Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog

Lindsey Fitzharris
29,99
Op voorraad
SKU
9789000382170
Besproken in NRC
Bindwijze: Paperback
Levertijd 1-2 werkdagen Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen ook zonder account
Afbeelding vergroten
Productomschrijving

Het bijzondere verhaal van de grondlegger van de plastische chirurgie in de Eerste Wereldoorlog

'Een vlot leesbare mix van persoonlijke verhalen en ontwikkelingen in de geneeskunde.' ●●●● NRC

In Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog vertelt historicus Lindsey Fitzharris het buitengewone verhaal van de baanbrekende chirurg Harold Gillies, die in de Eerste Wereldoorlog de verwonde gezichten van soldaten behandelde en daarmee de eerste stappen richting de moderne plastische chirurgie zette.

De uitvinding van het machinegeweer veroorzaakte grootschalige bloedbaden waarbij duizenden soldaten gezichtsletsel opliepen. In een tijd waarin iemand met een verminkt gezicht als monster werd gezien, gaf Gillies mensen niet alleen hun gezicht terug, maar ook hun identiteit. Fitzharris wisselt Gillies' chirurgische innovaties af met de aangrijpende verhalen van soldaten. Het resultaat is een fascinerende geschiedenis van een meedogenloze oorlog waarin de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog en de kunst van de geneeskunde centraal staan.

Over Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog:
'Fitzharris combineert kennis van zaken met een soepele schrijfstijl. Ze beperkt zich niet tot de wederwaardigheden in het ziekenhuis zelf, maar laat ook zien hoe lang en pijnlijk de weg daarnaartoe vaak was.' Trouw

'Meeslepend. Tragisch. Hartverscheurend. [...] Lindsey Fitzharris’ boek is een schot in de roos.' Erik Larson

'Een buitengewoon verhaal over een bijzondere man wiens werk, doorzettingsvermogen en vaardigheid ontelbare levens heeft gered.' Peter Frankopan

Dr. Lindsey Fitzharris is medisch historicus en auteur. Ze is de oprichter van de website The Chirurgeon’s Apprentice, en maker van de YouTube-serie Under the Knife. Daarnaast schrijft ze voor onder andere The Guardian, New Scientist en The Wall Street Journal. Eerder verscheen van haar het prijswinnende boek De kunst van het snijden.

Meer informatie
Auteur(s)Lindsey Fitzharris
ISBN9789000382170
BindwijzePaperback
Aantal pagina's336
Publicatie datum20220623
NRC Recensie4 ballen
Breedte142 mm
Hoogte217 mm
Dikte32 mm
NRC boeken recensie

Deze arts, een pionier in de plastisch chirurgie, gaf verminkte soldaten hun gezicht terug

Oorlogsverminkingen In de Eerste Wereldoorlog pionierde Harold Gillies als plastisch chirurg. Medisch historicus Lindsey Fitzharris schreef een boek over hem, waarin de medische geschiedenis wordt afgewisseld met persoonlijke verhalen over zijn patiënten.

Als Harold Begbie de operatiekamer binnenkomt ziet hij een patiënt die tot zijn middel naakt is en oranjegekleurd van de jodium. Later zal de journalist in zijn reportage voor de Yorkshire Evening Post schrijven: ‘Ik kan zien dat de patiënt een man is, en dat hij ooit een gezicht had: maar ik denk niet aan [...] de weerzinwekkende slechtheid van oorlog; ik kan alleen maar denken hoelang ik zal kunnen blijven kijken naar dit angstaanjagende wezen dat nog steeds een man is.’

De Eerste Wereldoorlog woedt nog in alle hevigheid als Begbie zijn reportage maakt in het Queen’s Hospitaal in Sidcup, een buurt in het zuidoosten van Londen. Het is de werkplek van Harold Gillies, een pionier op het gebied van plastische chirurgie. ‘De vlekken hier zijn de ogen’, zegt Gillies tegen de journalist. Met zijn scalpel wijst hij een gebied aan op de borst van de man waarop handmatig de contouren van een gezicht zijn aangegeven. ‘Dit wordt de neus’, legt Gillies uit, ‘en hier zie je de mond die we hem gaan geven’. Een collega van Gillies vertelt vervolgens dat de neus van de patiënt zal worden gereconstrueerd met een stukje bot dat afkomstig is uit een rib van de man.

Het gezicht van de Eerste Wereldoorlog heet het boek van de Amerikaanse medisch historicus Lindsey Fitzharris, waar de reportage in genoemd wordt. De Engelse titel – The Facemaker – is eigenlijk beter want het boek gaat vooral over één arts, Harold Gillies, wiens roeping het was om soldaten te helpen die met zwaar letsel aan hun gezicht uit de loopgraven waren gekomen. Hoe, dat moest hij grotendeels zelf uitvinden, want plastische chirurgie bestond nog niet als aparte medische discipline. En dat terwijl er in de Eerste Wereldoorlog honderdduizenden soldaten aan hun gezicht verminkt werden. Lindsey Fitzharris citeert een Amerikaanse verpleegster die het kernachtig samenvat: ‘De medische wetenschap stond volkomen machteloos tegenover de wetenschap van de vernietiging.’

Kinderen renden weg
Van alle gruwelijke verwondingen waarmee soldaten terugkeerden van het front, waren die aan het gezicht misschien wel het ergst. ‘Anders dan soldaten met geamputeerde ledematen werden mannen met een ernstig verminkt gezicht niet per se als helden gehuldigd’, schrijft Fitzharris. ‘Terwijl een ontbrekend been op mededogen en respect kon rekenen, veroorzaakte een misvormd gezicht vaak gevoelens van afkeer en walging.’ Iemands gezicht is immers belangrijk voor iemands identiteit. Verminkte soldaten kwamen daardoor in een sociaal isolement terecht. ‘Verloofdes verbraken hun verloving. Kinderen renden weg zodra ze hun vader zagen.’

Zijn eerste baan als arts had Harold Gillies vooral te danken aan het feit dat hij een talentvolle golfer was. Hij trok daarom de aandacht van Sir Milsom Rees, een keelarts met een privépraktijk in de chique Londense wijk Marylebone, die hem meteen een goed salaris bood.

Dat weerhield Gillies er niet van, toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, als vrijwilliger aan de slag te gaan in veldhospitalen op het Europese vasteland. In Frankrijk maakte hij kennis met de tandarts Auguste Valadier, die experimenteerde met bottransplantaties. Een tandarts aan het front was in die dagen nog een unicum. Veel soldaten hadden een rot gebit. Als een wond aan het gezicht haastig werd gedicht dan ontstond er al snel een broeinest van bacteriën. Valadier ontwikkelde een mobiel apparaat – bestaande uit een vat met steriel water en een slang – om wonden grondig uit te kunnen spoelen. Omdat Valadier met alleen een tandartsendiploma niet mocht opereren werd Gillies zijn supervisor. Samen bedachten ze nieuwe technieken.

Het leuke aan dit boek – als je dat woord mag gebruiken bij zo’n gruwelijk onderwerp – is dat het een vlot leesbare mix is van persoonlijke verhalen en ontwikkelingen in de geneeskunde. De geschiedenis van de anesthesie en van de bloedtransfusie worden soepel afgewisseld met verhalen van patiënten, zoals marineman William Vicarage die ernstige brandwonden opliep bij de Slag bij Jutland en piloot Henry Ralph Lumley, die hetzelfde overkwam toen zijn vliegtuig neerstortte en vlam vatte.

Kunstenaars
Nadat Gillies in 1915 de Tweede slag om Ieper had meegemaakt, keerde hij terug naar Engeland waar hij eerst als plastisch chirurg aan de slag ging bij het Cambridge Militair Hospitaal en later een heel ziekenhuis opzette voor soldaten met verminkte gezichten. Het Queen’s hospitaal in Sidcup werd groter en groter, met niet alleen een Engelse afdeling, maar ook Canadese, Nieuw-Zeelandse en Australische departementen. Tussen de artsen en de afdelingen ontstond een sfeer van professionele concurrentie waardoor in hoog tempo nieuwe technieken werden ontwikkeld.

Om chirurgische technieken te standaardiseren was het belangrijk te documenteren wat de artsen deden. Daarom haalde Gillies ook kunstenaars binnen die tekeningen maakten tijdens operaties. De aanwezigheid van een kunstenaar gaf minder onrust in de operatiekamer dan een fotograaf, dacht hij. Zelf volgde hij ook een tekencursus aan een kunstacademie om zijn technieken beter te kunnen vastleggen.

Natuurlijk werden er ook foto’s gemaakt in het ziekenhuis van Gillies. Voorbeelden daarvan staan in het boek. Ze zijn gruwelijk én indrukwekkend. Je ziet dat soldaten er zwaar verminkt uitzagen toen ze bij Gillies binnenkwamen, maar ook dat de operaties soms verbluffende resultaten opleverden. De uitgever heeft er – ongetwijfeld bewust – voor gekozen de foto’s niet midden in het boek te plaatsen, maar helemaal aan het einde. Daardoor word je er als lezer niet direct mee geconfronteerd. Maar de beelden zijn natuurlijk een onmisbaar onderdeel van deze pijnlijke geschiedenis.

15-07-1976 Jeroen van der Kris

Bestanden bij dit product
Back to top