Demerararamen

Antoine de Kom
16,99
Op voorraad
SKU
9789021425818
Besproken in NRC
Bindwijze: Paperback
Voor 23:00 besteld, morgen in huis Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen zonder account
Afbeelding vergroten
Meer informatie
Auteur(s)Antoine de Kom
ISBN9789021425818
BindwijzePaperback
Aantal pagina's88
Datum van verschijning20210211
NRC Recensie4 ballen
Breedte161 mm
Hoogte241 mm
Dikte8 mm
NRC boeken recensie

Angst, paniek en paranoia in Suriname

Antoine de Kom Het is veertig jaar geleden, maar dat is geen reden om de Decembermoorden te negeren. Overal in De Koms vindingrijke, treffende dichtbundel tref je actuele ‘hoopjes wereld’ aan.

In de reeks ‘say intentions’, waarmee de dichtbundel Demerararamen opent, somt Antoine de Kom (1956) een vijftal ‘agendapunten’ op, zoals ‘de standaard apple wekkertoon’. Dan volgt ‘de kickende bokser op zijn balkon in geel gewarrel / van wolken witte vlinders’. Wat zou de dichter hierover te melden hebben? Nog voor je daar goed en wel een gedachte aan besteed hebt, is je oog al afgedwaald naar het einde van de pagina, waar je de woorden ‘JUSTITIA PIETAS FIDES’ aantreft.

Gerechtigheid, vroomheid, vertrouwen. Deze drie woorden sieren het wapen van Suriname en keren in de bundel meermaals terug, als een mantra. Ze openen de strofen die De Kom – kleinzoon van de Surinaamse volksheld en antikolonialist Anton de Kom – tussen vierkante haken plaatst en het eigenlijke onderwerp behandelen: de Decembermoorden. Die zijn niet op de agenda terug te vinden, niet omdat het, bijna veertig jaar geleden, geen agendapunt is of zich niet op de agenda laat zetten, eerder het tegenovergestelde: de Decembermoorden bepalen en domineren nog altijd de agenda.

De naam Desi Bouterse wordt niet expliciet genoemd. Dat hoeft ook niet, dit (en de afkorting DDB) volstaat: ‘we gaan uitspraak doen / Verdachte: ik kende het draaiboek ik leidde… strikte / geheimhouding Verdachte niet aanwezig geboren 13-10-1945 / thans president van de republiek’. Zijn aanwezigheid is meer dan voelbaar in deze gedichten en stookt de angst, paniek en paranoia die er toen geheerst moeten hebben (en sindsdien heersen) flink op:

[JUSTITIA PIETAS FIDES meegenomen schreeuwen gillen

smeken bidden ieder moest afgemaakt

Verdachte nam de beslissingen was beheerst koelbloedig bood

whisky aan]

Aan het slot van de reeks klinkt het vonnis: ‘Allerhoogste strafwaardigheid. Medeplegen moord. / 20 jaar onvoorwaardelijk. / Ontkennend.’ Maar is daarmee het slepende strafproces ten einde gekomen? Allesbehalve. De zaak duurt tot op de dag van vandaag voort. Hoe kan er nog zoiets zijn als vertrouwen? Is er echt sprake van gerechtigheid?

Drijfzand van liveblogs
De drie woorden corresponderen ook met de andere woorden in ‘say intentions’ die in kapitalen gedrukt staan: ‘WOEDE EEN ONMISBAAR RESERVOIR’, ‘OORLOG IS ORDE’ en ‘VREDE DUS VETZUCHT’. Ik lees deze woorden als slogans, maar het zijn absoluut geen loze kreten. Dat oorlog orde is, bewijst de dichter ook in opeenhopingen van beelden en namen: ‘poetin maximus trump de koerden geofferd / een man nagejaagd ontploft en zijn kinderen gruis’. Het krioelt er van de mensen en ook rijgt de dichter een streng van door geweld verscheurde gebieden aaneen, waaronder Idlib en Sinaloa.

Een sterk geglobaliseerde wereld – een ‘diepmenselijk abattoir’ – flitst pijlsnel voorbij in De Koms eerste bundel in acht jaar tijd: het is een wereld die talloze plaatsen, tijden en culturen in zich verzamelt. In het bekroonde Ritmisch zonder string (2013) gebruikte De Kom het prachtige en passende beeld van Saharazand: dat fijne zand verspreidt zich over grote gebieden en laat overal sporen na die niet altijd direct zichtbaar zijn voor het menselijk oog. Precies zo tref je in alle hoeken van deze bundel hoopjes wereld aan. Het Saharazand is in Demerararamen echter geüpdatet naar het coronavirus. Mensen geven iets – het wordt niet duidelijk wat, of: wat niet, eigenlijk – aan elkaar door ‘als covid’. Actueel en treffend. Overal in deze bundel word je bestookt met brokken informatie die elkaar razendsnel en abrupt opvolgen, ja, viral gaan.

De reeks ‘newsflash’ gaat over de keerzijde. De werkelijkheid is niet altijd even goed bij te houden. De radeloosheid en verlamming, geen onherkenbare gevoelens in het drijfzand van nieuws en liveblogs, slaan echt toe: ‘[...] onze gedeelde/ werkelijkheid staat op virtueel./ dus niet de poëzie?/ die wordt een drieluik hier/ waarin de druk van deze actualiteit/ onweerstaanbaar blijkt.’

De poëzie heeft eronder te lijden, want ‘zo zie je met eigen ogen hoe / gedicht na gedicht naar de bliksem / ging.’ Een vindingrijke en prikkelende zet van De Kom, dat persoonlijk voornaamwoord ‘je’: de dichter zet de spotlight niet alleen op zijn eigen gedichten, maar ook op de lezer.

Verdriet
Maar zijn deze gedichten daadwerkelijk naar de bliksem? Natuurlijk niet. Het derde agendapunt uit de reeks ‘say intentions’ luidde: ‘ontdaan van elke emotie kan poëzie zichzelf aan’. Hoe ironisch! Woede, dat onmisbare reservoir, druipt van de pagina’s. Even ironisch is De Kom in zijn ‘newsflash’, want het zijn uitgerekend gedichten die het hard- en dus doodlopende nieuws inhalen en overleven.

De druk van de actualiteit is onweerstaanbaar. Gelukkig is De Kom geen dichter die het geforceerd buiten de deur houdt, al zet de ironie je misschien op het verkeerde been. Verzet is nutteloos.

De titel van de bundel sorteerde al voor op de invasie van de werkelijkheid, al dan niet tegen wil en dank. Demerararamen – of demerara-ramen, om het tongbreken te voorkomen – zijn volgens de achterflap houten louvreramen die de hitte buiten houden, maar de wind doorlaten. Ze houden een déél van de wereld buiten, terwijl de wereld gewoon de privésfeer blijft binnendringen.

Het tocht altijd of, zoals een van de reeksen heet, ‘het is hier druk vandaag’. Ik beeld me ook in dat de lamellen (prachtig beeld voor De Koms regels) de wereld in kleine stukjes opdelen. Wat zie je als je door deze ramen kijkt? De flikkerende en pakkende details suggereren telkens een ander uitzicht, maar het zijn kleine variaties op hetzelfde. Exemplarisch zijn de slotgedichten van Demerararamen: de bundel besluit met een ontwapenend gedicht dat een hertaling is van Johanna Schouten-Elsenhouts ‘mi dren’ – Sranan voor ‘mijn droom’. In zijn inleidende tekst bij dit korte gedicht schrijft De Kom dat poëzie ‘een gevaar [is] voor wie zich daarmee inlaat’. Nooit eerder, aldus de dichter, ‘hoorde ik het Sranan met een dergelijke diepte. Het is niet gemakkelijk te vatten hoe [Schouten-Elsenhouts] het gezamenlijke leed beeldend ving in haar eigen door persoonlijk verdriet getekende vrouwelijke dichterschap.’

Slavernij wegpraten
In het gedicht is de angst voelbaar, de werkelijkheid is haast ondraaglijk, je wordt er zelf door overprikkeld, terwijl het ondoorgrondelijke ‘bange verlangen’ pulseert in elk woord: ‘een schuilplek waar liefde is zoek ik / zonnevogel in de storm zal ik / hoogten over / en de vallen horen mijn roep / zwakker al van lijf / alleen de hemel ziet me’.

In cynischer bewoordingen laat De Kom zich uit over dat gezamenlijke leed in het voorafgaande gedicht: ‘het carnaval der burgers die zich dichters wanen en maar / blijven dromen van een land waar eeuwen slavernij / kunnen worden weggepraat en opgeheven tot een nieuwe staat / waarvan de nagalm net zo zoet is als het gieren van wie stierven’.

Het is ‘de vanzelfsprekendheid van weer een pas gedolven graf’ die waait door (en in) alle uithoeken van Demerararamen. Daartegen houdt ironie geen stand, daardoor kan poëzie niet ontdaan worden van emotie. Het onvervalst persoonlijke wordt collectief, omdat het dat altijd al was, en omgekeerd: geschiedenis, cultuur en werkelijkheid doorklieven óók jouzelf, telkens opnieuw. Er zijn geen ramen die dat buiten de deur kunnen houden.

11-06-2021 Obe Alkema

Back to top