Ik ga leven

Lale Gül
20,00
Op voorraad
SKU
9789044646870
Besproken in NRC
Bindwijze: Paperback / softback
Voor 23:00 besteld, morgen in huis Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen zonder account
Afbeelding vergroten
Productomschrijving
‘Muziek mag niet, daten is verboden, het hebben van vrienden van het andere geslacht is onwettig, je leuk kleden en opmaken is ongepast, ’s avonds buiten zijn is niet geoorloofd, “vieze, immorele” films en series kijken is onaanvaardbaar (en dan bedoel ik geen porno, gewoon een film waarin wordt gezoend), het vieren van verjaardagen of andere heidense feestdagen mag niet, werken met mannen kan niet en ook uitgaan en feesten op festivals is verboden.’ Opgroeien in een streng islamitisch gezin betekent voor Büsra dingen stiekem doen. Stiekem make-up en sieraden dragen, laat thuiskomen, met jongens afspreken en alcohol serveren in een restaurant. Maar het betekent vooral: voortdurend vragen stellen. ‘Moet ik leven als een kamerplant? Moet ik in een huwelijk treden waar alle seks uit is geramd nog voordat het begonnen is, omdat mijn verwekkers een volstrekt humorloze, bloedeloze en Koranvaste lul voor mij hebben uitgekozen? En dan veranderen in een broedkip zoals alle vrouwen om me heen? En de rest van mijn bestaan op die manier slijten? Is dat waarvoor ik leef? Is God dan blij met mijn tragedie?’ In een ongekend eerlijk relaas onderzoekt Büsra met veel humor de grenzen van haar geloof en de gemeenschap waar ze in opgroeit. Als er iemand geen blad voor de mond neemt, is het Büsra wel. Lale Gül (1997, Kolenkitbuurt, Amsterdam) studeert Nederlands aan de VU. Tot haar zeventiende ging ze in het weekend naar een Koranschool van Stichting Milli Görüş. In haar autobiografische debuutroman Ik ga leven betwist ze alles wat ze daar geleerd heeft en meer. ‘Zeer grappig geschreven.’ Arnon Grunberg ‘Een moedig boek dat lof verdient.’ Özcan Akyol ‘Een geheel eigen stijl, bitter-geestig en ongegeneerd.’ Kees ’t Hart
Meer informatie
Auteur(s)Lale Gül
ISBN9789044646870
BindwijzePaperback / softback
Aantal pagina's304
Datum van verschijning20210211
NRC Recensie3 ballen
Breedte138 mm
Hoogte213 mm
Dikte34 mm
NRC boeken recensie

Het debuut van Lale Gül ontplofte als een bom in de gemeenschap van haar ouders

Lale Gül Dit vlammende debuut gaat over een jonge vrouw die losbreekt uit een streng islamitisch milieu. Güls talent schijnt door de waterval van vreemde stijlvormen heen.

De vuile was moet naar buiten, de ramen en deuren wagenwijd open: dat is de inzet van Ik ga leven van Lale Gül (1997). Razend en tierend trekt ze van leer in haar debuutroman, die deels meer op een manifest dan op een verhaal lijkt en wat overdreven van toon is. Hoofdpersoon Büsra ‘priemt’ direct op de eerste pagina haar sleutel in het voordeurslot, in plaats van de deur gewoon open te maken. Op de tweede pagina ‘slentert’ ze haar kamer in, maar ‘jast’ de gordijnen evenwel ‘gejaagd opzij’. Woest is ze, over de benepenheid van het Turks-soennitische milieu waarin ze opgroeit en de vele verstikkende leefregels waar zij, als meisje, aan moet voldoen.

Ik ga leven is een vreemd boek, dat ondanks de gedreven, opgewonden toon niet helemaal overtuigt. In interviews vertelde de auteur dat het na publicatie (en tv-optredens) was alsof er een bom ontplofte in de gemeenschap van haar ouders. Op straat kan ze zich niet meer vertonen en ook haar familieleden worden met de nek aangekeken. Op zijn minst. Via sociale media werd Gül bedreigd. Ze had dat in deze mate niet aan zien komen, verklaarde ze, en schijnt nu maar snel weer te stoppen met schrijven. Dat geeft te denken. En het zou zonde zijn.

De roman is vol, té vol. De auteur, die Nederlands schijnt te studeren in Amsterdam, wil de dingen mooi zeggen en schiet daar bij voortduring in door. De moeder van hoofdpersoon Büsra, het kwaadste genius in het boek, alias ‘Karbonkel’, volgt in de opvoeding van haar dochters ‘de lokale zedenprediker in de moskee’: ‘dat was zeg maar de cateraar en waterdrager van het molest waar ik dagelijks mee te kampen had’. De wie van het wat? Vlammende zinnen worden afgezwakt door de al te ingewikkelde vergelijkingen. Redeneringen raken vertroebeld, of worden zelfs onbegrijpelijk. Constructies kloppen vaak niet en ook op woordniveau is veel er net naast. Soep wordt niet gemaakt maar ‘gecomponeerd’. Wie gaat slapen doet niet haar ogen, maar haar ‘kijkers’ dicht. Haar neus, voorhoofd en oksels ‘schitteren als een goudmijn’, wanneer de hoofdpersoon zich zorgen maakt.

Talent
En toch. Dwars door dit alles heen is er talent zichtbaar. Ontroeren doen de meer ingehouden passages, zoals over de bibliotheek die de hoofdpersoon als kind bezocht en waar ze met een extra kaart van een ongeïnteresseerde broer zoveel mogelijk boeken leent, of over de moeder die op haar meest menselijke moment in de hele roman haar dochtertje voor wil lezen, zoals andere moeders dat kunnen. Ze is analfabeet en verzint zelf moeizaam een verhaaltje bij plaatjes.

Gül heeft overduidelijk een groot plezier in taal en een jeugdig, wat al te groot zwak voor archaïsch taalgebruik. Soms weet ze echter al wel te doseren en is ze heel geestig. Bijvoorbeeld in de beschrijving van de landerige zomervakanties in Turkije met eindeloos veel bezoek, ‘weer een andere vent met een snor en weer een andere griet met een doek’, waar een neef Büsra zit aan te gapen: ‘Al van kinds af aan zegt Oma dat ik met Abdul moet trouwen [...]. Abdul kreeg vast elke keer een klein stijfje van het idee. En ik vlekken in m’n nek en binnensmondse spuugneigingen.’ Dat ‘binnensmondse’ is onnodig, maar het kleine stijfje is wel kolderiek. Te hopen is dat Gül niet nu alweer stopt met schrijven.

05-03-2021 Judith Eiselin

Bestanden bij dit product
Inkijkexemplaar.pdf (718.67 kB)
Back to top