Tat Tvam Asi

A.L. Snijders
28,00
Op voorraad
SKU
9789493183056
Besproken in NRC
Bindwijze: Paperback
Voor 23:00 besteld, morgen in huis Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen zonder account
Afbeelding vergroten
Productomschrijving
'Tat Tvam Asi' is de twaalfde bundel zeer korte verhalen van A.L. Snijders. De titel stamt uit het Sanskriet en betekent 'dat ben jij'. Het is een zegswijze uit de Upanishads, de esoterische verhandelingen die binnen het hindoeïsme als heilig beschouwd worden – teksten waaraan elke vorm van sektarisme ontbreekt. Snijders’ zkv’s vatten het leven geconcentreerd samen. Criticus Wim Brands (1959-2016) noemde ze nuchterweg maggiblokjes. Elke lezer kan naar believen dit extract met zijn eigen geestelijk vocht aanlengen. Zoals men zelf bepaalt of er soda bij de whisky moet, melk in de koffie of water bij de wijn. De zkv’s zijn geschreven zonder angst voor lezers, zorgeloos en associatief. In 2006 kwam Snijders’ eerste zkv-bundel uit. In 2010 werd hij geëerd met de Constantijn Huygens Prijs voor zijn verhalen. Zestig jaar eerder hanteerde Snijders’ leraar Nederlands heel andere criteria: Bij de beoordeling van het opstel hamerde hij op verbanden, verwijzingen, voegwoorden en voornaamwoordelijke bijwoorden, de tekst moest een logische samenhang hebben. Ik ging gebukt onder zijn hagelbuien, maar bedacht in stilte dat de hersens bij het lezen wel hun eigen weg zouden volgen en de regels van meneer Van der Velden zouden negeren. In Tat Tvam Asi vindt de lezer 337 zkv’s, geschreven in 2019 en 2020. De stukken werden gepubliceerd op de zogenaamde Graslijst, op de website van kro/ncrv, in de Vlaamse krant De Standaard, in de VPRO-gids en in de Berkelbode. De omslagillustratie en de collages in het boek zijn gemaakt door Chantal Rens, beeldend kunstenaar uit Tilburg. www.afdh.nl
Meer informatie
Auteur(s)A.L. Snijders
ISBN9789493183056
BindwijzePaperback
Aantal pagina's648
Datum van verschijning20210412
NRC Recensie5 ballen
Breedte115 mm
Hoogte191 mm
Dikte35 mm
NRC boeken recensie

Dit boek bevat een fontein aan eigenzinnigheid

A.L. Snijders Hoe een ebbenhouten personage autonomie behoudt tijdens de coronapandemie: Snijders’ zkv’s uit 2019 en 2020 zijn uitmuntende tekstjes, vrijwel allemaal het overdenken waard.

Charles Bukowski had niks op met de dreinerige omslachtigheid waarmee sommige collega’s aan hun romans en verhalen begonnen. Denk je nou echt, zei Bukowski, daarbij vermoedelijk doelend op William Faulkner, dat je iemands aandacht opeist als je in de openingszinnen een boom opzet over een of andere vrouw in het zuiden van Georgia die kreunend en steunend in een stoel gaat zitten? Met daarna dan een scène waarbij haar man er ook bij komt zitten? Nee, het moest heel anders, vond hij, zinnen moesten juice hebben, sap dus, en zo onder elkaar staand zou het iets moeten zijn als ‘bim bim, bim! Bim, bim, bim!’ Zinnen als sappige eenheden, van een heuvel op je afrollend als rijpe sinaasappelen.

Ik wil niet beweren dat A.L. Snijders een bim-bim-bim-man is, maar hij heeft in de regel erg weinig tijd en ruimte nodig om je één van zijn welbekende zkv’s (Zeer Korte Verhalen) in te trekken. Kijk maar naar wat beginzinnen uit Tat Tvam Asi, de verzamelde zkv’s uit 2019 en 2020: ‘In de jaren zestig van de vorige eeuw kende ik een jongen die onder de grond leefde.’ Je bent meteen bij de les. Nog één: ‘Zeven meisjes met witte blouses en lange rokken beklimmen een scheepswrak in een baai bij Lecce.’ Je wilt er alles over weten. ‘Aan het begin van de avond mis ik de vleermuizen.’ Ik las nog nooit over iemand die een nood aan vleermuizen had. ‘Ik was bevriend met iemand die als kleuter op weg naar Nederland beschoten was door een vijandelijk jachtvliegtuig.’ En: ‘De eenzaamheid komt met kleine stappen, maar is niet ongewenst.’ Zkv’s mogen dan, zoals de schepper ervan zich eens liet ontvallen, kleine, mislukte romans zijn, aan een mislukte roman beginnen kan Snijders in elk geval al als geen ander.

Autonomie
De laatst geciteerde zin is afkomstig uit maart vorig jaar, even na de uitbraak van de coronapandemie. Het is sowieso interessant om te zien wat Snijders daarmee doet, omdat het één van die zeldzame reële, dus zeg maar door landelijke media volop gedekte fenomenen is waar Snijders, die normaal toch vooral vanuit zijn eigen mentale zeppelin bericht, niet aan lijkt te kunnen ontkomen. In die eerste coronaweken is de toon sober en op het dagboekerige af, serveert hij wat tekstjes van andere schrijvers uit en is hij verder ‘veel thuis en laat hij niemand binnen’, omdat hij heeft ‘begrepen dat de minister-president dat het liefste heeft’.

We zijn getuige van zoiets als de shell shock van de verbeelding. Maar het duurt maar een paar dagen voordat hij corona vleugels geeft, zo zou je het kunnen noemen, door een zkv te wijden aan zo’n typische, al dan niet fictieve, Snijders-figuur: een vrouw die ‘nog nooit van het corona-virus heeft gehoord’. Vroeger, toen men werkte aan de ontwikkeling van de atoombom en er her en der groepjes voor- en tegenstanders ontstonden, keerde ze het vraagstuk al de rug toe. Ze ‘wilde er niets mee te maken hebben, ze wilde niet geëngageerd worden door vreemde mensen, ze wilde zelf beslissen op het moment dat het plantje zijn kop boven de grond uitstak. In de praktijk had dat betekend dat ze zich bijna altijd had afgewend van grote, belangrijke stromingen. Met links of rechts, man of vrouw, rijk of arm had dat niets te maken. Het ging om haar opvatting over autonomie, ze wilde door niets meegesleept worden dat niet vanuit haar eigen diepte ontstaan was.’

‘Het’ zkv rust op meerdere pijlers, maar dit, iemand die zich tot het uiterste inspant om aan de druk van een groep te ontkomen is er zonder twijfel één van. Het werk van Snijders zit er vol mee, dat was al in de eerste bundels zo, met timmermannen die snoeverige acteurs recht in hun gezicht vertelden dat ze geen angst hadden voor de ‘anonieme passage’ en een ex-gymnasiast uit Amsterdam-Zuid die liever kruidenboer in Frankrijk werd dan een puissant rijke bankier omdat hij zich ‘de ontbering’ niet af wilde laten pakken. En dat is nog steeds zo.

Ebbenhouten figuren
Een belangrijk deel van het sap van Snijders komt hieruit voort, uit de gulle bron van ebbenhouten, autarkische figuren die een broertje dood hebben aan de status quo, aan de verlokkingen van het consumentenbestaan of aan borden waar ‘verboden toegang’ op staat – en het is dan ook geen toeval dat Snijders zelf de wet tart door na corona-spertijd door een bos te wandelen.

De fontein van eigenzinnigheid en eigenrichting leidt ook in Tat Tvam Asi (‘dat ben jij’ in het Sanskriet) voor de zoveelste keer tot uitmuntende tekstjes, die vrijwel allemaal het overdenken waard zijn als een gedicht van de door Snijders zo bewonderde Frank Koenegracht. Soms zijn ze simpelweg hilarisch in de eenvoud van de anekdote, zoals ‘Facisme’, waarin wordt gememoreerd hoe Snijders, destijds leraar Nederlands op een politieschool, dagelijks onder een viaduct doorreed waar iemand de tekst ‘Weg met het facisme’ op had gekalkt. Omdat je fascisme toen ook al met een s erin schreef besloot Snijders om thuis een pot verf en een kwast op te halen om de schrijffout te herstellen. Maar al doende, ondersteboven bungelend aan de reling, arriveerde de politie, die hem meenam naar het bureau. Gelukkig was alleen de letter s nat, zodat Snijders snel weer kon gaan, al wilde men nog wel weten of hij eveneens tot onbezoldigde correctie was overgegaan als er ‘Leve het facisme’ had gestaan.

En de andere keer is het zkv een vrolijke worm in de boom der kennis, met een Amsterdamse schillenboer die vrijwel meteen door had dat we Luceberts ‘tellby toech tarra/ inna nip/ inna nip/ tarra toech tellby’ wel degelijk poëzie moesten noemen, terwijl een gezaghebbende leraar Nederlands er destijds, kort na geboorte van de Vijftigers, nog de draak mee stak.

Dat alles stroomt, dat je nooit tweemaal dezelfde rivier in kunt stappen en dat alles voortdurend verandert: het is een realiteit die bij veel mensen tot milde of zelfs heftige wanhoop zal leiden. Ik geloof dat we de rivier bij Snijders als iets vrolijks moeten zien, iets dat tot vrijheid uitnodigt. Er spelen kinderen in.

21-05-2021 Sebastiaan Kort

Back to top