Morgen komt geen dag te laat

Ivan Krastev
10,00
Op voorraad
SKU
9789045042954
Besproken in NRC
Bindwijze: Paperback / softback
Levertijd 1-2 werkdagen Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen zonder account
Afbeelding vergroten
Productomschrijving
In ‘Morgen komt geen dag te laat’ beschrijft Ivan Krastev hoe de coronaviruspandemie Europa verandert. Welke gevolgen heeft de coronacrisis voor onze democratie? Gaan regeringen mensen redden of economieën uit de brand helpen? Hoe zal de crisis onze samenleving veranderen en wat kunnen we ervan leren? Het virus bevestigt de angsten van de tegenstanders van globalisering en de mystieke krachten van grenzen. De big data-politiek zoals die nu al door de Chinese overheid wordt gevoerd, zal door corona ook elders meer ingang vinden. Het sluimerende generatieconflict en de aanwezige spanningen binnen de EU zullen door COVID-19 worden verhevigd. Aan de hand van paradoxen, lessen en briljante inzichten geeft Krastev antwoord op vragen die de hele wereld bezighouden.
Meer informatie
Auteur(s)Ivan Krastev
ISBN9789045042954
BindwijzePaperback / softback
Aantal pagina's96
Datum van verschijning20200721
NRC Recensie4 ballen
Breedte124 mm
Hoogte200 mm
Dikte11 mm
NRC boeken recensie
Het coronavirus is een bron voor groteske ideeën en voorbarige theorieën Coronaduiding Epidemieën besmetten de samenleving met angst, schrijft de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev in zijn bijdrage aan de coronaliteratuur. Zeg me hoe u de wereld na corona ziet en ik zeg u wie u bent. Is die wereld gevormd door het besef van onze verbondenheid, of is ze lamgelegd door het egoïsme van feestende jongeren, vrekkige regeringsleiders, anderhalvemeternegeerders en mondkapjesweigeraars? Een genadeklap voor het kapitalisme of juist een teken van de robuustheid van het systeem? Bron van hoop of voorbode van ellende? Linksom of rechtsom zien de auteurs van dit soort coronabeslommeringen uiteindelijk hetzelfde: een bevestiging van het eigen gelijk. Iets aan dit virus maakt het tot een geliefde bron voor groteske ideeën en voorbarige theorieën. De Eerste Wereldoorlog was voor de dichters, Vietnam voor de filmmakers en journalisten, tijdens de coronapandemie is de vruchtbaarste aarde bestemd voor zelfverklaarde intellectuelen die in de meeste analyses weinig op hebben met de onzekerheid waarmee virologen en beleidsmakers het virus te lijf gaan. ‘Epidemieën besmetten de samenleving met angst’, schrijft Ivan Krastev (1965) in zijn bijdrage aan de coronacanon Morgen komt geen dag te laat. Daarom doen ze het al eeuwen goed als ‘metafoor voor het verlies van vrijheid en de opmars van autoritair bestuur’. Vreemd is dat niet: het virus verbindt de meest abstracte ideeën aan de angst en onzekerheid van de actualiteit. Zie Machiavelli, die in epidemieën de ultieme bedreiging van politieke stabiliteit zag. Zie Camus, bij wie de pest een externe dreiging voor een samenleving symboliseert, met al het onderling wantrouwen dat daarbij hoort. Anders dan veel collega-coronaduiders waagt de Bulgaarse politicoloog zich niet aan al te ambitieuze voorspellingen. Hij voelt meer sympathie voor het idee – geleend van José Saramago, schrijver van de roman Stad der blinden – dat de epidemie niet zozeer de maatschappij verandert, maar inzichtelijk maakt hoe ze altijd al functioneerde. Wat eerst klinkt als een retorisch trucje – ‘de wereld hoeft niet te veranderen om bij mijn gelijk te passen, ze wás het al, alleen zagen jullie dat nog niet’ – blijkt bij Krastev zowaar goed uit te pakken. Helemaal als hij het gebruikt om de vroegste conclusies uit de coronacrisis die anderen trokken nog eens te bevragen. Dat het virus autoritaire leiders steviger in het zadel helpt zitten, bijvoorbeeld. Veel aandacht was er voor de Hongaarse premier Orbán, die al in een vroeg stadium van de crisis zijn macht probeerde uit te breiden. Maar, zo merkt Krastev treffend op, het is veelzeggend dat Orbán elk van die inperkende stappen met vlag en wimpel door het parlement aangenomen kreeg. Zijn positie wás al praktisch onaantastbaar. ‘De bewering dat Covid-19 hem de kans bood een coup te plegen is een luie en nutteloze veronderstelling’, schrijft Krastev. ‘Veel betekenisvoller lijkt het te opperen dat Orbán de Covid-19-crisis gebruikt om Brussel te laten zien dat hij de regels van de Europese Unie ongestraft aan zijn laars kan lappen’. Moeilijk te temmen Het lijken misschien aantrekkelijke tijden voor leiders die graag in ontregelde omstandigheden opereren en de regels naar zich toe trekken. Maar, schrijft Krastev, populistische en autoritaire leiders gedijen vooral bij crises die ze zelf kunnen creëren, framen en oplossen. Een vluchtelingencrisis geeft hen die ruimte: zo’n crisis blijft voor veel burgers iets dat je vooral via televisie en politiek beleeft. En de politicus die dat wil, kan grenzen sluiten of bootjes tegenhouden. Een virus komt voor veel families vele malen dichterbij en laat zich, zelfs met goed beleid, moeilijk temmen. ‘In plaats van dat angstige mensen op zoek gaan naar iemand op wie ze hun frustratie kunnen afreageren’, schrijft Krastev, ‘gaan ze nu op zoek naar iemand die hen kan beschermen, en naar mensen met kennis van zaken.’ Expertise is weer sexy, al vraag je je af of die conclusie niet ook een beperkte houdbaarheidsdatum heeft. Want wat gebeurt er als kundige overheden niet in staat blijken een tweede golf te voorkomen? Het zichtbaar maken van bestaande trends en gedragingen: zo verklaart Krastev ook de massale remigratie die de virusuitbraak op gang bracht. In Na Europa (2018) en Falend licht (2019), zijn vorige twee boeken, was het nog de leegloop uit Oost-Europa die centraal stond, nu is, voor even, het tij gekeerd. Zelf trok de politicoloog, die al jaren in Wenen woont, zich met zijn gezin terug op het Bulgaarse platteland. Net als 200.000 andere Bulgaren keerde hij huiswaarts. Rationeel was dat besluit niet uit te leggen, stelt hij vast: de gezondheidszorg is beter geregeld in Oostenrijk, hij houdt van Wenen, heeft er vrienden. En toch. Wat was het dan wel? Gebondenheid en geborgenheid, denkt hij zelf. ‘Toen de crisis toesloeg wilden we dichter bij de mensen en de plekken zijn die we ons hele leven al kenden’. Een oikos, zou Thierry Baudet roepen. Krastev houdt het op een goedaardig nationalisme, de deugdzame variant op het wij-zij-nationalisme van de vluchtelingencrisis. Boeiende gedachten zijn het, boeiend genoeg dat je er meer over zou willen lezen dan een paar pagina’s, maar dan is hij alweer bij een nieuw hersenspinsel aanbeland in dit kleine boekje, van minder dan 100 pagina’s. Een leidmotief, zoals de drang van volkeren en regeringen elkaar te imiteren dat was in Falend licht, ontbreekt. En toch valt dat te accepteren. Het gebrek aan een groter verhaal komt hier niet voort uit haast, maar eerder uit bescheidenheid. We weten vrijwel niets over de wereld die ons wacht, en dat is oké. Met die gedachte in het achterhoofd hebben we voorlopig meer aan momentopnamen als deze, zoals de gedichten en journalistieke verslagen uit vorige oorlogen hun tijdsgewricht het beste vertegenwoordigen. De standaardwerken volgen wel als de kruitdampen zijn opgetrokken. 2020-08-21 Rik Rutten
Bestanden bij dit product
Back to top