Het Koninklijk Huis

Herman Koch
22,99
Op voorraad
SKU
9789026354946
Besproken in NRC
Bindwijze: Paperback
Levertijd 1-2 werkdagen Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen ook zonder account
Afbeelding vergroten
Productomschrijving

Vijftig jaar geleden dacht iedereen dat de dagen van de monarchieën waren geteld. Die dagen waren nog steeds geteld, maar het duurde allemaal langer dan gedacht. Zelf had Hendrik nog zonder al te veel vraagtekens de troon bestegen, maar vaak vroeg hij zich af of hetzelfde ook nog voor zijn dochter zou gelden. Over de toekomst van een eventueel kleinkind durfde hij niet eens na te denken. Het zou niet zo zijn dat het gepeupel met hooivorken en dorsvlegels naar de hekken van het paleis zou oprukken, dat was niet waar hij bang voor was. Het was eerder een toenemende leegte. Een leegte die hem op elk moment van de dag kon overvallen. Iets wat op hem afkwam, van heel ver: een donker, onverlicht brok steen uit een ander melkwegstelsel.

**** ‘Wat als satire begint wordt een tragisch drama én een spektakelstuk.’ – NRC

***** ‘Zwarte komedie Het Koninklijk Huis is vintage Koch: een virtuoze en tintelende dubbelslag.’ – Elsevier Weekblad

‘Zeer vermakelijk.’ – de Volkskrant

‘Zijn nieuwste roman Het Koninklijk Huis is een smeuïge satire en modern koningsdrama ineen, geschreven in tien afleveringen, steeds met cliffhangers, als ware het een tv serie.’ – De Telegraaf

Meer informatie
Auteur(s)Herman Koch
ISBN9789026354946
BindwijzePaperback
Aantal pagina's256
Publicatie datum20220825
NRC Recensie4 ballen
Breedte136 mm
Hoogte214 mm
Dikte26 mm
NRC boeken recensie

Herman Kochs koninklijke ‘Netflixroman’ is spectaculair en verrassend menselijk

Herman Koch Voor zijn nieuwe roman Het Koninklijk Huis liet Koch zich inspireren door al te bekende royals én door Netflix-series. Wat als satire begint wordt een tragisch drama én een spektakelstuk: dat werkt ongewoon goed.

Zegt de Nederlandse koning tegen de koningin, terwijl ze samen kijken naar de aftiteling van The Crown: ‘Zou er over tien of twintig jaar ook een serie over ons worden gemaakt? Of gebeurt er daarvoor te weinig in ons leven?’

De grap is: daar kon hij wel eens gelijk in hebben, en dus werd het een roman, Het Koninklijk Huis, van Herman Koch. Een roman die wel wat trekjes heeft van een Netflixserie, met de sexy tagline ‘Een modern koningsdrama’, ‘afleveringen’ in plaats van hoofdstukken, en Koch ‘dropte’ het boek deze week plotseling, zonder veel reclame vooraf. In het ‘Woord vooraf’ wordt de lezer lekker gemaakt: onze hedendaagse royals zijn geen rocksterren, zij houden het bij ‘slap gezwaai vanuit een koets’, maar in deze fictie is de hulp ingeroepen van de verbeelding, want: ‘Wie is er gebaat bij al die tandeloze middelmatigheid? Daarom is dit verhaal eerder uitzondering dan regel.’ Ha!

Overigens hoefde er, kondigt de verteller aan, ‘maar weinig te worden verzonnen’. Zo stuurt Koch, op zijn karakteristiek doodgemoedereerde, schijnbaar glasheldere toon, dus zonder dat je het meteen doorhebt, je meteen het bos in. De werkelijkheid is (a) saai, maar dit verhaal is (b) uitzonderlijk niet-middelmatig, en (c) toch nauwelijks verzonnen? Hè?

Dandy en kettingrookster
Waarachtig en fictief, pikant en toch eerlijk? De verwarring die dat oplevert tekent wel de meervoudige ambitie van Het Koninklijk Huis, en ik zal mijn oordeel alvast spoilen: die veelzijdigheid maakt het uiteindelijk tot een slimme en smeuïge roman die je tamelijk triomfantelijk dichtslaat. Maar de dubbelzinnigheid veroorzaakt ook dat de eerste ‘afleveringen’ niet zo lekker uit de verf komen. Crown-esk dramatisch wil het niet worden met het Nederlandse koningshuis dat Koch schetst – en dat hij voor een aanzienlijk deel ontleende aan de werkelijkheid.

Wat betekent dat de hoofdrolspelers verre van rocksterachtig zijn. Je herkent ze wel: koning Hendrik heeft een iets te dom hoofd (‘alsof er een onoverbrugbare kloof gaapte tussen de gedachten in dat hoofd en het hoofd zelf’, zegt hij zelf), koningin Margarita is een tikje ordinair (‘Laten we nog even langs de P.C. rijden’, zegt ze tegen haar chauffeur), de grootvader van de koning, prins Arthur, is een dandy en een playboy en de voormalige koningin, prinses Mildred, is een kettingrookster en alcoholiste. Tja: als het satire is, is het geen vlijmscherpe satire. En in het meervoudige perspectief met verschillende verhaallijnen is de voornaamste dramatische lijn de flirt die de koningin heeft met een knappe kunstenaar.

Best een beetje saai. Waarbij een zekere onmatigheid in de stijl van Koch niet meehelpt. Hij laat zijn personages graag uitweiden (lees: kletsen), tot terging van de lezer. Als dit een Netflixserie was, hadden de nodige scènes de eindmontage vermoedelijk niet gehaald. Prins Arthur die kroonprinses Vera uitlegt hoe ze een jongen moet versieren, prinses Vera die met koningin Margarita discussieert over de film Call Me By Your Name – het duurt lang. Maar, nota bene, die uitweidingen zet Koch in zijn boeken vaker doelbewust in, omdat irritatie het effect is dat hij beoogt, als onderdeel van het spel dat hij speelt. Bijvoorbeeld in zijn (enigszins onderschatte) vorige roman Een film met Sophia (2021) was dat lezertje-pesten een manier om te ontregelen. De geïrriteerde lezer die dacht dat hij de verteller, een tierende blaaskaak van een filmregisseur, wel doorzag, kreeg uiteindelijk de eigen vooroordelen onder de neus geduwd. Herman Koch is een schrijver die je graag net te slim af is.

Ook nu weer? Gaandeweg, misschien een tikje verblind door de leesverwachting dat Koch-over-het-koninklijk-huis wel vooral iets grappigs zou moeten opleveren, groeit het besef dat het Koch niet om satire te doen is. Noch om dramatiek. Het zijn juist dat soort verwachtingen die Koch herhaaldelijk ondermijnt, door de koninklijke familieleden in al hun menselijkheid (lees gerust: saaie knulligheid) te laten zien. ‘Zo gewoon, zo normaal’ zijn ze allemaal gebleven, maar daarmee worstelen ze – en daar gaat het om. Omwille van hun functie kúnnen ze niet gewoon leven. Kroonprinses Vera is te midden van haar schoolgenoten min of meer onaanraakbaar, ‘als een rotsblok in een stroomversnelling: het water deed geen poging het rotsblok te verplaatsen, of het zelfs maar in beweging te brengen, het koos eieren voor zijn geld en stroomde er aan weerskanten omheen’ – een bijna aandoenlijke metafoor.

Loshangende ingewanden
Dat thema concentreert zich nog het meest in de koning, op wie de leegte van zijn leven het zwaarst drukt. Koch beschrijft hem als een man die vastzit in zijn rol, maar ook overtuigd liefdevol is over zijn vrouw en dochter, en als een koning die deugt, als hij zijn dochter op het hart drukt: ‘Alleen door het toeval zijn wij boven hen gesteld, maar dat verplicht ons nog eens extra om niemand als een stuk vuil te behandelen.’ Verrassend sympathiek dus, en tragisch. Uit zijn gedachten (die werken omdát dit een roman is en geen Netflixserie, waarin een interne monoloog stierlijk zou vervelen) rijst een beeld op van een man die zou willen breken met de grauwheid van zijn bestaan, die wil léven. Maar hij komt niet veel verder dan sputteren tegen zijn AppleWatch, als die hem weer een minuutje rechtop staan aanzegt. De jacht is een uitlaatklep, zoals zichtbaar wordt in zijn guitig gruwelijke beschrijvingen van dode dieren (‘Een gat ter grootte van een tennisbal in de onderbuik. Loshangende ingewanden’).

Oorlogsepisode
Het is Kochs grote verdienste dat je in Het Koninklijk Huis waarlijk met ze te doen krijgt – met de personages, en in een moeite door eigenlijk ook met de echte hoogheden. Het koninklijke leven is een gouden kooi, dat wordt voelbaar, en wat de koninklijke familie aan plotdrama overkomt toont vooral hun menselijkheid, en de onmenselijkheid van hun gevangenis. Het zal nog een fikse stijlbreuk vergen om daaraan te ontsnappen.

Zo’n stijlbreuk zit al, halverwege de roman, in een flashback naar de Tweede Wereldoorlog, een lange scène waarin twee latere hoofdrolspelers uit de koninklijke familie op onverkwikkelijke manier met elkaar in aanraking komen. Welbeschouwd is het een uitzinnig hoofdstuk dat niet echt in het geheel past, maar ja, het heeft ook een wildheid die je alleen maar kunt bewonderen, omdat het een van de lekkerste, spannendste en daarmee beste episodes in de roman is.

En vergeet niet: dit hoofdstuk laat zich wel verdedigen door de Netflixvorm van de roman – je kunt dit zien als die ene rare aflevering waardoor je als kijker weer even wakker geschud wordt. Zo zit Kochs roman, na dat wat moeizame begin, toch weer slimmer in elkaar dan je kon bevroeden, en heeft hij in een moeite door ook het einde van de roman slim voorgekookt. Waardoor Koch zich daar dingen kan veroorloven die je normaliter alleen zou accepteren in een seizoensfinale van iets op Netflix of HBO.

Wat lijkt te beginnen als satire ontpopt zich als een verrassend menselijk verhaal én zeer smakelijk spektakel. Dat is een combinatie die maar zelden écht werkt, maar die hier verrassende en vrolijk stemmende literatuur oplevert.

09-09-2022 Thomas de Veen

Bestanden bij dit product
Back to top