit de lucht mag worden geschoten. Reumer vergelijkt dat evenement met het ‘katknuppelen en gans- of palingtrekken’ van weleer. Goed, die ‘zwartrokken’ mogen dan schade aanrichten aan landbouw en fauna, maar kunnen die ‘schietgrage kraaiknallers’ in Drachten misschien het fatsoen opbrengen om de vogel niet in maar buiten het broedseizoen te schieten, vraagt Reumer zich af.

Interessant ook zijn de cijfers die je verstrooid in de columns tegenkomt: Nederland telt tachtig soorten libellen. In Amerika lopen na de massaslachting van de bizons omstreeks 1890 weer een half miljoen exemplaren rond. In Europa zijn in vijftien jaar ruim zesduizend makaken voor geneesmiddelenonderzoeken gebruikt. ken.

Tegenover die misère staat dan weer het wonder van de kolibrie, Reumers ‘absolute favoriet’, [...], ‘het summum van de evolutie’, ‘de kroon op de schepping’, want dat glamourous ogende en rap vleugelklappende vogeltje is ‘de kleinste nog levende dinosaurus’. Menige dino mag dan mede door de film Jurassic Park in ons brein monsterlijke proporties hebben aangenomen, de meeste soorten waren veel kleiner. En na de botsing met die meteoriet, zo’n 66 miljoen jaar geleden, stierven de mastodonten uit, maar bleven die kleinere gevederde dino’s, de vogels, overeind. De kolibrie is hun nakomeling, samen met tweepotigen als de kip en de kalkoen. En daar is keihard bewijs voor: Chinese fossielen van een negen meter lang monster als de Yutyrannus tonen dat die geheel bedekt was met kuikendons.

De minotaurusmot, de naakte molrat, de bladstaartgekko en zoveel andere ‘weekbeesten’ worden op deze plek verwaarloosd, maar gelukkig niet in dit onderhoudende boekje.

Productinformatie

De geweldig saaie maar ook ontzettend interessante axolotl, het nare maar toch zeer geliefde lieveheersbeestje, de wonderlijke seksuele aantrekkingskracht van de minotaurusmot, de ernstig bedreigde bladstaartgekko en het bijzonder geëmancipeerde zeepaardje: deze en nog veel meer dieren passeren de revue in 'Jelle's weekdieren'.

Op de van hem bekende enthousiaste en vermakelijke wijze beschrijft bioloog Jelle Reumer bizarre, eetbare, zielige, zeldzame en andere beesten, met oog voor pikante details. Reumer heeft een groot talent om in een korte schets met een hoog informatiegehalte een dier te typeren op een grappige, soms hilarische, soms filosofische wijze, waarbij grote thema's van het leven niet geschuwd worden. Samen geven ze een prachtig beeld van de enorme diversiteit aan dieren met hun specifieke eigenschappen en eigenaardigheden, waarin we onszelf maar al te gemakkelijk kunnen herkennen.
'Jelle's weekdieren'is een bundeling van speciaal voor dit boek bewerkte columns, eerder verschenen in Trouw.
*
Jelle Reumer is bioloog en directeur van Het Natuurhistorisch Museum Rotterdam. Hij is tevens hoogleraar paleontologie in Utrecht , columnist in Trouw en auteur van diverse boeken op het gebied van evolutie en (stads)natuur. Samen met Martijn van Calmthout schreef hij 'Nobel op de kaart. Op zoek naar de Nederlandse Nobelprijswinnaars van vroeger en nu'.

Productkenmerken

ISBN 9789088030642
Auteur Jelle Reumer
Uitgever Schuyt Nederland
Datum uitgave 20150316
Lengte (in mm) 210
Breedte (in mm) 135
Dikte (in mm) 15
Aantal pagina's 176

Recensie van klanten

Schrijf uw eigen recensie

U recenseert: Jelle's weekdieren

  •  
    1 ster
    2 sterren
    3 sterren
    4 sterren
    5 sterren
    Beoordeling

* Vereiste velden