Verzamelde verhalen

Ingeborg Bachmann
29,90
Op voorraad
SKU
9789083089850
Besproken in NRC
Bindwijze: Hardback
Levertijd 1-2 werkdagen Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen ook zonder account
Afbeelding vergroten
Productomschrijving
Ingeborg Bachmann geldt als een talentvolle én ernstige schrijfster. De stoutmoedigheid van de taal, de scherpte van haar inzicht en de energie van het gevoel vormen vanaf het begin de onverwisselbare eigenheid van haar proza. Het laat mensen zien op het kruispunt van hun bestaan, vóór er ingrijpende beslissingen worden genomen. Verzamelde verhalen bevat de bundel Het dertigste jaar, met de nadruk op het intellect, en de tien jaar later na een ernstige crisis gepubliceerde bundel Simultaan, met de nadruk op gevoel en liefde. Daarnaast is de nooit eerder vertaalde vroege bundel Het veer opgenomen met een grote variatie aan onderwerpen.
Meer informatie
Auteur(s)Ingeborg Bachmann
ISBN9789083089850
BindwijzeHardback
Aantal pagina's504
Publicatie datum20210204
NRC Recensie4 ballen
Breedte151 mm
Hoogte223 mm
Dikte32 mm
NRC boeken recensie

Als vrouwen al oppervlakkig zijn, is dat omdat ze geen andere ruimte krijgen in de wereld van mannen

Ingeborg Bachmann In de verhalen van deze Oostenrijkse schrijfster kampen veel personages met wonden die de oorlog heeft geslagen. Het levert intrigerende literatuur op.

Die ene gast die na een dinertje te lang blijft plakken, ook al ben je hondsmoe: Charlotte komt maar niet van Mara af. Ze moet morgen vroeg op, want haar man Franz komt thuis van zakenreis. Wat wil Mara toch van haar? Met tegenzin geeft ze toe aan het vleierige gedraal van de wat verlopen jonge vrouw, ze wil niet onbeleefd zijn, goed, ze gaan nog even dansen in een café. Maar de maat is vol wanneer Mara haar probeert te verleiden. Charlotte wijst haar af.

Nadat Mara een scène heeft geschopt, huilend spullen kapot heeft gegooid en op Charlotte’s bed in slaap is gevallen, kijkt ze om zich heen in het huis waarin Franz alle meubels had uitgezocht. Franz bepaalde voor haar wat ze wilde; zoals met alle mannen met wie ze had geleefd werd de inrichting bepaald door ‘een orde die niet de hare was’. Franz was een lieve man, maar ze wist ‘dat hij niet geschapen was haar een recht op eigen ongeluk, een andere eenzaamheid te gunnen’.

Als ze toch eens met Mara kon leven, met een vrouw, zou ze eindelijk vinden waarnaar ze al lang verlangde: ‘het langharige, zwakke schepsel waarop je kon steunen, dat altijd haar schouders aanbood als je je troosteloos en uitgeput of juist op je gemak voelde’. Een hulpje dus, iemand die haar eens ondersteunt en bewondert in plaats van andersom.

Dagdroom van dominantie
In ‘Een stap naar Gomorra’ uit de Verzamelde verhalen van de Oostenrijkse schrijfster Ingeborg Bachmann (1926-1973) verliest Charlotte zich nog een tijdje in deze lesbische dagdroom van dominantie. Het verhaal verscheen voor het eerst in Bachmanns verhalenbundel Het dertigste jaar uit 1961, het boek dat haar overstap van poëzie naar proza markeerde, en is nu samen met haar andere verhalen verzameld en door Paul Beers in het Nederlands vertaald, en uitgegeven in een dikke bundel.

Ik moest lachen bij die uitdrukking ‘het langharige, zwakke schepsel’. Vóór we Bachmann als handlanger van het patriarchaat wegzetten vereist de passage misschien enige context. In de meeste verhalen in Het dertigste jaar staat een mannelijk personage centraal, altijd op de rand van crisis. Ze verlangen naar een nieuwe taal en een nieuwe wereld, wat bij Bachmann – bewonderaar van Wittgenstein – ontologisch verbonden is: ‘Geen nieuwe wereld zonder nieuwe taal.’ De oorlog wordt niet vaak expliciet benoemd, maar uit het verlangen komaf te maken met het verleden blijkt dat allen leven met diepe wonden. Fascistoïde structuren zijn nooit werkelijk uitgeroeid, zoals Bachmann meest beklemmend laat zien in het verhaal ‘Onder moordenaars en gekken’ over een groep mannen in een café: ‘de nacht een slagveld, een frontlinie, een etappe, een alarmtoestand, en ze stoeiden rond in die nacht’, ‘ze woelden in de herinnering, in menige donkere plek die door geen van beiden volledig werd prijsgegeven, tot het zover kwam dat hun gestalten veranderden en weer uniformen droegen’.

Paul Beers (1935) mag zich inmiddels de pleitbezorger van Bachmann noemen; vrijwel alles wat van de auteur in het Nederlands is gepubliceerd is door hem vertaald. Hulde voor de precisie waarmee hij haar lyrische, moeilijke taal, soms op de rand van het begrijpelijke, voor ons ontsloten heeft! Maar ik volg hem niet wanneer hij in het voorwoord stelt dat Bachmann niet ‘kon worden opgeëist door de radicaalfeministische stroming in de literatuur, […] omdat Bachmann te intelligent is om al het ongeluk dat vrouwen ondergaan alleen aan mannen toe te schrijven.’ Behalve dat dit een nogal oppervlakkige voorstelling is van de ideeën van radicaalfeministen, lees ik in bijna elk verhaal terug hoe verstikkend Bachmann de heersende verhoudingen tussen man en vrouw ervaren heeft. Hoewel de naoorlogse vrouw steeds meer vrijheden verkrijgt – ze reist en werkt, heeft meerdere geliefden tegelijk en meer opties in het leven dan het moederschap – blijft de vrouw emotioneel gedomineerd door mannen, die haar ‘demi-vierge’ en ‘frigide’ en ‘une petite femelle’ noemen. De mannen lijden zelf al genoeg, daar niet van, ze staan op de rand van de wanhoop. Maar de vrouw wordt haar eigen subjectiviteit ontzegd, ze heeft alleen vrijheid zolang ze zich leegmaakt voor de projectie van anderen (mannen). ‘Ik behoor tot geen enkel beeld, dacht Charlotte. Daarom verlang ik naar afbraak.’ In het slotverhaal van de bundel, ‘Undine gaat’, klaagt een riviergodin de mannenwereld zelfs letterlijk aan.

Mannelijke privileges
In Het dertigste jaar zijn de interessantste perspectieven voor mannelijke personages weggelegd. De verteller in het titelverhaal is het meest ambitieus: hij had ‘alle dingen ten einde gedacht en daarna ervaren dat hij leefde’. De vader in ‘Alles’ hoopt ook op een nieuwe wereld, maar zoekt de verlossing niet in de filosofie, maar in de nog aan te tonen genialiteit van zijn zoontje Fipp, waar de dreumes uiteraard in faalt. Bachmann neemt je mee met haar bezeten, delirische, dichterlijk proza en grillige vormentaal, waarin poëzie, directe rede en alwetende vertelvorm vrij vermengd worden. De ernst van de personages is meeslepend, maar er schuilt toch ook iets tragikomisch in de crisis die volgt uit de realisering dat de wereld nog altijd dezelfde wereld is. Wat had je dan gedacht, mannen – dat jullie het eens even helemaal anders konden doen, zonder je privileges te verliezen?

Een jaar na publicatie van haar enige (briljante, koortsachtige) roman Malina, verschijnt in 1972 de verhalenbundel Simultaan, die ook integraal in deze verzameling is opgenomen. De verschillen met Het dertigste jaar zijn groot. In Simultaan enkel vrouwelijke hoofdpersonages, Weense vrouwen, waar Bachmann vroeger niet veel mee op had, zoals ze omschreef in een brief aan haar uitgeverij; ze was in afgelopen decennia te druk met ‘de controverses, de ideeën, de mannen dus die ze hebben’. De vormstructuur van deze verhalen is conventioneler, de personages maken een klassieke ontwikkeling door. De toon is luchtiger, en sommige personages zijn ogenschijnlijk kleinburgerlijker, zoals Beatrix in ‘Problemen, problemen’, die niets anders wil dan slapen en naar de beautysalon, of Franziska in ‘Het geblaf’ die gedwee voor haar schoonmoeder zorgt omdat haar man het vertikt. Maar dat oordeel is te haastig, want als deze vrouwen al oppervlakkig zijn, is dat omdat ze geen andere ruimte krijgen in de wereld van mannen. En iedere vrouw in de bundel heeft een strategie gevonden om daaruit te ontsnappen. Bachmann verruilt het fatalisme van de mannen uit haar eerder werk voor een zachtere blik, gericht op herstel, waarbij de vrouwen in zichzelf toch enige verlichting en acceptatie vinden.

Reportage over abortus
Ook hier staat het probleem van de taal centraal, alleen dit keer is het steeds de taal van anderen. De tolk Nadja in het titelverhaal, die zoveel verschillende talen beheerst, lukt het niet een citaat uit de bijbel uit het Italiaans te vertalen, al weet ze wat het betekent. Elisabeth, de journalist, tekent de woorden van anderen op, zoals in haar bekroonde ‘objectieve’ reportage over abortus, en wordt woedend op zichzelf dat ze zo braaf journalistieke distantie houdt, in plaats van zelf te spreken vanuit haar eigen geleefde ervaring.

De verhalen in Simultaan zijn solide, de personages complex; de excellente kwaliteit staat buiten kijf. Toch miste ik hier het obsessieve van Het dertigste jaar, de eigenheid van de taal, zo broeierig en gedurfd. De Wienerinnen zijn praktischer, meer gericht op de wereld buiten dan binnen. Maar waar Bachmann haar stilistisch vuur getemd heeft, is haar feminisme hier onmiskenbaar. In de laatste scène van de bundel wordt Elisabeth door haar werkgever gevraagd om naar Saigon te reizen om de Vietnamoorlog te verslaan. Haar minnaar is ontsteld en wil het haar verbieden, hij is bang dat haar iets overkomt. Laat ze maar een man sturen, zegt hij ook nog. Maar daar luistert Elisabeth niet naar. Ze duwt hem haar huis uit, een beetje meewarig. Ze bepaalt zelf haar lot wel, ze staat open voor de wereld: ‘Er kan me iets gebeuren, maar er hoeft me niets te gebeuren.’ Het is haar eigen recht op ongeluk.

21-01-2022 Persis Bekkering

Back to top