Picture perfect

Kelli van der Waals
21,99
Op voorraad
SKU
9789045037141
Besproken in NRC
Bindwijze: Paperback / softback
Levertijd 1-2 werkdagen Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen zonder account
Afbeelding vergroten
Meer informatie
Auteur(s)Kelli van der Waals
ISBN9789045037141
BindwijzePaperback / softback
Aantal pagina's224
Datum van verschijning20200904
NRC Recensie3 ballen
Breedte126 mm
Hoogte181 mm
Dikte19 mm
NRC boeken recensie
Wat tieners op smartphones uitspoken Sociale Media Journalist Kelli van der Waals volgde 25 pubers en tekende op hoe hun online wereld met hun offline levens verweven is. Haar boek is een schat van informatie. Het is niet cool een foto van de gebroken duim van je moeder op Instagram te plaatsen. ‘Dan denk ik: ontvolg’, zegt een middelbare scholier in Picture perfect van journalist Kelli van der Waals (1984). Het is wel cool om meer volgers te hebben dan zelf mensen te volgen. Dan lijk je populair. En het is niet slim om geheime of intieme gesprekken op Whatsapp te voeren, aangezien de app niet meldt wanneer iemand een screenshot van een gesprek maakt. Voor je het weet deelt iemand je privé-ontboezemingen met de rest van de wereld. Van der Waals neemt in Picture perfect een diepe duik in het online puberleven. Ze volgde 25 scholieren en tekende hun ervaringen met nieuwe technologieën en media op. Haar fascinatie met het onderwerp wordt snel duidelijk. ‘Dit is de eerste generatie die nooit een wereld zonder internet heeft meegemaakt’, schrijft ze. Een generatie voor wie het online leven vanzelfsprekend hand in hand gaat met het offline leven, die geen middelbare school kent zonder constante berichtenstroom, vriendschappen sluit en weer verbreekt op Instagram en Snapchat, en niet alleen op het schoolplein maar ook online bepaalt wie de populairste is. Dat het niet cool is om de gebroken duim van je moeder op Instagram te zetten, is maar een van de vele online omgangsnormen die in het boek voorbijkomen – een schat van informatie voor ouders die zich afvragen wat hun kinderen op hun smartphone uitspoken. Daarnaast voert Van der Waals een reeks moderne denkers en onderzoekers op die soms verrassende inzichten bieden over het puberleven op internet. Cyberpesten Zo schrijft Van der Waals over onderzoeker danah boyd (ze schrijft haar naam zonder hoofdletters), die vindt dat de morele paniek over cyberbullying overtrokken is. Ja, kinderen nemen elkaar verschrikkelijk te grazen op sociale media, maar wat lijkt op pesten wordt door veel tieners simpelweg aangemerkt als ‘drama’. Het verschil met ouderwets pesten is dat er bij ‘drama’ niet automatisch sprake is van een slachtoffer. Dat zou het makkelijker maken om eventuele emotionele schade te bagatelliseren. ‘Zelfs degenen die centraal staan in het drama hebben de mogelijkheid te reageren, waardoor ze een gevoel van macht behouden, zelfs als ze gekwetst zijn’, aldus boyd in het boek. Dat zal best. Maar het is wel cru dat Van der Waals voorafgaand aan deze nuancerende woorden een jongen opvoert die aan den lijve heeft ondervonden hoe kwetsend cyberbullying kan zijn. Nadat hij tijdens een drukke toets bij de surveillant had geklaagd over de drukte, ontstak een scheldkanonnade in de appgroep van de klas. Hij werd ‘homo’, ‘kankerhomo’ genoemd, ‘ik ga je neersteken’ werd er gedreigd. Daarna wilde de jongen niet meer naar school. Het is moeilijk voor te stellen hoe deze jongen de emotionele schade van zo’n behandeling kan bagatelliseren. Tech-defaitisme Bovendien lezen we bij Van der Waals niets over de ernstigste gevallen van cyberbullying. Op internet gaan lijsten rond van veelal Amerikaanse tieners die zich van hun leven hebben beroofd na te zijn gepest op sociale media. Het is niet duidelijk hoeveel zelfdodingen onder Nederlandse jongeren worden gekoppeld aan cyberpesten. Maar we weten wel dat ruim 14 procent van de jongeren van 15 tot 25 jaar die geconfronteerd werden met pesten via internet hiervan melding maakte bij de politie of een andere instantie. Het lijkt onwaarschijnlijk dat zij zich, zoals Van der Waals en boyd suggereren, geen slachtoffer voelen. Van der Waals slaat vaker een sussende toon aan als het gaat om de invloed van sociale media op de levens van jonge mensen. Ze noemt de negatieve effecten wel. Smartphoneverslaving. Constant afgeleid zijn. Influencers die kinderen een eetstoornis aanpraten. De aanhoudende stroom van privacyschendingen. De macht van een klein aantal gigabedrijven over de manier waarop jongeren communiceren en media consumeren. Van der Waals stipt het aan, maar stelt iets te vaak dat de jongste generatie ‘ermee zal moeten leren omgaan’, of ‘wellicht’ gaat veranderen hoe ze ‘naar zichzelf kijken en zichzelf presenteren’. Het is het soort defaitisme waar grote techbedrijven garen bij spinnen. De gedachte dat mensen voornamelijk zelf, individueel, verantwoordelijk zijn voor de manier waarop ze nieuwe technologie gebruiken. Het probleem is natuurlijk dat veel technologie uit Silicon Valley ontworpen is om menselijk gedrag te beïnvloeden. Een leger van techneuten doet niets anders dan manieren verzinnen om de middelbare scholieren uit het boek van Van der Waals nog langer op hun smartphone te laten kijken. In het verleden is gebleken dat zij de veiligheid en basale rechten van gebruikers vaak vergeten mee te nemen in het ontwerpproces. Dat juist kinderen daarom op internet extra bescherming behoeven is de laatste jaren gelukkig wel doorgedrongen tot politici, vooral in Europa. Zo biedt de Europese privacywet AVG kinderen extra bescherming tegen dataroof. Het is jammer dat deze politieke kentering, en de gevolgen daarvan, in dit boek ontbreekt. 2020-09-11 Reinier Kist
Bestanden bij dit product
Back to top