Afropeaan

Johny Pitts
22,50
Op voorraad
SKU
9789044546217
Besproken in NRC
Bindwijze: Paperback
Levertijd 1-2 werkdagen Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen ook zonder account
Afbeelding vergroten
Productomschrijving
Wat betekent het om een Zwarte Europeaan te zijn? Met camera en notitieboek trekt Johny Pitts door Europa, op zoek naar Zwarte stemmen en een verenigde Afro-Europese identiteit. De reis begint in zijn geboortestad Sheffield en doorkruist Parijs, Brussel, Amsterdam, Berlijn, Stockholm, Moskou, Marseille, Rome en Lissabon. Overal ontmoet hij Europeanen met Afrikaanse roots die jongleren met verschillende loyaliteiten en nieuwe identiteiten smeden.

Afropeaan is een indrukwekkende zoektocht naar datgene wat Zwarte Europeanen verbindt en de Europese identiteit vormgeeft.

‘Pitts schrijft niet enkel over zijn belevingen, zijn zoektocht naar zwart Europa, maar ook over de Europese geschiedenis, de Afrikaanse geschiedenis en hoe die twee verhalen in elkaar zitten verweven. Ik vind het een openbaring te lezen en te ontdekken dat ook ík Europees ben.’ – Lisette Ma Neza

‘Volgens Pitts schuilt er meer achter het woord: “Afropeaan” is een helende term voor het jarenlange gevoel niet te behoren tot een vaste groep.’ – De Standaard
Meer informatie
Auteur(s)Johny Pitts
ISBN9789044546217
BindwijzePaperback
Aantal pagina's464
Publicatie datum20220420
NRC Recensie4 ballen
Breedte136 mm
Hoogte216 mm
Dikte31 mm
NRC boeken recensie

Op reis langs de zwarte gemeenschappen in Europa

Rugzaktoerist In zijn reisboek Afropeaan trekt de Britse schrijver Johny Pitts door Europa, op zoek naar de zwarte gemeenschappen.

Stel, de witte rugzaktoerist kuiert door een Zuid-Europese stad en komt een zwarte zwerver tegen die loopt te schreeuwen: „Ik ben de broer van Nelson Mandela!” Of er komt een Afrikaanse straatverkoper op hem af die hem ongevraagd een armbandje omknoopt. Wat zou de toerist doen? Misschien vriendelijk glimlachen, maar waarschijnlijk negeren en doorlopen.

Zo niet Johny Pitts. Dit zijn juist de mensen naar wie de Afro-Britse schrijver en tv-presentator op zoek is, die hij volgt naar hun buurten, en wier geschiedenissen hij wil optekenen. Voor zijn boek Afropeaan trok Pitts met een rugzak door Europa op zoek naar de zwarte gemeenschappen in de grote steden, om aan te tonen dat dit geen onzichtbare fremdkörper zijn, of probleemgevallen, zoals wit Europa die gemeenschappen vaak behandelt, maar een wezenlijk onderdeel van Europa.

Voor Pitts kwam het concept van de ‘Afropeaan’ – begin jaren negentig bedacht door popzangeres Marie Daulne van Zap Mama – als een bevrijding: ‘Afropeaan: toen ik het woord voor het eerst hoorde, voelde het als een aanmoediging om mezelf als compleet mens te zien en niet als import. Europa als ruimte waarin Zwarten meedoen aan het vormgeven van een Europese identiteit’, schrijft hij in zijn boek. Het opnieuw lanceren van de term is een poging om de zwarte diaspora te verenigen. Het doet denken aan zwarte emancipatie-bewegingen uit de vorige eeuw, zoals het Pan-Afrikanisme en de ideologische beweging Négritude, mede ontwikkeld door de dichter Aimé Césaire in de jaren dertig van de vorige eeuw. Bijzonder aan het concept ‘Afropeaan’ is echter dat het zich louter richt op Europa.

Onechte sprookjeswereld
Zijn bezoek aan de Europese steden begint steeds in het centrum, vaak een onechte sprookjeswereld, en buigt dan snel af naar de periferie, waar de meeste Afropeanen wonen. Hij is expres in de winter gegaan omdat hij met zijn reisverslag niet wil bijdragen aan het stereotype, zonnige beeld van zwarte culturen. Dat komt ook terug in Pitts foto’s in het boek: veel alledaags straatleven in zwart-wit: ‘Ik wilde niet alleen straatfestivals en carnavals, ik wilde woon-werkverkeer en de banaliteit van het leven van alledag, dicht bij de realiteit staan van hoe Zwarten in Europa leven; we doen meer dan alleen dansen, zingen en grijnzen.’

Zoals dat gaat in reisboeken, hangt zijn waardering van de steden af van waar hij toevallig tegenaan loopt. In de grauwe banlieue van Parijs willen de mensen op straat niet met hem praten. Parijs is verschrikkelijk voor zwarte mensen, concludeert hij. In Amsterdam wordt hij echter enthousiast ontvangen in de Black Archives, en raakt hij begeesterd door het communistische Surinaamse echtpaar Hermine en Otto Huiswoud, wier erfenis ligt opgeslagen in dit waardevolle culturele centrum. Amsterdam krijgt dus een positieve recensie.

Pitts voelt zich snel thuis in zwarte wijken, omdat de levendige straten hem aan zijn eigen thuiswijk in Sheffield doen denken. Hij is enthousiast over Marseille, over het buurtwerk in de wijk Cova de Moura in Lissabon, over de Galerie Lumières d’Afrique en café Soleil d’Afrique in Brussel. Maar hij moet toch concluderen dat het lot van de meeste Afropeanen zwaar is. Levend in het land van de voormalige kolonisator verkeren ze nog steeds in de periferie, vaak in armoede, gediscrimineerd en genegeerd door de witte landgenoten, met weinig uitzicht op verbetering. Vooral dat laatste is volgens Pitts funest. Zolang een migrant een ‘zekere mate van opwaartse sociale mobiliteit bereikt’, stelt hij, zal de volgende generatie zich meer identificeren ‘met de plaats waar die mobiliteit mogelijk werd gemaakt.’

Los van de uitzichtloze armoede die hij aantreft, is Pitts ook teleurgesteld ‘dat sommige gemeenschappen er niet in slaagden de handen op Europees niveau ineen te slaan en samen een beweging van onderaf op te bouwen tegen de structurele onderdrukking in hun nieuwe thuislanden.’ In plaats van solidariteit treft Pitts vaak onderlinge verdeeldheid, zoals tussen Angolezen of Kaapverdianen in Lissabon. En tot zijn verdriet hoort hij een jonge Afro-Zweedse vrouw venijnige PVV-praatjes houden over migranten.

Net als Pitts is de lezer tevergeefs op zoek naar een gemeenschappelijk kenmerk van de Afropeanen. Behalve de overeenkomsten zwart zijn en in Europa wonen, springen vooral de onderlinge verschillen in het oog. Ja, zwarte Europeanen wonen vooral in arme buitenwijken en worden als één pot nat behandeld door witte Europeanen. Maar verder beschrijft Pitts zeer diverse gemeenschappen die niet veel met elkaar te maken hebben. Geeft niet, de zoekende, kwetsbare opstelling van Pitts, als hij weer eens wordt teleurgesteld in zijn Afropeaanse droom, is juist een van de aantrekkelijke kanten van het boek. En zo snel laat hij zich niet uit het veld slaan: ‘Het onderwerp van mijn beschouwing was het begrip ‘Afropeaan’, dat diende als vertrekpunt voor een onderzoek, naar ik hoopte met goede afloop – een samenhangende, gedeelde zwarte ervaring – maar het zwarte Europa dat ik had doorreisd, weigerde stil te staan en ik was begonnen om de veelheid aan ervaringen van zwarte Europeanen te zien als de kern waar alles om draaide.’

Pitts heeft hoe dan ook met zijn bijzondere reisboek, gestaafd door historische en sociologische uitweidingen, een belangrijke bijdrage geleverd aan het beeld van Europa, door veel veronachtzaamde gemeenschappen en hun geschiedenissen in kaart te brengen, waar witte Europeanen niet bij stilstaan.

06-05-2022 Wilfred Takken

Bestanden bij dit product
Back to top