Face It

Debbie Harry
22,50
Op voorraad
SKU
9789000359165
Besproken in NRC
Bindwijze: Paperback / softback
Levertijd 1-2 werkdagen Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen zonder account
Afbeelding vergroten
Productomschrijving

De langverwachte autobiografie van een van de meest iconische rockchicks allertijden

Hoewel Debbie Harry al meer dan veertig jaar door het leven gaat als icoon en zelfs na haar zeventigste nog hele zalen in extase brengt als frontvrouw van de Amerikaanse band Blondie, is het verhaal achter dit icoon al die tijd een mysterie gebleven. Jarenlang gaf ze geen solo-interviews, maar was ze, onder het mom van ‘Blondie is een groep’, altijd omringd door haar medebandleden die zoveel voor haar betekenen. Tot nu.

In haar memoires vertelt Harry het verhaal van hoe een verlegen meisje uit een adoptiegezin in een klein stadje in New Jersey uitgroeit tot een fenomeen binnen de muziekwereld. En daarbuiten, want Debbie Harry is zoveel meer dan alleen de zangeres van Blondie. Naast haar solocarrière stond ze symbool voor veranderingen in de kunst, mode en cultuur. Een inspirerend boek waarin de stoere Harry laat zien zich toch ook kwetsbaar te kunnen opstellen.

Meer informatie
Auteur(s)Debbie Harry
ISBN9789000359165
BindwijzePaperback / softback
Aantal pagina's392
Datum van verschijning20191001
NRC Recensie3 ballen
Breedte153 mm
Hoogte230 mm
Dikte29 mm
NRC boeken recensie

Debbie Harry Op 32-jarige leeftijd brak rockzangeres Blondie door. In haar memoires beschrijft ze het vervallen New York van vroeger, haar heroïneverslaving en vriendschap met Andy Warhol. „Zelfs als klein meisje trok ik al seksuele aandacht.”

In dezelfde tijd dat wildeman Iggy Pop in Toppop optrad en een palmplant aan stukken scheurde, verscheen Blondie in hetzelfde tv-programma. De ravissante frontvrouw Debbie Harry had hoge laklaarzen aan, een rood hemd en geen broek. Het was 1977 en ze maakte een verpletterende indruk. Iggy Pop stond voor het provocerende en gevaarlijke van punk, Debbie Harry liet zien dat die nieuwe muziek en mode ook aantrekkelijk konden zijn. ‘Punk wordt pin-up’, zo beschrijft ze zichzelf in haar autobiografie Face It. Natuurlijk, het was het platinablonde haar, en de grote hartvormige mond die altijd een beetje open stond, maar het was ook haar kauwgom kauwende, licht heupwiegende nonchalance, alsof het kon Debbie Harry allemaal niet zo veel kon schelen.

Diezelfde argeloze, onverschillige toon zit in de memoires die ze samen met popjournalist Sylvie Simmons schreef. Die toon heeft een verwarrend, maar sterk effect als ze schokkende gebeurtenissen beschrijft, zoals de avond dat ze in haar eigen appartement verkracht werd. Kort en zakelijk schrijft ze: ‘Hij beval me mijn broek uit te trekken. Hij neukte me.’ En: ‘Uiteindelijk vond ik de diefstal van de gitaren erger dan de verkrachting’. Ook bij andere gruwelen die langskomen, blijkt: ze wil er best over vertellen, maar ze wil ook laten zien dat die haar niet werkelijk van haar stuk brachten.

Blondie kwam eind jaren zeventig voort uit de punk- en new wave-scene rond het New Yorkse muziekcafé CBGB, waar ook invloedrijke bands als de Ramones, Talking Heads en Television optraden. De groep speelde indierock die wortelde in pophits van begin jaren zestig, maar al snel gebruikte Blondie ook toegankelijke disco (‘Heart of Glass’, ‘Atomic’), reggae (‘The Tide is High’) en rap (‘Rapture’), waardoor ze doorbrak naar een breed publiek. In 1982 viel de groep uiteen, om in 1998 weer bij elkaar te komen. Blondie bestaat nog steeds.

Playboy-bunny

Net als Iggy Pop was Debbie Harry (1945) veel ouder dan de punks om haar heen. Zij is een babyboomer, tijdgenoot van de ‘rockdinosaurussen’ van Led Zeppelin en Yes, tegen wie de punks zich juist afzetten. Toen Blondie doorbrak, was de zangeres 32 jaar, en had ze al een leven achter zich als Playboy-bunny, secretaresse bij de BBC, en chauffeur voor de protopunkgroep The New York Dolls. Ze hing rond met The Velvet Underground en Andy Warhols genderfluïde entourage. Warhol maakte ook een schilderij van haar.

Harry maakte zowel deel uit van de New Yorkse underground van de jaren zestig, als die van de jaren zeventig. Voor haar vormden punk en new wave geen kantelpunt in de popmuziek, maar een voortzetting van wat al langer groeide in de leegstaande pakhuizen van de vervallen wereldstad.

Harry’s uiterlijk speelde een belangrijke rol in het succes van Blondie. Haar autobiografie staat vol portretfoto’s en fan art: schilderijen en tekeningen die fans haar stuurden. ‘Zelfs als klein meisje trok ik al seksuele aandacht’, schrijft ze. Dat heeft zijn nadelen – vanaf haar kleutertijd ontmoette ze heel wat potloodventers en stalkers. Seriemoordenaar Ted Bundy gaf haar een lift; rock ‘n’ roll-producer Phil Spector stak zijn revolver in haar laars; popster David Bowie liet zijn penis aan haar zien. Maar Harry besefte ook al snel dat ze haar schoonheid kon uitbaten: ‘Ik stond op het podium en dan stonden daar vijfduizend mensen hun verlangen naar mij uit te stoten. Voelde die sterke seksualiteit die ze uitstraalden. Pikte die op en deed mijn best om hen nog meer op te winden.’

Heroïne

Dat uitbaten moest dan wel op haar voorwaarden: provocerend en ironiserend – een parodie op een pin-up – zodat de sexy poses te rijmen bleven met punk en feminisme. Een verwarrend uitgangspunt, dat de platenmaatschappij ertoe bracht haar bij de eerste elpee zonder de rest van de band in een doorkijkblouse op de billboards te zetten. Tot woede van Harry, die het kantoor binnenstormde en tegen de platenbons zei: ‘Hoe zou jij het vinden als het jouw ballen waren die daar open en bloot lagen?’ Als ze het niet zelf in de hand had, werd het volgens haar seksuele exploitatie. Maar: ‘In het algemeen is het me gelukt om het gebrek aan seksueel respect om te keren en vóór me te laten werken.’

Debbie Harry’s niets-aan-de-hand-verteltoon heeft ook nadelen. Ze geeft weinig ruimte aan bespiegelingen en pijnlijke gevoelens. Misschien houdt dat verband met haar adoptie als baby. Over de eerste tijd in haar adoptiegezin schrijft ze: ‘Achteraf denk ik dat ik in opperste paniek verkeerde. De wereld was geen veilige plek en ik moest mijn ogen wijd open houden.’ Aangrijpende woorden die helaas nauwelijks een vervolg krijgen in het boek.

Opmerkelijk is verder dat ze de lof zingt van heroïne, die ook diende als pijnstiller voor haar partner en gitarist Chris Stein toen hij langdurig ernstig ziek was. Dat het paar verslaafd was, en daar toch ook hinder van moet hebben ondervonden, komt niet aan bod. Ook het uiteenvallen van de band en de breuk met Chris Stein krijgen weinig nadere uitleg.

Aan het einde van het boek zegt ze doodleuk: ‘Het kan best zijn dat ik niet alles vertel, want ik hecht nu eenmaal aan mijn privacy. Het is altijd het beste om je publiek naar meer te laten verlangen.’ Bij herhaling schrijft ze dat ze een rol speelt, de rol van Blondie-zangeres. ‘Uiteindelijk is het voor mij de overweldigende behoefte om van mijn hele leven een denkbeeldige buiten-het-lichaamervaring te maken.’ Onthechting is haar overlevingsstrategie. Jammer dat ze daarmee ook de lezers op afstand houdt.

Bestanden bij dit product
Back to top