Black overlay

Telefonisch bestellen

Graag telefonisch producten bestellen?

088 - 572 05 72 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice

Wilt u contact met onze klantenservice?

088 - 572 02 02 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice@nrcwebwinkel.nl

Toen de katholieken Nederland veroverden

Frans Verhagen, Frans Verhagen

Besproken in NRC
3

Schrijf een recensie

Bindwijze: Paperback / softback
 33,50
Levertijd: 1-3 werkdagen
Verzendkosten: € 1,95 per bestelling

Besproken in NRC

‘Komt tijd, komt raad’
Jos Palm

‘Komt tijd, komt raad’ | 12 feb. 2016

3

Een onverwacht gevolg van het algemeen kiesrecht was dat het calvinistische driesnoer van God, vaderland en Oranje werd opgefleurd met een katholieke premier, de verre voorloper van Lubbers en Van Agt. Het was 1918 en voor het eerst mocht het volk meestemmen. De burgerpartijdige liberalen verloren verpletterend en de protestanten wonnen redelijk, daar was op gerekend.

Die uitslag was een donderslag: bijna een op de drie parlementariërs was voortaan van paapse huize. En dan kwam de leiding van het land ook nog eens in handen van een telg uit een geslacht van adellijke tofelemoonse beroepsbestuurders, een Limburger. Achter zijn benoeming zat een priester-parlementariër die al konkelend de Kamer naar zijn roomse pijpen en boordje liet dansen.

Het vaderland dreigde kortom politiek verroomst te worden. Dat was een schok in een samenleving waar katholieken golden als Rome-getrouwe fundamentalisten. Het enige voordeel was dat zo de ‘rooien’, die ook veel gewonnen hadden, buiten de deur werden gehouden. ‘Boven de nok van dit kabinet waait de pauselijke wimpel’, schreef de antirevolutionaire satraap Abraham Kuyper bij het aantreden van de rooms-christelijke ploeg. En ook koningin Wilhelmina had zo haar aarzelingen.

Straatnamen

Jonkheer Charles Ruijs de Beerenbrouck (1873-1936), Nederlands eerste katholieke premier, was echter een zegen voor de natie. Dat is wat zijn biograaf Frans Verhagen wil laten zien in zijn proefschrift over zijn vergeten hoofdpersoon, die alleen nog in straatnamen voortleeft.

Zijn onderzoek is geen makkelijk karwei geweest. Ruijs liet amper persoonlijke sporen na. Hij voerde drie kabinetten aan en deed dat bekwaam, maar niet sprankelend. Hij was geen politiek niemendal, zoals vaak is beweerd, en evenmin was hij een reus, zoals de roomsen zich voorhielden. Ruijs was Ruijs, de juiste man op de juiste plaats in de juiste tijd. Dat toont deze biografie, die je door een woud van grotere en kleinere politieke vuiligheden, allerhande Haagse handigheden en ogenschijnlijke onnozelheden voert, allemaal samengebald in de hoofdpersoon. ‘Komt tijd, komt raad’ was zijn tegeltjeswijsheid en politieke leidraad. Aan hem kleefde een schijnbare zorgeloosheid, een zeldzaamheid in de Nederlandse politiek, en welhaast een katholieke kwaliteit, die in Lubbers haar perfectie vond (niet toevallig was Ruijs zijn favoriete politicus).

Onder Ruijs kreeg het vaderland on-Nederlands veel te verstouwen aan opstandigheid. Er was een oproer van soldaten op de Harskamp, door heethoofden in de pers aangezien voor een Veluwse variant van de soldatensovjets. Vervolgens riep Troelstra in 1918 twee keer de revolutie uit: een maal in Rotterdam, waarop zijn toehoorders naar huis en naar bed gingen in afwachting van de gebeurtenissen, en een maal in het parlement, waar zijn sociaal-democratische vrienden hem bij zinnen probeerden te brengen. Ruijs bleef kalm en verklaarde dat in deze tijden ‘een regeerder rustig moet zijn’. Hij verhoogde het broodrantsoen voor de armen en liet weten dat de regering niet zou wijken. Daarmee was het klaar, de tijd zou zijn werk doen, wist, hoopte en gokte hij.

Sussen, bijsturen, rekken en er bijblijven, was zo ongeveer de methode Ruijs en ook zijn credo. Het hielp zijn kabinet door de crisis van de Vlootwet heen – een door een Kamermeerderheid afgestemde extra uitgave voor uitbreiding van de vloot. Het deed zijn derde kabinet in de jaren dertig de economische crisis en de kritiek op z’n bezuinigingsbeleid overleven (’wie brengt de honger in ons huis,... ? Ruijs! Ruijs! Ruijs!’). En zelfs de muiterij op het oorlogsschip De Zeven Provinciën kostte Ruijs niet de kop, ondanks de kritiek van ‘Torpedo Colijn’, op het niet onmiddellijk doen kelderen van dat zootje.

Naarmate je in deze biografie vordert, denk je steeds vaker: of Ruijs er nou wel of niet zat, het maakte niet zoveel uit, de gebeurtenissen hadden toch wel hun relatief rimpelloze verloop gehad. Onduidelijk is of dat de verdienste is van Ruijs of van zijn biograaf. Ruijs lijkt de premier van het kleine verschil. Dat komt door zijn onvermogen tot grote woorden. maar ook doordat Verhagen veel naar binnengekeerde parlementaire informatie geeft en weinig omgevingsgeschiedenis. We weten eigenlijk niet zo goed wat Ruijs nou presteerde, behalve dat hij niet weg te branden was toen hij er eenmaal zat.

Onzichtbaarheid

Ruijs was de eerste premier van alle Nederlanders na de eerste verkiezingen voor alle Nederlanders. Dat was hij onder meer door het invoeren van een fatsoenlijke sociale wetgeving onder leiding van zijn vriend-vijand, de roomse minister Aalberse, en door het pacificeren van het anti-paapse sentiment. Ruijs legde dankzij zijn betrekkelijke onzichtbaarheid het fundament voor opeenvolgende confessionele regeringen.

Dat zulks een prestatie was, maakt Verhagen duidelijk. Zelfs Wilhelmina moest erkennen dat er acceptabele papen bestonden. Vlak na haar eerste ontmoeting met Ruijs schreef ze: ‘Hij heeft zich aardig ontwikkeld. Hij gaat steeds meer Nederlands denken en voelen, ik bedoel, zoals wij in de harten des lands plegen te doen.’

Productinformatie

Charles Ruijs de Beerenbrouck legde in het interbellum de basis voor het Nederlandse politieke bestel van de twintigste eeuw. Een stevige biografie over de eerste katholieke minister-president van ons land. Tussen 1918 en 1994 zaten er rooms-katholieken in alle Nederlandse kabinetten. Het fundament voor die machtspositie werd gelegd door Charles Ruijs de Beerenbrouck, in 1918 de eerste katholieke minister-president van Nederland. Als gewiekst en soms genadeloos politicus wist hij die functie elf jaar te vervullen, langer dan bijvoorbeeld Colijn. Deze biografie plaatst Ruijs in zijn katholieke en Limburgse omgeving, in de Haagse politiek en in de Nederlandse geschiedenis. Ruijs pareerde de 'revolutiepoging' van Troelstra in 1918, legde de basis voor de Nederlandse verzorgingsstaat en consolideerde de verzuiling. Als voorzitter organiseerde hij de RKSP als een werkelijke volkspartij. Ruijs was een van de machtigste politici van het interbellum. Frans Verhagen studeerde rechten, sociologie en internationale betrekkingen. Hij schreef eerder een biografie van Abraham Lincoln en meerdere boeken over Nederlandse integratie.

Productkenmerken

ISBN 9789089536570
Auteur Frans Verhagen, Frans Verhagen
Uitgever Uitgeverij Boom
Datum uitgave 20151015
Lengte (in mm) 231
Breedte (in mm) 150
Dikte (in mm) 30
Aantal pagina's 350

Recensie van klanten

Schrijf uw eigen recensie

U recenseert: Toen de katholieken Nederland veroverden

  •  
    1 ster
    2 sterren
    3 sterren
    4 sterren
    5 sterren
    Beoordeling

* Vereiste velden