Niemand keek omhoog

Evelien Vos
19,99
Op voorraad
SKU
9789028282254
Besproken in NRC
Bindwijze: Paperback / softback
Levertijd 1-2 werkdagen Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen zonder account
Afbeelding vergroten
Productomschrijving
'Wat een mooie, tastende directheid en wat maakt Vos met haar lichte stijl veel veelbetekenend.’ Thomas Verbogt Lucy had succesvol kunnen worden, maar is dat niet. Ze bezoekt elke zaterdag met tegenzin haar opa, haar ouders vinden dat ze haar tijd verspilt en ze heeft wat rommelige affaires. In een poging haar leven de wending te geven waarnaar ze verlangt, verhuist ze naar Madrid. Daar blijkt dat ze minder invloed heeft op haar leven dan ze altijd dacht. Evelien Vos kijkt op een prachtige manier net naast de dingen en schetst in korte scènes gebeurtenissen waarin humor en droefheid bijna hetzelfde lijken. Niemand keek omhoog is een roman over verwachtingen, het verlangen naar verbinding, perfectionisme en pogingen om onafhankelijk te zijn.
Meer informatie
Auteur(s)Evelien Vos
ISBN9789028282254
BindwijzePaperback / softback
Aantal pagina's192
Datum van verschijning20180130
NRC Recensie4 ballen
Breedte131 mm
Hoogte211 mm
Dikte17 mm
NRC boeken recensie

Bramen horen in een wit vergiet; gehaktballen in een oranje emaillen pan. Zo deden de oma’s het. Lucy, de hoofdpersoon van Niemand keek omhoog, de debuutroman van Evelien Vos (1987), zoekt naar houvast, naar handvatten en leefregels. Haar familie biedt echter weinig soelaas. Haar moeder vindt haar mislukt en ‘onbenaderbaar’, haar grootvader, die ze trouw bezoekt, schaamt zich voor haar.

Lucy zelf houdt zich opmerkelijk koest. Ze rookt, ze rookt nog wat meer, ze schrijft en vertaalt wat, kijkt in bad naar blauwe plekken op haar benen, die zij voor ‘levendig’ houdt, en doet, zo lijkt het, haar best zo min mogelijk op te vallen en vooral geen aanstoot te geven. Ze heeft geen toekomstplan, geen ambitie, geen grip op zichzelf, ze heeft niet eens een boodschappentas. Ze ervaart niets dan willekeur en weet niet hoe ze zich ergens of aan iemand zou moeten hechten.

Geraffineerd

Op het eerste gezicht is er weinig bijzonders aan de registrerende stijl van Niemand keek omhoog. Debuten gaan in Nederland wel vaker op een dergelijke manier over dolende, ronddobberende twintigers met vervelende familieleden, en zonder plan. Maar Vos’ proza is spannend, juist dankzij de onderkoelde wijze waarop haar ik-persoon de wereld waarneemt. Geraffineerd wekt ze het vermoeden dat er meer achter moet zitten. Ze laat je raden naar wat er aan de hand is, welke lading de woorden precies hebben, je gaat je gaandeweg steeds meer afvragen of de verteller eigenlijk wel betrouwbaar is.

Er wordt weinig uitgelegd. Veelzeggend zijn details, zoals dat de vader van de moeder geen kibbeling mag eten – dat is voor Duitse toeristen. Je leest er haast overheen, maar concludeert net op tijd hoe die vader onder de plak zit, hoe hij zichzelf wegcijfert, en als het ware ‘uit staat’. Op vergelijkbare wijze leeft de dochter, al probeert ze soms wel wat.

Hier en daar heeft ze een ontluisterend avontuur met een jongen. De een trommelt in bad trots op het door de opwaartse druk uitgerekte vel van zijn balzak, de ander houdt angstvallig zijn rugzak op tijdens seks in de buitenlucht.

Doodskist

Over het geheel genomen doseert Vos de informatie vernuftig. Zorgvuldig kiest zij haar woorden en beelden. Af en toe wordt het iets té verhuld, en te mooi. In de zin: ‘Het waaide in Haarlem zo hard dat de bloemen bijna van de eikenhouten planken vlogen’, duurt het te lang voordat je je realiseert dat ‘de eigenhouten planken’ de doodskist van opa moeten zijn.

Maar over het geheel genomen laat Vos de lezer heel verdienstelijk veel te raden en bijeen te puzzelen. Niemand keek omhoog is in al zijn kaalheid broeierig en zelfs enigszins benauwend. Groot drama komt zomaar ineens, haast letterlijk uit de lucht vallen. Die klap komt, dankzij het kalm geregistreerde geëmmer tot dan toe, extra hard aan. Hoe behoedzaam en voorzichtig de ik-figuur ook leeft, te voorkomen valt er niets, zoveel is duidelijk. Iets wijzer wordt Lucy uiteindelijk wel: ‘Alles wat ik zag, kon in één klap in kleine stukjes uit elkaar knallen, maar nu waren we hier.’

Back to top