Black overlay

Telefonisch bestellen

Graag telefonisch producten bestellen?

088 - 572 05 72 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice

Wilt u contact met onze klantenservice?

088 - 572 02 02 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice@nrcwebwinkel.nl

Waterloo

Jurriën de Jong, Ben Schoenmaker, Jeroen van Zanten

Besproken in NRC
4

Schrijf een recensie

Bindwijze: Paperback / softback
 20,90
Levertijd: 1-3 werkdagen
Verzendkosten: € 1,95 per bestelling

Productinformatie

Op 18 juni 2015 is het tweehonderd jaar geleden dat Napoleon zijn Waterloo vond. Over de strijdzijn talloze Engelse, Franse en Duitse boeken, films en documentaires verschenen. In België en Nederland is de aandacht voor de slag bij Waterloo altijd veel geringer geweest. Dat is vreemd, want ook Belgen en Nederlanders vochten mee en hun aandeel was belangrijker dan men vaak denkt. In dit rijk geïllustreerde boek wordt hun verhaal verteld. Jurriën de Jong is historicus en werkzaam bij het Centraal Bureau voor de Statistiek. Prof.dr. Ben Schoenmaker is verbonden aan het NIMH en de Universiteit Leiden en is gespecialiseerd in negentiende- en twintigste-eeuwse militaire geschiedenis. Jeroen van Zanten is universitair docent Nederlandse geschiedenis aan de UvA. Hij schreef eerder de biografie over koning Willem II.

Productkenmerken

ISBN 9789089534743
Auteur Jurriën de Jong, Ben Schoenmaker, Jeroen van Zanten
Uitgever Uitgeverij Boom
Datum uitgave 20150615
Lengte (in mm) 231
Breedte (in mm) 149
Dikte (in mm) 24
Aantal pagina's 240

Besproken in NRC

Bart Funnekotter

Waterloo is nog lang niet voorbij | 12 jun. 2015

4

Daar kwamen de Fransen! Het was 18 juni 1815 rond half twee ’s middags en uit de kruitdampen doemde een zee van blauw-witte uniformen op. Duizenden mannen marcheerden onverstoorbaar voorwaarts, ondanks dat ze door kanonnen onder vuur werden genomen. Kapitein Van Bronkhorst van het Nederlandse 7de Bataljon Nationale Militie zag ze op zich afkomen. Hij was onder de indruk van de Franse standvastigheid, schreef hij later aan zijn vrouw. ‘Weldra zag men ze in stormpas de hoogte over gaan waar onze brigade in eerste lijn lag. Het was onmogelijk die eerste schok op te vangen. Wij ontvingen bevel terug te trekken achter de Engelse troepen die in de tweede lijn lagen. Op die momenten leden we aanzienlijke verliezen.’

Van Bronkhorst schetste in zijn brief een omstreden fase uit de Slag bij Waterloo. Hij berichtte over orders om zijn positie te verlaten, maar sommige Britten beschouwden het optreden van hun Nederlandse bondgenoten als een ordinaire vlucht – en dat terwijl ze zich twee dagen eerder bij Quatre Bras ook al te schande hadden gemaakt.

De belangrijkste aanklager was de militair en historicus William Siborne, die in 1844 in zijn op basis van ooggetuigenverslagen samengestelde History of the War in France and Belgium in 1815 ongenadig de staf brak over de prestaties van de Nederlandse eenheden en hun aanvoerder, prins Willem van Oranje, de latere koning Willem II. Hierop klommen woedende Nederlandse auteurs, gekrenkt in hun nationale trots, in de pen om het vaderlands blazoen te zuiveren. Een heuse Historikerstreit was geboren.

Laatste woord

Anderhalf eeuw later zijn de gemoederen aanzienlijk bedaard, maar over de rol van de Nederlanders tijdens de Slag bij Waterloo is nog altijd het laatste woord niet geschreven. Volgende week wordt het tweede eeuwfeest van Napoleons ultieme nederlaag gevierd en zoals te verwachten viel, verschijnen rondom dit lustrum een flink aantal boeken over de beroemdste veldslag uit de geschiedenis. Van deze oogst biedt Waterloo. 200 jaar strijd van Jurriën de Jong, Ben Schoenmaker en Jeroen van Zanten een goed overzicht van de aanloop naar de slag, de krijgshandelingen en de (politieke) nasleep ervan.

De auteurs besteden uiteraard veel aandacht aan de belevenissen van de Nederlanders, maar beperken zich niet tot het nationale perspectief. Ook de Fransen, Britten en Pruisen komen aan bod. We volgen hun voorbereidingen op de oorlog van honderd dagen die losbarstte nadat Napoleon van Elba was ontsnapt en heel Frankrijk zich aan zijn voeten wierp. De keizer trok begin juni de grens met België over om daar de geallieerde legers één voor één te verslaan en door te stoten naar Brussel.

Op 16 juni vonden bij Ligny en Quatre Bras de eerste veldslagen plaats, waar de Fransen tegenover respectievelijk de Pruisen en de Nederlanders en Britten stonden. De Nederlanders, onder de prins van Oranje, wisten het kruispunt op de weg naar Brussel net op tijd te bezetten en de Fransen tegen te houden tot Britse versterkingen de aanval definitief tot staan konden brengen. De Jong c.s. loven de ‘voortvarende aanpak’ van Nederlandse generaals Perponcher en Constant Rebeque en spreken van een ‘schril contrast met de afwachtende houding’ van de hertog van Wellington, de geallieerde opperbevelhebber. Pak aan, Siborne!

Twee dagen later bewees de hertog bij Waterloo echter zijn standvastigheid door Napoleons aanval te weerstaan en de keizer samen met de Pruisen, die aan het eind van de dag verschenen, van het slagveld te verdrijven. De gevaarlijke situatie die ontstond na de vlucht/terugtocht van de Nederlandse brigade in Wellingtons centrum, werd met een woeste charge van de Britse cavalerie onschadelijk gemaakt.

Het boek van De Jong c.s. is, omdat het net zoveel ruimte geeft aan de aanloop en nasleep van de gevechtshandelingen, noodzakelijkerwijs bondig in de beschrijvingen van de strijd. Wie een minutieuze reconstructie wil van wat er op de slagvelden gebeurde, kan zich daarom beter wenden tot Waterloo. Four Days that Changed Europe’s Destiny van Tim Clayton. Deze Britse historicus is erin geslaagd een gedetailleerd en toch bijzonder goed leesbaar boek te schrijven over Waterloo en de voorafgaande slagen bij Quatre Bras en Ligny. Het is op dit moment het beste eendelige overzicht van de campagne.

Claytons proza is fris en wordt niet gekleurd door Britse heldenverering. Integendeel, hij wuift vooral de Pruisen, die er in de Angelsaksische geschiedschrijving lang bekaaid vanaf kwamen, uitgebreid lof toe. Over de Nederlanders velt hij een afgewogen oordeel. De prins van Oranje komt uit zijn boek naar voren als een doortastend man, wiens persoonlijke dapperheid zijn gebrek aan ervaring en dat van zijn mannen niet kon compenseren. Aan denigrerende oordelen over de gevechtsbereidheid van de Nederlanders gaat Clayton zich niet te buiten. Hij beperkt zich tot de constatering dat zij een aantal keren moesten wijken onder druk van sterkere en meer ervaren Franse eenheden.

Honderden illustraties

Clayton behandelt de hele nasleep van de slag in één kort hoofdstuk. Louis Sloos, conservator bij het Nationaal Historisch Museum in Soesterberg, heeft hier juist zijn hele boek aan gewijd. Van de drie hier besproken werken, levert Sloos de meest academische studie af – en met afstand het fraaiste. Alleen al wegens de honderden illustraties is Onze slag bij Waterloo een verplichte aanschaf voor iedereen met een meer dan gemiddelde belangstelling voor militaire geschiedenis.

Sloos begint zijn boek met een beschrijving van de Waterloo-manie die in Nederland vrijwel meteen na de slag uitbrak. Het jonge koninkrijk kon het verhaal van een natie geboren uit ijzer en vuur goed gebruiken om zijn nationaliteit mee vorm te geven. Helden als de prins van Oranje en generaals als Perponcher en de gesneuvelde Van Merlen kregen in de decennia na Waterloo uitgebreid lof toegezwaaid. Maar er was ook veel aandacht voor de ‘gewone’ soldaten. Zodra het nieuws van de slag bekend werd, schoot de Nederlandse bevolking te hulp met geld en giften om de gewonden te ondersteunen. Er werd zelfs zoveel ingezameld dat er een invalidenhuis van kon worden ingericht in Leiden.

Tere ere van de slag werden in Nederland talrijke standbeelden en monumenten opgericht en Waterloo-medailles en gedenkpenningen geslagen. Dat gebeurt twee eeuwen na 1815 nog steeds, tot ongenoegen van de Fransen. Het boek van de Jong, Schoenmaker en Van Zanten heeft niet voor niets ‘200 jaar strijd’ als ondertitel. In hun laatste hoofdstuk gaat het onder meer over de Franse onvrede met het voornemen van België een herdenkingsmunt van twee euro te slaan. Parijs sprak hierover een veto uit, waarna de Belgen tienduizenden munten moesten vernietigen.

Maar, net als bij de echte slag, trekken de Fransen uiteindelijk aan het kortste eind. De Belgen slaan nu, net als Nederland, een herdenkingsmunt van een incourante waarde, respectievelijk 2,5 en 5 euro. Hiertegen kan Frankrijk geen formeel bezwaar maken. Deze laatste ontwikkeling heeft het boek van De Jong c.s. niet meer gehaald. Het zegt wel iets over de grote symbolische waarde die Waterloo nog steeds heeft dat een geschiedenisboek nog voordat het verschenen is door de actualiteit wordt ingehaald, al is het maar op een detail. De Slag bij de Waterloo, en de discussie over de erfenis ervan, is nog altijd niet voorbij.

Recensie van klanten

Schrijf uw eigen recensie

U recenseert: Waterloo

  •  
    1 ster
    2 sterren
    3 sterren
    4 sterren
    5 sterren
    Beoordeling

* Vereiste velden