Black overlay

Telefonisch bestellen

Graag telefonisch producten bestellen?

088 - 572 05 72 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice

Wilt u contact met onze klantenservice?

088 - 572 02 02 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice@nrcwebwinkel.nl

Maans stilte

Arie Storm, Arie Storm

Besproken in NRC
3

Schrijf een recensie

Bindwijze: Paperback / softback
 16,95
Levertijd: 1-3 werkdagen
Verzendkosten: € 1,95 per bestelling

Besproken in NRC

De universiteit als bloedplaats
Arjen Fortuin

De universiteit als bloedplaats | 29 mei 2015

3

‘Vrije Universiteit ontslaat moordende professor’ kopt een krant op de eerste pagina’s van de nieuwe roman van Nachoem M. Wijnberg (1961), Alle collega’s dood. De geweldige beginzinnen van deze uitzonderlijke academische vertelling hebben we dan al gelezen: ‘Alle studenten gelukkig, alle collega’s dood. Of denk ik dat beter is: alle collega’s dood, alle studenten zo tevreden en stil dat je je makkelijk kunt vergissen als je gevraagd wordt of ze nog in leven zijn. Hij denkt niet dat het veel uitmaakt, zolang het maar geregeld is met de collega’s.’

In het vrijwel tegelijkertijd verschenen Maans stilte van Arie Storm (1963) lijkt er inderdaad ‘iets geregeld’ te zijn met de collega’s. Met de baas van hoofdpersoon August Voois, om precies te zijn. In het hoofdgebouw van de Vrije Universiteit is op een morgen het volgende te zien: ‘een verder lege lift met daarin het bewegingloze lichaam van Eddie Maan, dat in een rare knik half op de vloer en half tegen de achterwand had gelegen, met uit zijn schedel bloed dat, als betrof het een horrorfilm, nog tevoorschijn kwam gutsen, bloed, vérs bloed, gutsen’. Daarna verdwijnt het lijk overigens weer.

De voormalige ivoren toren van de wetenschap druipt dus van het bloed, althans in deze twee universiteitsromans. De auteurs spreken uit ervaring: Storm (1963) werkte enkele jaren als docent creatief schrijven aan de VU. Wijnberg, nu hoogleraar Cultureel Ondernemerschap en Marketing aan de Universiteit van Amsterdam, combineert al 25 jaar een academische loopbaan met literatuur, die hem onder meer de VSB Poëzieprijs opleverde. Het verschil aan betrokkenheid toont zich in de romans. Storm laat zijn hoofdpersoon als een verstoorde toerist door de universiteit lopen. Wijnberg (1961) schrijft van binnenuit, waarbij zijn blik zo absurdistisch is, dat het effect buitengewoon vervreemdend is.

Wijnberg beschrijft in Alle collega’s dood een groep academici aan de Universiteit van Amsterdam, bestaand uit een promovendus (de verteller), enkele hoogleraren (‘de Janprofessor’ en ‘Grote Wanja’) en een trits vrouwen die geregeld met hen samenkomen en ‘de Fanclub’ worden genoemd. Af en toe gaan er kleren uit, zij het niet noodzakelijk die van de vrouwen. Ook sterven er collega’s. Een heel strakke lijn is er niet te vinden in Alle collega’s dood. De bijeenkomsten van de Fanclub hebben iets van een geheim genootschap zonder concrete missie. Er wordt Italiaans geleerd, men praat over relaties en de hoofdpersoon krijgt als taak om door hem ‘de doden te laten spreken’. Overzichtelijkheid is niet Wijnbergs ding – dat is het ook nooit geweest. Hij bedrijft impliciete satire, door aanduidingen als ‘de Persoonlijkheidstestprofessor’, maar net als je gewend bent aan de algehele onthechtheid, sluit hij af met een kraakhelder relaas over een op academisch leven en dood uitgevochten conflict in een Rotterdamse vakgroep – vast uit het leven gegrepen.

Belangrijker dan de grote lijn is dat Wijnberg kan schrijven met a touch of genius. Zo krijgt een betoog van de ‘Janprofessor’ over de geldvoorraad en kortlopende leningen een plotselinge draai naar Emily Dickinson (‘I gave Myself to Him/ And took Himself, for Pay/ The solemn contract of a Life Was ratified, this way’), culminerend in de superieure observatie: ‘Maar afgezien van Emily Dickinson en twee of drie anderen is de economie van de ziel een verwaarloosd veld, ook omdat de ziel door de meeste onderzoekers zo armzalig gedefinieerd wordt, áls ze die al definiëren,’

Flexplekken

Arie Storm houdt het in Maans stilte overzichtelijker, zeker aan de oppervlakte. Zijn roman begint als een eenvoudige satire, waarin hij de draak steekt met de universiteit, de flexplekken en (vooral) de mensen die er werken. Zoals Storm in zijn vorige roman, Luisteren hoe huizen ademen, zijn collega’s van de Tros Nieuwsshow op de korrel nam (wat hem daar zijn recensentenbaantje kostte), neemt hij nu, zonder ze bij naam te noemen, onder anderen critica Elsbeth Etty en schrijver Ronald Giphart op de korrel. De VU hangt vol met zijn posters: ‘ de studenten hadden er prompt geen idee van wie de lelijke, oude, brildragende kerel was’. Voor de kenner van het literaire wereldje worden er meer mensen herkenbaar opgevoerd, onder wie de in de lift aangetroffen hoogleraar Eddie Maan. Aan de hand van die ogenschijnlijke moord leidt Storm ons een soort anti-detective binnen, waarbij hoofdpersoon August Voois er hinder van ondervindt dat hij in een aantekeningenboekje een ‘dodenlijst’ bijhoudt met Maan op de tweede plaats, direct achter Voois’ hysterische schoonmoeder. In Voois’ wereld zijn intussen nogal wat tekenen van een crisis aan te wijzen: zijn belangstelling voor de mooie en intelligente studente Li, de mijmeringen van zijn vrouw over Augusts gewichtstoename bij het verstrijken van de tijd en de observatie dat Voois een man zonder gevoelens lijkt – een verwijzing naar een van Storms beste romans, Gevoel (2004).

Genoegen

Wie het werk van Arie Storm een beetje kent, weet dat hij de whodunnit al snel zal laten voor wat die is: net als Wijnberg is hij een schrijver die er een groot genoegen in schept om de eindjes niet aan elkaar te knopen. Dus is na 150 pagina’s onduidelijk wat er nu eigenlijk is gebeurd – het lijk van Maan is niet meer opgedoken.

Wat wél duidelijk is, is dat August Voois na zijn avonturen aan de universiteit terug zal keren naar zijn schrijversbestaan. Dat maakt hem diep gelukkig: kennelijk is het universitaire bestaan een lijdensweg geweest. Hij stelt zich zijn wederopstanding voor, als een rups die in een vlinder verandert, ‘terug naar de vlinder die hij ooit was, zoölogisch klopte het misschien niet helemaal, maar hij stelde het zich heel concreet voor, het opduwen van de oogsprieten, het verpulveren van de vetcellen tot iriserend vleugelpoeder, het kraken van de paarlemoeren schede, en daar is hij, August, wankelend op haardunne, kleverige poten, dronken, hijgend, verblind door het licht, maar al snel weer wennend, en scherp uit zijn ogen loerend.’

De vertedering waarmee de auteur hier zijn hoofdpersonage beziet doet wat potsierlijk aan, zeker in vergelijking met de verbale agressie die anderen in Maans stilte ten deel valt. Maar dat is Storm vergeven: soms is er een grote omweg nodig om een groot ongeluk aan te duiden. Wat dat betreft kun je deze twee buitenissige universitaire romans óók zien als een bevestiging dat niet de hele universiteit door rendementsdenkers is overgenomen: nu maar hopen dat ze ook onder werktijd de collega’s af en toe op het verkeerde been kunnen zetten.

Productinformatie

Als de liftdeuren in de hal van een groot universiteitsgebouw zich openen, is August Voois, docent Creative Writing, er getuige van dat hoogleraar Eddie Maan dood in de lift ligt. Het merkwaardige is dat het lichaam even later, als de deuren opnieuw opengaan, is verdwenen en zelfs geheel spoorloos blijkt te zijn. Eddie Maan was gehaat aan de universiteit, maar had iemand genoeg redenen om hem te vermoorden? Maans stilte heeft de spanning van een thriller, maar is tevens een intrigerende roman waarin sterven, trouw en eenzaamheid een belangrijke rol spelen. Wat betekent het om te leven en wat om te sterven? En wat betekent het om gehaat of geliefd te zijn? Arie Storm publiceerde eerder onder andere de romans Afgunst, Gevoel en Luisteren hoe huizen ademen. Over Luisteren hoe huizen ademen: 'Hij geeft het alledaagse een bijna mystieke lading. Een van de ongewoonste romans die dit jaar in Nederland verschenen.' JOOST DE VRIES, DE GROENE AMSTERDAMMER 'Kostelijke roman van een diepgekwelde, grillige schrijver.' JEROEN VULLINGS, VRIJ NEDERLAND 'Een rijke roman.' PERSIS BEKKERING, DE VOLKSKRANT

Productkenmerken

ISBN 9789044627763
Auteur Arie Storm, Arie Storm
Uitgever Prometheus
Datum uitgave 20150501
Lengte (in mm) 200
Breedte (in mm) 123
Dikte (in mm) 15
Aantal pagina's 200

Recensie van klanten

Schrijf uw eigen recensie

U recenseert: Maans stilte

  •  
    1 ster
    2 sterren
    3 sterren
    4 sterren
    5 sterren
    Beoordeling

* Vereiste velden