Moralist van de ontrouw

Annemiek Recourt
44,99
Op voorraad
SKU
9789028282315
Besproken in NRC
Bindwijze: Paperback / softback
Levertijd 1-2 werkdagen Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen zonder account
Afbeelding vergroten
Productomschrijving
Wie in de eerste helft van de twintigste eeuw een manuscript in zijn bureaula had liggen, wendde zich tot Jan Greshoff (1888–1971). Meer nog dan als schrijver, stond Greshoff bekend om zijn talent als literaire promotor. Niemand kon zo spontaan aansporen en gul bewonderen als hij. Het leverde hem de trouwe vriendschap op van literaire grootheden als E. du Perron en Menno ter Braak en maakte hem tot idool van talloze jongeren. Het was Greshoff aan wie Elsschot Kaas opdroeg, aan wie een jonge Annie M.G. Schmidt in de bange meidagen van 1940 een prangende, bewonderende brief schreef en die het debuut van Hans Lodeizen de wereld in hielp. Greshoffs biografie vormt een pakkende mentaliteitsgeschiedenis van de turbulente metamorfose die Nederland in de twintigste eeuw onderging, waarbij alle waarden binnenstebuiten werden gekeerd. Het levensverhaal van deze literaire spilfiguur voert de lezer langs morele dilemma’s die tot op de dag van vandaag herkenbaar zijn. Waarheen leidt de moderne vooruitgangsgedachte ons? Is de democratie wel de ideale staatsvorm? En de hamvraag: wat doe je als je je eigen lat hoog legt, terwijl je de indruk hebt dat steeds minder mensen om je heen dat nog doen?
Meer informatie
Auteur(s)Annemiek Recourt
ISBN9789028282315
BindwijzePaperback / softback
Aantal pagina's900
Datum van verschijning20181010
NRC Recensie4 ballen
Breedte145 mm
Hoogte230 mm
Dikte39 mm
NRC boeken recensie

Jan Greshoff De schrijver en uitgever Greshoff, belangrijk in de eerste helft van de 20ste eeuw, schreef vooral om ‘een bepaalde groep vaderlanders te ergeren’. Zijn biografie is geschreven met veel empathie en historisch besef.

Goed dat er biografen zijn. Ik denk niet dat ik de afgelopen maanden veel aan Jan Greshoff (1888-1971) zou hebben gedacht, als Annemiek Recourt niet zijn biografie had geschreven. Uit de boekhandel is hij allang verdwenen, zoals de meeste dode schrijvers. In mijn boekenkast, waar toch menigeen op papier overleeft, kwam ik alleen Uitnodiging tot ergernis tegen. Een ‘keuze uit eigen werk’ uit 1957, met een inleiding van Leo Vroman. Intrigerende titel overigens. Wie probeert zijn lezers nu te lokken met ergernis? De titel van Annemiek Recourts biografie luidt: Moralist van de ontrouw. Ook niet gek. De meeste moralisten zullen eerder trouw aanbevelen. Wat had Greshoff met ergernis en ontrouw?

De typering ‘moralist van de ontrouw’ blijkt afkomstig te zijn van Dick Binnendijk (ooit een vermaard letterkundige, nu volkomen vergeten) en slaat op Greshoffs veelzijdigheid en non-conformisme. Ambivalentie en onrust tekenden hem. Hoewel zelf van keurig burgerlijke afkomst, kreeg hij het benauwd van de bekrompen burgerlijkheid in het verzuilde Nederland. Op de vraag waarom schrijvers schrijven, antwoordde Greshoff dat hij onder meer schreef ‘ten einde een bepaalde groep vaderlanders te ergeren’. Dat lukte kennelijk zo goed, dat het hem een reputatie als enfant terrible opleverde en een – ongetwijfeld ironisch bedoelde – titel voor zijn bloemlezing.

Eerlijk gezegd is die reputatie nu niet goed meer na te voelen. Ook het non-conformisme verandert met de jaren. Of het zou ook toen al moeten zijn gegaan om Greshoffs elitaire opvatting van literatuur, zijn verering van Action Française-voorman Charles Maurras, zijn aanvankelijke sympathie voor Mussolini of zijn stilzwijgen in de jaren vijftig en zestig over de apartheid – hij woonde toen, na in 1939 Europa te zijn ontvlucht, in Zuid-Afrika. Dergelijke ideeën kunnen lezers nog altijd doen steigeren, zij het niet Annemiek Recourt (1981). Zij gaat er vanzelfsprekend uitvoerig op in, maar om Greshoffs persoon en positie te verduidelijken, niet om hem politiek correct te kapittelen.

Historisch besef

Deze houding typeert de hele biografie, die met veel empathie en historisch besef is geschreven, zonder dat het een hagiografie is geworden. Greshoffs portret maakt een alleszins faire indruk. De schaduwzijden worden niet verbloemd, maar je begrijpt ook heel goed waarom hij (ondersteund door zijn immer loyale echtgenote Aty, iets wat de biografe discreet onderstreept) zo belangrijk heeft kunnen worden in de literaire wereld van de eerste helft van de vorige eeuw.

Zelf zag hij zich allereerst als dichter en tot in de jaren vijftig bleef zijn poëzie populair. Toch is het niet als dichter dat hij de literatuurgeschiedenis heeft gehaald. In Jacqueline Bels standaardwerk Bloed en rozen, dat de periode 1900-1945 bestrijkt, komt Greshoff veelvuldig voor in de index. Wat alleen ontbreekt, is een aparte behandeling van zijn ‘parlando-poëzie’, of van zijn proza. Hier wreekt zich het feit dat hij niet één centraal meesterwerk heeft nagelaten (zoals Du Perron met Het land van herkomst) dat in aanmerking komt voor een ‘klassieke’ status.

Herinnerd wordt Greshoff als criticus, als tijdschriftredacteur, als journalist, als uitgever van bibliofiele edities, als intermediair voor de Franse, Vlaamse en Zuid-Afrikaanse literatuur, als stimulator en inspirator van anderen (van Willem Elsschot tot Annie M.G. Schmidt) en niet te vergeten als vriend. Bijna iedereen die er destijds toe deed in de literaire wereld (Van Schendel, Ter Braak, Du Perron, Roland Holst, Bloem, Marsman, Van Eyck en vele anderen) was met hem bevriend. Zijn talent op dit gebied moet groot zijn geweest, al was hij gezien zijn reputatie als pestkop en polemicus zeker geen allemansvriend.

In een biografie is dat nog niet zo makkelijk te vangen. Het blijkt vooral indirect, doordat overal waar Greshoff neerstreek, in Brussel, Kaapstad of New York, al gauw een vriendenclubje ontstond met hem als middelpunt. Recourt noemt hem ergens een ‘man die uit niets anders bestaat dan literatuur’. Ja, de literatuur vormde steeds de verbindende schakel, maar wat vast ook meespeelde was een gedeeld gevoel van uitverkorenheid en bijzonderheid. Een echo van de door Greshoff hevig bewonderde en inderdaad schitterende roman Les pléiades (1874) van graaf Joseph Arthur de Gobineau, waarin de lof wordt gezongen van een kleine verheven vriendenschare, een geestelijke aristocratie. In zijn vele literaire vriendschappen moet hij iets soortgelijks hebben gezocht en gevonden.

‘Anti-modernes’

Net als Maurras was Gobineau (die vooral bekend is geworden als de geestelijke vader van het moderne racisme) een man van rechts. Hetzelfde geldt voor Greshoff, die je zou kunnen rekenen tot de ‘anti-modernes’ over wie de Franse literatuurwetenschapper Antoine Compagnon in 2005 een geweldig boek schreef: zij waren tegen alles waarvoor de moderniteit staat (industrialisatie, commercie, democratie), alleen niet in literair opzicht. Denk aan vernieuwende en tegelijk aartsreactionaire schrijvers en dichters als Baudelaire, Flaubert of Eliot. ‘Greshoffs poëzie is vernieuwend, maar niet experimenteel’, schrijft Recourt, die ook zijn lauwe reacties op Van Ostaijen en de Vijftigers memoreert. Greshoff nam een soort tussenpositie in, net als in de politiek. Want zie, in de jaren dertig ontpopte hij zich – in weerwil van zijn liefde voor de latere collaborateur Maurras – als een van de felste tegenstanders van Hitler en het nazisme. Een mooi voorbeeld van de ‘ontrouw’ van deze onorthodoxe moralist.

Zijn einde heeft daarentegen iets ontluisterends: enerzijds wanhopig geklaag over het culturele verval van Europa en het ‘onland’ Holland, anderzijds chagrijn omdat hem bij alle eerbetoon de orde van de Nederlandse Leeuw onthouden bleef. Intussen wijst het eerbetoon wel op de grote, tegen die tijd alom erkende betekenis die Greshoff voor de Nederlandse literatuur heeft gehad.

In de biografie neemt deze betekenis de vorm aan van een aaneenschakeling van contacten met collega-schrijvers, uitgevers en mederedacteuren, van boeken, bundels, tijdschriften en kranten, van vriendschappen, rivaliteiten, reizen, verhuizingen, depressies, geldzorgen en wat al niet meer. Soms wordt het in al zijn gedetailleerdheid iets te veel van het goede, al biedt de levendige stijl krachtig tegenspel. Daarbij komt: hoe zou je het leven van een belangrijk schrijver die het niet in de eerste plaats van zijn werk moet hebben, anders en beter recht kunnen doen?

Back to top