Mevrouw Sapiens

Thomas Cirotteau, Jennifer Kerner, Eric Pincas
22,50
Op voorraad
SKU
9789056158132
Besproken in NRC
Bindwijze: Paperback
Levertijd 1-2 werkdagen Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen ook zonder account
Afbeelding vergroten
Productomschrijving
In de prehistorie hielden mannen zich bezig met jagen. Vrouwen verzamelden bessen, kookten en zorgden voor de kinderen. Zo staat het in de lesboekjes. Maar klopt dit beeld? Een internationaal team van meer dan dertig wetenschappers twijfelt er ernstig aan. Uit allerlei vondsten blijkt dat mevrouw sapiens, de prehistorische vrouw, veel machtiger en krachtiger was dan lang is gedacht. Thomas Cirotteau is auteur en regisseur. Hij maakte de documentaire Lady Sapiens en de internationaal bekroonde film Qui a tué Néandertal? Dr. Jennifer Kerner is docent prehistorie aan de Université Paris-Nanterre. Ze is tevens verbonden aan het CNRS (Centre National de la Recherche Scientifique) en aan verschillende musea. Eric Pincas is historicus en journalist. Hij is hoofdredacteur van Historia.
Meer informatie
Auteur(s)Thomas Cirotteau, Jennifer Kerner, Eric Pincas
ISBN9789056158132
BindwijzePaperback
Aantal pagina's176
Publicatie datum20220404
NRC Recensie3 ballen
Breedte141 mm
Hoogte215 mm
Dikte18 mm
NRC boeken recensie

Hoe vrouwen de Middeleeuwen maakten

Middeleeuwen Vrouwengeschiedenis is van een bescheiden specialisme uitgegroeid tot een volwaardige tak van de geschiedschrijving. Dat laten twee zeer lezenswaardige boeken zien over de rol van vrouwen in de Vikingtijd en de Middeleeuwen.

Direct een verrassing. Femina is een nieuw boek over de Middeleeuwse geschiedenis ‘via de vrouwen die daaruit zijn geschrapt’. Het boek begint in 1913, met een toeschouwer bij een paardenrace die plotseling voor het paard van de Britse koning springt. Deze wedstrijd is daarmee de beroemdste verpeste ruiterwedstrijd geworden sinds in 1559 tijdens een toernooi de Franse koning Hendrik II omkwam. In 1913 raakt de toeschouwer, Emily Wilding Davison, ernstig gewond, net als de jockey.

Davisons sjaal met paarse, witte en groene strepen toont aan het verschrikte publiek haar motieven: Votes for women staat erop. Haar rauwe actie tegen het mannelijk gezag is een mijlpaal geworden in de moderne vrouwenbeweging. Op Davisons ziekhuisbed – dat ook haar sterfbed zal worden – krijgt de zwaar gewonde suffragette een berg (mannelijke) hatemail waar Twitter nu nog een puntje aan zou kunnen zuigen. Davison is de beroemdste martelaar van de eerste feministische golf.

Maar wat heeft dit te maken met Middeleeuwen? Na vier pagina’s onthult Janina Ramirez, auteur van dit bijzonder knappe boek, de clou. Davison was Middeleeuws historicus. Het is een detail dat vrijwel nooit vermeld wordt in verhalen over haar daad. Het feit blijkt nauw verbonden met haar feminisme. Davison zag namelijk – net als Ramirez zelf – de Middeleeuwen als een tijd waarin wel ruimte was voor vrouwen.

Ramirez legt haarfijn uit dat het nog altijd heersende masculiene Middeleeuwenbeeld van eropuit trekkende ridders en handenwringende edelvrouwen die thuis zitten te wachten, echt een latere constructie is – eerder een weerspiegeling van de negentiende eeuw dan een serieuze beschrijving van die enorm diverse en gevarieerde duizend jaar die we Middeleeuwen noemen.

Het valse beeld is niet alleen de schuld van historici. Bijvoorbeeld in de hierin nog altijd beeldbepalende negentiende-eeuwse kunst domineren vooral sensuele voorstellingen van een paar Middeleeuwse vrouwen, zwaar gefilterd door Victoriaanse gevoeligheden. Ramirez: ‘Ze worden opgevoerd als maagd, slachtoffer, moeder, hoer of heks. Waarbij het beeld van een onbereikbare maagd die vastzit in een toren tot vervelens toe wordt herhaald.’

Ramirez slaagt er uitstekend in om duidelijk te maken dat vrouwen evengoed als mannen de geschiedenis maken. Het kost wat meer moeite om dat te zien, omdat er in de overgeleverde bronnen weinig aandacht is voor vrouwen. Toch is er genoeg. Aan de hand van een paar kleine verwijzingen in oude kronieken en wat archeologische vondsten reconstrueert Ramirez bijvoorbeeld de politieke invloed en het grote internationale netwerk van koningin Bertha van Kent (ca. 600). Die in die tijd trouwens in het goede gezelschap verkeerde van de machtige keizerin Theodora van Constantinopel en veel meer andere power-vrouwen.

Vrouwenmacht
Die vrouwenmacht kan je niet afdoen als een incident in een enkele periode. Er waren voortdúrend vrouwen met wie je maar beter rekening kon houden. In Femina komen zoveel zorgvuldig in context geplaatste vrouwelijke vechtersbazen, machtige abdissen, vlijmscherpe koninginnen, dominante ketterleidsters en totaal eigenzinnige mystica’s langs, dat je je niet eens afvraagt waar Jean d’Arc eigenlijk is gebleven.

Dit is waarlijk vernieuwende vrouwengeschiedenis waarin deze tak van de geschiedschrijving definitief mensengeschiedenis is geworden en niet zo maar een zijlijntje. Vanaf de jaren zeventig veroverden vrouwen in de geschiedschrijving aanvankelijk vooral een plek als ‘bijzonder’ onderwerp binnen de ‘echte’, de traditionele door mannen beheerste geschiedverhalen. Ongeveer zoals je ook scheepvaart- of krijgsgeschiedenis kunt beoefenen. Femina en vergelijkbare boeken maken duidelijk dat die tijd nu wel voorbij is, al heb je daarvoor paradoxaal genoeg nog wel een apart vrouwenboek nodig.

Waarom verloopt de vernieuwing van de geschiedschrijving traag? De rolverdeling tussen mannen en vrouwen domineert nog steeds onze gedachten. In dat verband is een terloopse opmerking van de Franse antropoloog, Sandrine Gallois, relevant. Zij wees er enkele jaren geleden in deze krant op dat de categorie man of vrouw vaak helemaal niet zo geschikt is om te begrijpen hoe een cultuur of samenleving in elkaar zit. „Omdat we altijd maar binair kijken naar dat verschil tussen mannen en vrouwen zien we niet de enorme diversiteit die eronder ligt.”

De zo tragisch door haar race-actie omgekomen suffragette Davison was in haar studie van de Middeleeuwen gefascineerd door de Canterbury Tales, de beroemde laat-middeleeuwse verhalencollectie van Geoffrey Chaucer. In het verhaal van de ‘Wife of Bath’ gaat het onder meer over de vraag ‘waarnaar verlangen vrouwen het meest?’. En de antwoorden in haar verhaal zijn, anno 1392: seks, geld, land, onafhankelijkheid en lol. Hoe ‘mannelijk’ wil je het hebben? Hoe menselijk?

Ja, natuurlijk werd ook in de Middeleeuwen de samenleving beheerst door een patriarchale ideologie. Maar wie kan volhouden dat mensen zich altijd braaf aan een heersende ideologie hielden?

Katharen
Wie Femina leest komt óók veel te weten over de ‘gewone’ Middeleeuwse geschiedenis. Als het gaat over de dertiende-eeuwse katharen in Zuid-Frankrijk schetst Ramirez bijvoorbeeld heel mooi de moderne discussie over de vraag of die ketters eigenlijk wel ooit een samenhangende beweging vormden. En Ramirez’ beschrijving van de ridder-idealen – die in de tweede helft van de Middeleeuwen enorm dominant werden – mag wel in iedere geschiedenislokaal aan de muur worden gehangen: ‘Hoe fantasievol en idealistisch ook, het ging om een modieus concept dat probeerde individuen boven de dagelijkse sleur van de politiek, de gruwelijke dood op het slagveld en de machinaties van mensen met machtshonger te verheffen tot iets bovenaards, een ideologie gebaseerd op mythe en legende waarin het goede het kwade overwint.’ Ze vergelijkt de riddercultuur met ‘jezelf vandaag de dag in een fantasyfilm verliezen’.

Behalve dat de Mongolen (in ieder geval in de verder prima Nederlandse vertaling) worden aangeduid als ‘mogols’ (dat zijn de islamitische keizers van India), heeft Femina maar één vreemd gebrek: de extreem rommelige structuur van het inhoudelijk juist bijzonder goede hoofdstuk over de twaalfde-eeuwse mystica Hildegard van Bingen. De chronologie is er verwarrend en allerlei verhalen staan er twee keer in, alsof hier per ongeluk een oudere, half geredigeerde versie in het definitieve boek terecht is gekomen.

Even goed als Femina (en zonder enig rommelig hoofdstuk) is het boek Schildmaagd, over ‘de onbeschreven geschiedenis van krijgsvrouwen in de Vikingtijd’, vooral in de tiende eeuw. De auteur Nancy Marie Brown concentreert zich op een – fictieve maar goed onderbouwde – reconstructie van een van de meest verbluffende ontdekkingen in de Middeleeuwse archeologie: de vrouwelijke krijger van Birka.

Altijd werden er al verhalen verteld over vrouwelijke vikingkrijgers, maar die werden door historici doorgaans afgedaan als literaire sage-fantasieën of christelijke gruwelverhalen om de ‘beestachtige’ vikingen zwart te maken: ‘Die heidenen laten zelfs hun vrouwen vechten!’. Maar als een bominslag was er in 2017 ineens de ontdekking (op basis van dna) dat in een beroemd tiende-eeuws krijgergraf in het Zweedse Birka, vol wapens en speelstukken, een vróuw lag. Zelfs nu wordt door sommigen volgehouden dat het een gewone vredelievende vrouw zal zijn geweest die om sociale en rituele reden kennelijk met wapens is begraven. In theorie kan dat, maar onwaarschijnlijk is zo’n traditionele interpretatie wel.

De context van dat vrouwelijke krijgergraf is de Scandinavische vikingcultuur aan het begin van de tiende eeuw. Daarover is best veel bekend. Maar over de krijgerin van Birka zelf weten we alleen dát ze bestaan heeft, meer niet. In haar reconstructie vult Brown dat gat in onze kennis op door te ‘fantaseren’ dat de persoon in het graf van Birka de vrouwelijke vikingleider Hervör was, een figuur uit een laat-middeleeuwse IJslandse sage. Zo’n ‘fictieve’ rode lijn door een verder regulier geschiedverhaal blijkt een goede greep, die veel mogelijkheden voor verhalen en uitweidingen biedt. Dan wordt bijvoorbeeld ineens dat indrukwekkende zwaard in het graf Bj581 in Birka het mythische zwaard dat door Hervör zelf uit het graf van haar vader is gehaald in een gevecht met dode geesten, tot verbijstering van de stoere bemanning van haar schip die uit spokenangst dan allang de benen heeft genomen.

Dat sageverhaal knoopt Brown ook weer aan het historische verhaal van de machtige Noorse koningin Gunhild door deze Hervör tot haar leerling te maken. Ook verweeft ze het verhaal van ‘Hervör’ met de vage verwijzingen in Ierse en Duitse kronieken naar ‘een Rode Maagd Rusilla’ die een vikingvloot in de Ierse zee zou hebben aangevoerd. Tot ver in Rusland voert Brown de krijgerin van Birka, waar ze natuurlijk in contact komt met de machtige koningin Olga van het viking-Roes-volk in Kiev – ook weer een historische figuur. Uiteindelijk sterft ‘Hervör’ in Birka, vermoord door een wraakzuchtige slavin.

Schildmaagd is een boek over een vrouw en tegelijkertijd is het een van de meest complete boeken over de viking-wereld dat ik ken. Dít is vrouwengeschiedenis als mensengeschiedenis.

Een fantasieconstructie in een geschiedkundig werk is behoorlijk gevaarlijk, omdat de lezer al gauw de draad tussen fictie en feiten kan kwijtraken. Maar Brown loopt niet in deze val omdat zij de twee domeinen van fictie en historische werkelijkheid zorgvuldig uit elkaar houdt, in stijl en met expliciete aanduidingen. Haar boek is een schoolvoorbeeld van goede en fantasierijke geschiedschrijving.

Vergeleken met zoveel fijnzinnige scherpzinnigheid valt het derde onlangs verschenen boek over vrouwen in het verleden tegen. In Mevrouw Sapiens staan genoeg interessante feiten over de rol van vrouwen in de oertijd, maar wel precies over de traditionele vrouwendomeinen: kleding, gezinsleven, sieraden en seksualiteit. En ook zonder dat duidelijk wordt of vrouwen hierin nu eigenlijk een andere rol hadden dan de mannen. Pas in het laatste hoofdstuk gaat het over de ‘vele rollen’ van de vrouw. Dat ze mógelijk jaagden bijvoorbeeld, maar ‘natuurlijk is het onwaarschijnlijk dat zwangere of zogende vrouwen zich in dat soort levensgevaarlijke activiteiten stortten’. Waarom is dat dan weer ineens onwaarschijnlijk? Het kennelijk beperkte voorstellingsvermogen van het schrijverscollectief dat Mevrouw Sapiens schreef, is al decennia geleden ingehaald door de wetenschappelijke werkelijkheid. In de jaren tachtig werden namelijk wel zwangere jagers beschreven bij de Agta-jagersverzamelaars op de Filipijnen. En wat in de jaren tachtig lukte in het oerwoud van Luzon, zal 15.000 jaar geleden toch ook mógelijk zijn geweest. Verder geven de auteurs een best goed overzicht van de vrouwelijke jachtmogelijkheden. Ze beschrijven archeologische vondsten die er op kunnen wijzen dat vrouwen evengoed de baas van een groep mensen konden zijn als een man. Maar waarom gaan ze er vervolgens toch weer onmiddellijk van uit dat de permanent bewoonde hutten in het Noord-Israëlische Ohala (20.000 jaar oud) wel weer door vrouwen zullen zijn ingericht?

18-11-2022 Hendrik Spiering

Bestanden bij dit product
Inkijkexemplaar.pdf (441.31 kB)
Back to top