Schubert

Yves Knockaert
32,50
Op voorraad
SKU
9789463102346
Besproken in NRC
Bindwijze: Hardcover
Voor 23:00 besteld, morgen in huis Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen ook zonder account
Afbeelding vergroten
Productomschrijving
In zijn korte leven was Franz Schubert veel meer dan de componist van ‘De forel’ en andere klassieke liederen. Zo zijn er nog clichés aan herziening toe. Schubert was geen artiest die zich volledig liet onderhouden door zijn vrienden, meer dronken was dan nuchter, financieel steeds aan de grond zat, niet wist hoe zijn muziek te verkopen. Yves Knockaert schetst een waarachtig en fascinerend beeld van een van de populairste klassieke componisten. Schubert was een mens van vlees en bloed. Hij verzette zich actief tegen het repressieve regime van Metternich en tegen de censuur. Hij vocht jaar in jaar uit om het operapodium te bereiken, maar mislukte keer op keer omdat de Italiaanse mode over Wenen heerste. Hij had veel respect voor Beethoven, maar moest niet onderdoen voor hem omdat zijn benadering van romantiek compleet anders was. Hij bewoog zich niet buiten zijn burgerlijke milieu, was geen virtuoos, eerder bescheiden en bedeesd, maar tegelijk zo gevoelig en genuanceerd in elke gecomponeerde noot.
Meer informatie
Auteur(s)Yves Knockaert
ISBN9789463102346
BindwijzeHardcover
Aantal pagina's320
Datum van verschijning20190409
NRC Recensie3 ballen
Breedte160 mm
Hoogte238 mm
Dikte36 mm
NRC boeken recensie

Klassieke muziek In zijn biografie van Franz Schubert rekent Yves Knockaert af met allerlei mythes omtrent de jong gestorven componist. Zo had hij zelden een creatieve crisis.

Wie hoopte even te ontkomen aan al het Beethovengeweld van het 2020-Beethovenjaar door een Schubertbiografie open te slaan, komt met het nieuwe boek van de Belgische musicoloog Yves Knockaert (1954) bedrogen uit. Direct in de eerste zin van Schubert, de biografie duikt hij op. De reus Beethoven, die zijn muzikale schaduw over de hele 19de eeuw wierp en Franz Schubert (1797-1828) de vertwijfelde vraag ontlokte of iemand na Beethoven überhaupt nog in staat zou zijn iets te verwezenlijken.

In zijn openingsscène zoomt Knockaert in op 28 maart 1827. De dan dertigjarige Schubert staat als een van de zesendertig fakkeldragers naast de grafkist van de maestro, een bewijs van Schuberts statuur in Wenen op dat moment. Maar het wordt snel duidelijk dat het Knockaert met deze scène helemaal niet te doen is om een vergelijking tussen de twee componisten. Hij richt de aandacht van de lezer op een veel banalere kwestie. In welk café gingen Schubert en zijn vrienden na afloop van de begrafenis eigenlijk iets drinken? De herberg op de Neuer Markt? Werd er nagepraat bij iemand thuis? Of eindigde het gezelschap in de herberg Schloss Eisenstadt?

Het antwoord blijft Knockaert ons schuldig, want de dagboeknotities van Schuberts vrienden spreken elkaar allemaal tegen. Schubert zelf heeft er sowieso niets over opgeschreven. Zulke verwarring is tekenend: als het om Schubert gaat is er zelfs over de onbelangrijkste details geen overeenstemming in de bronnen, en zijn eigen dagboek is summier. Die onduidelijkheid en hiaten plaveiden na Schuberts dood de weg voor mythevorming, over gewichtiger zaken dan alleen borrellocaties.

Geld en erkenning

Zo ontstonden romantische verhalen over ‘die arme Schubert’ die zonder geld en erkenning van crisis naar crisis strompelde, en doken theorieën op over zijn onderdrukte homoseksualiteit die uit zijn harmonische wendingen zou zijn af te lezen. Knockaert stelt zichzelf met zijn biografie ten doel orde te scheppen in de chaos en terug te keren naar het primaire materiaal. Wat weten we nou echt?

Het resultaat is een gedetailleerd chronologisch verslag van Schuberts leven en werk, van zijn jeugd als onderwijzerszoon, koorknaap en leerling van Antonio Salieri naar zijn carrière als zelfstandig componist met een uitgebreide vriendenkring, tot zijn vroegtijdige sterfbed in het huis van zijn broer in een buitenwijk van Wenen, door syfilis geveld.

Met die veronderstelde creatieve crises viel het volgens Knockaert allemaal wel mee. We zouden ze veeleer moeten beschouwen als pogingen om nieuwe muzikale wegen in te slaan. En ook de financiële misère moet niet worden overdreven. De Schubert van Knockaert is vooral een enorm productieve componist, een kind van de burgerij dat excelleert in de liedkunst maar wiens muzikale ambities zowat alle genres beslaan. Hij kon prima leven van zijn werk, wilde graag dat zijn muziek gehoord werd en kreeg er ook tijdens zijn leven erkenning voor. Met de grote Beethoven, die overigens ooit verklaarde dat Schubert ‘goddelijke vonken’ bezat, zou hij überhaupt niet vergeleken moeten worden: zo eigen is zijn stijl.

Het is altijd goed om de primaire bronnen er zelf nog eens op na te slaan en niet blind te varen op de interpretaties van je voorgangers. Daarbij moet wel aangetekend worden dat de mythe van ‘die arme Schubert’ door andere Schubertspecialisten al eerder is ontkracht. Zo is het lastig stellen dat dit boek ‘de geheimen van de mysterieuze Schubert’ ontrafelt, zoals de achterflap belooft. Knockaerts Schubert is helemaal niet zo’n mysterieus figuur, en zijn leven is niet erg spannend.

Daar kan Knockaert natuurlijk niets aan doen, maar hij gebruikt verder weinig literaire trucs om de lezer mee te trekken in zijn verhaal. Een aantal musicologische details en vragen rondom Schubert krijgt bovendien meer aandacht dan de gemiddelde muziekliefhebber nodig heeft. Die zal niet altijd geboeid blijven door een lijst van mogelijke ontmoetingsmomenten tussen Schubert en Beethoven, of paginalange samenvattingen van plots van opera’s die nooit een succes werden. Dit is niet een boek dat probeert de beginnende luisteraar te enthousiasmeren voor Schuberts oeuvre, maar vooral een informatief overzichtswerk.

Dat is een valide insteek, maar het lastige feit blijft dat veel van Schuberts ‘geheimen’ helemaal niet ‘ontrafeld’ kunnen worden. Knockaert laat keer op keer zien dat er op veel vragen geen sluitend antwoord is. We weten het simpelweg niet. Is Schuberts poëzie-keuze voor zijn liederen autobiografisch? Sommige onderzoekers beweren dat, schrijft Knockaert. ‘Het is niet uitgesloten’ dat Schuberts ziekte te maken heeft met zijn keuze voor doodsthema’s. Tja. Verstandig om terughoudend te zijn, maar de opeenstapeling van vragen die in de lucht blijven hangen, krijgen bij vlagen iets schouderophalends. Het zou kunnen, het zou ook zo maar anders kunnen zijn. Volgend onderwerp.

Gelukkig blijft er tussen de soms bloedeloze hak-op-de-tak informatie veel moois te vinden. Met name in de ruim geciteerde primaire bronnen, die Schubert menselijk en invoelbaar maken. Zo zijn er de getuigenissen van zijn vrienden die hem plagerig omschrijven als ‘het kleine, corpulente en zwetende mannetje’, zijn eigen brieven waarin hij over zijn somberte vertelt, en jaloersmakende verslagen van de legendarische Schubertiades. Op die avonden speelde hij zijn werk thuis bij vrienden, onder wie een paar beroemde zangers. ‘Maar zoals Schubert, zelfs zonder stem, zo zong niemand zijn liederen.’

En juist in al zijn zakelijke eenvoud ontroert Knockaerts einde. Hij sluit af op het kerkhof waar hij begon, als in 1828 Schubert er zelf begraven wordt met zijn luttele 31 jaar. De slotwoorden van het boek citeren zijn grafschrift. ‘De toonkunst begroef hier een rijk bezit, maar nog veel mooiere verwachtingen.’ Daar hoeft niets aan toegevoegd te worden.

Back to top