De achterkant van de bevrijding

Bertram Mourits
26,99
Op voorraad
SKU
9789493256521
Besproken in NRC
Bindwijze: Paperback
Levertijd 1-2 werkdagen Verzendkosten € 2,95
  • Gratis verzending vanaf €50,-
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen ook zonder account
Afbeelding vergroten
Productomschrijving
Voor de oorlog schreven ze bestseller na bestseller: het echtpaar Scharten-Antink. Ze verhuisden naar Italië en waren zeer onder de indruk van Mussolini. Na de oorlog wilde niemand nog met hen te maken hebben. Voor de oorlog was Roel Houwink actief in literaire tijdschriften en bevriend met voorname schrijvers als Hendrik Marsman en Gerrit Achterberg. Tijdens de oorlog bleef hij schrijven en maakte hij leesrapporten voor de Kultuurkamer. Na de oorlog wilde zijn uitgever geeneens een kerstverhaal van hem hebben. De Scharten-Antinks, Houwink, maar ook Henri Bruning of Jo Ammer-Küller: grote namen van voor de oorlog, maar ze waren fout, en werden uit de Nederlandse letteren gezuiverd. Op basis van brieven, dagboeken en andere historische documenten beschrijft Bertram Mourits in De achterkant van de bevrijding hoe schrijvers ertoe kwamen om zich aan te sluiten bij de Duitse bezetter. Hij komt tot een ontnuchterende ontdekking: dit waren mensen die zich zorgen maakten, om hun gezin en hun persoonlijke leven, die geen idee hadden wat ze anders zouden kunnen doen dan schrijven. Sommigen maakten zich zorgen om de taal en het voortbestaan van de westerse cultuur, en meenden dat er in Duitsland een oplossing was gevonden om het verval tegen te gaan. Lang niet allemaal waren het volbloed fascisten. Ze moesten een manier vinden om opnieuw te beginnen, net als de Joodse schrijvers die de oorlog overleefd hadden, of schrijvers die als dwangarbeider in Duitsland waren geweest. Ook voor deze schrijvers heeft de bevrijding een achterkant, die vraagt om rekenschap en bezinning. Een eeuw later zien we de zorg om onze beschaving en de angst voor het vreemde terugkeren, en hoe extreemrechts daarvan profiteert. Wat kan de literatuur ons leren over de fouten uit het verleden, en de gevaren van nu?
Meer informatie
Auteur(s)Bertram Mourits
ISBN9789493256521
BindwijzePaperback
Aantal pagina's272
Publicatie datum20220414
NRC Recensie3 ballen
Breedte136 mm
Hoogte212 mm
Dikte26 mm
NRC boeken recensie

Twee Nederlanders tonen de wrange en vermakelijke Russische werkelijkheid van binnenuit

Rusland Twee Nederlanders schreven op inzichtelijke en vermakelijke manier over hun ervaringen in Rusland. Hun boeken laten zien hoe ingewikkeld dat land in elkaar steekt.

Als je van buitenaf naar Rusland kijkt, zie je vooral een politiestaat, waar niemand zijn mond open durft te doen. Over Vladimir Poetins ‘speciale militaire operatie’ in Oekraïne wordt, behalve op de schreeuwerige staatstelevisie, in het openbare leven overwegend gezwegen. Sterker nog, veel Russen doen alsof er geen oorlog woedt of juichen het toe dat de Amerikanen op hun donder krijgen.

Twee boeken, die aan de vooravond van de Russische inval in Oekraïne zijn voltooid, laten tot op zekere hoogte zien hoe het zover heeft kunnen komen. Niet omdat ze zich richten op de oorlogsretoriek van het Kremlin, maar omdat ze Rusland van binnenuit bestuderen en een levendige analyse van dat land geven.

Historicus Gijs Kessler (1969) deed meer dan twintig jaar lang onderzoek in Moskou en keek er met zijn deskundige blik om zich heen. In Rusland land dat anders wil zijn schrijft hij over zijn ervaringen vanaf zijn eerste bezoek aan dat land in 1991, toen hij in Moskou een talencursus volgde en zijn eerste vriendschappen met jonge Russen sloot. Mede aan de hand van hun levens beschrijft hij de roetsjbaan waarin veel Russen na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie verzeild raakten en die pas tegen 1999 tot stilstand kwam.

Een van Kesslers belangrijkste conclusies is dat Rusland in de ongekend korte tijd van tien jaar de overgang heeft gemaakt van een socialistisch economisch systeem naar een markteconomie. Alleen al daarmee haalt hij de mythe onderuit dat het land gedoemd zou zijn tot onvrijheid. Onzin, schrijft Kessler, vooral veel jonge Russen hebben zich juist op een inventieve manier aangepast aan de nieuwe wereld en de economische tegenslagen van de jaren negentig verbazingwekkend goed doorstaan.

Zoiets stoelt, zoals Kessler zelf toegeeft, natuurlijk op een blik achteraf. Want toen in 1998 de roebel werd losgelaten, omdat de staat niet meer kon voldoen aan zijn financiële verplichtingen, en alle Russen in een klap hun spaargeld verloren, was de paniek bij iedereen groot. Dat de economie vanaf 1999 tot 2008 een jaarlijkse groei van 7 procent zou maken als gevolg van die drastische maatregel van de regering-Jeltsin had niemand toen kunnen bevroeden.

Sociale geschiedenis
Kesslers boek is een helder geschreven sociale geschiedenis van Rusland in de afgelopen dertig jaar. Zo behandelt hij behalve de opkomst van de markteconomie ook de mentale verandering van de Russische burgers in die jaren, en hun omgang met de macht, het verleden en de wereld. Het is een grotendeels positief verhaal waarvan de opwaartse ontwikkeling sinds kort verstoord wordt door de oorlog in Oekraïne, die Rusland in een isolement door het Westen heeft gebracht. En juist dat Westen is van essentieel belang voor Ruslands ontwikkeling, alleen al omdat het land sinds 1991 een grote achterstand heeft opgelopen op het gebied van research en development. De economie van de Sovjet-Unie was een oorlogseconomie, die voornamelijk was geënt op wapenproductie en niet op de ontwikkeling van een maakindustrie.

Consumptie werd in het nieuwe Rusland geassocieerd met de belofte van vrijheid en dat verklaart voor Kessler waarom zoveel Russen apolitiek zijn, maar wel van het verstikkende politieke, sociale, en culturele klimaat van de Sovjet-Unie verlost willen worden. In dat opzicht kun je ook de huidige omgang met het stalinistische verleden zien. De ene helft van de bevolking stamt namelijk af van hen die de ouders en grootouders van de andere helft hebben vermoord. Ook wil niemand blijvend in de rol van slachtoffer van het stalinistische systeem worden gedrongen, waardoor velen genoegen nemen met de drogreden dat de offers onder Stalin nodig waren om van Rusland een moderne industriestaat te maken. Het komt het regime van Poetin goed uit, want dat streeft stabiliteit na om aan de macht te kunnen blijven.

Ondanks zijn positieve kijk is Kessler teveel historicus om te ontkennen dat het huidige Rusland door een aantal onoverkomelijke struikelblokken in zijn ontwikkeling wordt gehinderd. Zo zorgen behalve het gebrekkige researchklimaat ook de slecht functionerende, corrupte instituties en de onder Poetin teruggekeerde almachtige staat voor een verstikkend klimaat voor iedereen die van Rusland een normaal land wil maken.

Schaterlachen
Terwijl Kessler een heldere analyse van de recente Russische geschiedenis biedt, begeeft de antropologe Eline Helmer (1993) zich in Een Rus als ik tussen de gewone Russen in de provincie. Voor iedereen die langere tijd in Rusland heeft gewoond is haar boek een feest der herkenning. Dankzij haar goede pen en gevoel voor humor moet je regelmatig schaterlachen om wat ze nu weer voor idioots meemaakt.

In de zomer van 2013 gaat ze voor het eerst naar Rusland om er de taal te leren. Ze vindt er onderdak bij een jong stel in een dorp in de omgeving van Pskov. Daar wordt ze meteen met de werkelijkheid van het provincieleven geconfronteerd: de flat waarin het stel woont heeft geen stromend water. Als Helmer naar de wc is geweest en wil doorspoelen, moet ze de straat op om water uit de pomp te halen. In het trappenhuis hangen omaatjes rond en sleutelen jonge mannen aan hun bromfiets. Ze kijken haar na en vragen zich af wat zij in hun dorp komt doen.

In 2015 doceert Helmer antropologie aan de staatsuniversiteit van Pskov. Hoogtepunt van het academisch jaar is het winterbal, dat een huwelijksmarkt blijkt te zijn, omdat voor iedere jongen er negen meisjes zijn. Als Helmer niet mee mag doen aan de wals, omdat ze te slecht danst en ze zich moet beperken tot de polka, is voor haar de lol eraf.

De volgende etappe in haar Russische reis is haar aanstelling aan het Nederlands Instituut in Sint-Petersburg. Haar beschrijving van haar verblijf van een nacht in een kommoe-nalka (een gemeenschappelijke woning, waarin meerdere gezinnen wc en keuken delen) is ronduit hilarisch, zeker als ze uiteindelijk door de vlooien in haar matras wordt verdreven.

Wanhopig is ook haar gevecht met de Russische bureaucratie, die in een ver verleden lijkt te zijn bedacht om iedereen het leven onmogelijk te maken. En dan is er nog de geheime dienst FSB, die Helmer in de gaten houdt tijdens een reis door Karelië in het grensgebied met Estland.

Tegen al die tegenslag wegen de ontmoetingen op met omaatjes in het openbaar vervoer, van wie een haar tijdens een ritje breien op zijn Russisch leert. Een sok is daarna nooit meer zomaar een sok. En natuurlijk is er de acceptatie van het leven zoals het komt. Als een van haar jonge vrienden vertelt dat zijn beide ouders al dood zijn, maar dat dit niet erg is omdat ze al over de vijftig waren, weet je weer dat je in een land bent waar de overheid haar burgers geheel aan hun lot overlaat.

24-06-2022 Michel Krielaars

Bestanden bij dit product
Inkijkexemplaar.pdf (146.96 kB)
Back to top