Black overlay

Telefonisch bestellen

Graag telefonisch producten bestellen?

088 - 572 05 72 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice

Wilt u contact met onze klantenservice?

088 - 572 02 02 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice@nrcwebwinkel.nl

Macht en Verbeelding

Femke Halsema

Besproken in NRC
3

Schrijf een recensie

Bindwijze: Paperback / softback
 4,95
Levertijd: 1-3 werkdagen
Verzendkosten: € 1,95 per bestelling

Besproken in NRC

Progressieven moeten het nationalisme kapen
Bernard Hulsman

Progressieven moeten het nationalisme kapen | 16 apr. 2018

3

Nationalisme kan voorzien in de behoefte aan gemeenschappelijke waarden. Maar dan moet het wel een nieuwe inhoud krijgen, betoogt Femke Halsema in haar essay voor de Maand van de Filosofie.

Progressief Nederland heeft zich zijn erfenis laten afnemen, schrijft Femke Halsema, ex-leider van Groen Links, in Macht en verbeelding. Essay voor de maand voor de filosofie. In navolging van Merijn Oudenampsen in zijn recente proefschrift The conservative embrace of progressive values stelt Halsema vast dat waarden als vrijheid, gelijkwaardigheid en openheid die in de jaren zestig en zeventig golden als progressief (een begrip dat ze veel vaker gebruikt dan links), zijn gekaapt door Nieuw Rechtse politici als Geert Wilders. Een zekere hypocrisie is hun daarbij niet vreemd, stelt ze vast: ‘Deze waarden lijken niet om zichzelf te worden nagestreefd, maar vooral instrumenteel en met effectbejag ingezet te worden tegen moslims. Daarbij worden progressieve politici geregeld geportretteerd als verraders van die waarden, wanneer zij niet bereid blijken om bijvoorbeeld een algemeen verbod op hoofddoekjes te steunen.’

Het is daarom de hoogste tijd dat progressief Nederland iets terugkaapt waarop Nieuw Rechts tot nu het monopolie heeft: nationalisme. Zeker na 1945 verwerpen progressieven nationalisme, maar dat is niet terecht, zo betoogt Halsema met een beroep op het werk van onder anderen de Amerikaanse filosoof Richard Rorty. Nationalisme is niet per se een reactionair verschijnsel, vindt ze, en kan voorzien in de behoefte aan gemeenschappelijke waarden waarnaar de tot consumenten gereduceerde burgers snakken in het neoliberale tijdperk. De nationale identiteit is namelijk een product van de verbeelding, ‘een constructie in gezamenlijk bewaarde herinneringen’ en nationalisme is daarom ‘verenigbaar met progressieve waarden zoals openheid, tolerantie of kosmopolitisme’.

In wezen is Halsema’s essay niet meer dan een pleidooi om de culturele waarden van ‘progressief Nederland' te verheffen tot nationale waarden. Maar op de vraag hoe dit nieuwe nationalisme zich dan verhoudt tot globalisering, het belangrijkste wereldwijde verschijnsel sinds de val van de Muur in 1989 met de trits openheid, tolerantie en kosmopolitisme als dominante waarden, gaat ze niet in. Ook wijdt ze geen woord aan het mogelijke verband tussen de tweelingfenomenen globalisering-neoliberalisme en onbehagen-nationalisme in veel westerse landen. Integendeel, tegenover het pessimisme van politici als Baudet stelt ze dat Nederland nu welvarender is dan ooit en noemt ze het ‘vreemd’ dat hun onheilsprofetieën zo populair zijn.

Het geruchtmakende Kapitaal in de 21ste eeuw van de Franse econoom Thomas Piketty en vele economische rapporten waaruit blijkt dat de economische ongelijkheid in de westerse landen steeds groter en problematischer wordt, speelt dan ook geen enkele rol in Halsema’s analyse van het Nederlandse onbehagen en de opkomst van Nieuw Rechts. Ze lijkt te zijn vergeten dat behalve spreiding van kennis en macht ook spreiding van inkomen een speerpunt was in het beleid van het roemruchte progressieve kabinet-Den Uyl en dus ook deel uitmaakt van de erfenis van de jaren zestig en zeventig. Zo blijft Macht en verbeelding steken in cultuurfilosofische beschouwingen, die slechts het halve verhaal zijn of nog minder.

Productinformatie

Essay bij De Maand van de Filosofie 2018. Het utopisch denken van de jaren zestig belandde de afgelopen decennia in het verdomhoekje van grootheidswaan en totalitair verlangen. Maar de laatste jaren keren utopische vergezichten weer voorzichtig terug aan de horizon van de politiek. Femke Halsema laat in dit essay zien dat sinds de jaren tachtig de politiek technocratisch en repressief is geworden. Aan de hand van werk van filosofen als Richard Rorty en Hannah Arendt pleit ze vurig voor een terugkeer van idealisme, verbeelding en hoop in de politiek. FEMKE HALSEMA (1966) is publicist, programmamaker en bestuurder. Van 1998 tot 2011 was ze Tweede Kamerlid voor GroenLinks en in de twee jaar daarna bijzonder hoogleraar in Tilburg en Utrecht. Ze is voorzitter van de Vereniging Gehandicapten zorg Nederland, de Weekblad Pers Groep en het Aidsfonds, en ze leidt de vierjaarlijkse evaluatie van de rechterlijke macht. De afgelopen jaren maakte ze de documentaireserie Seks en de Zonde, over de positie van vrouwen in de islam, bedacht ze de politieke dramaserie De Fractie en schreef ze voor De Correspondent en de Volkskrant. Met haar theatercollege over de Nederlandse identiteit reist ze door het land. Van haar hand verscheen eerder Nergensland (2017), Pluche (2016), David en Goliath 2.0 (2012, oratie), Zoeken naar vrijheid (2010) en Geluk!(2008).

Productkenmerken

ISBN 9789047710479
Auteur Femke Halsema
Uitgever Lemniscaat B.V., Uitgeverij
Datum uitgave 20180404
Lengte (in mm) 216
Breedte (in mm) 143
Dikte (in mm) 9

Recensie van klanten

Schrijf uw eigen recensie

U recenseert: Macht en Verbeelding

  •  
    1 ster
    2 sterren
    3 sterren
    4 sterren
    5 sterren
    Beoordeling

* Vereiste velden