De klank van de heilstaat

Michel Krielaars
25,00
Op voorraad
SKU
9789083112282
Besproken in NRC
Bindwijze: Paperback
Voor 23:00 besteld, morgen in huis Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen zonder account
Afbeelding vergroten
Meer informatie
Auteur(s)Michel Krielaars
ISBN9789083112282
BindwijzePaperback
Aantal pagina's368
Datum van verschijning20210923
NRC Recensie3 ballen
Breedte136 mm
Hoogte208 mm
Dikte34 mm
NRC boeken recensie

Componeren vanuit het strafkamp

Muziek Michel Krielaars beschrijft in een interessante selectie van tien portretten de tragische levensverhalen van componisten en musici uit Stalins tijd. De meesten moesten concessies doen aan een moorddadig systeem.

De voortdurende angst dat de geheime politie ’s nachts op de deur klopt, familieleden die gearresteerd worden of spoorloos verdwijnen, componisten die hun complete oeuvre kwijtraken, of proberen hun werk in een strafkamp voort te zetten.

Het zijn heel wat verschrikkingen die de revue passeren in Michel Krielaars’ De klank van de heilstaat. Musici in de tijd van Stalin. De terreur van Stalins totalitaire bewind raakte vrijwel iedereen, ook in het muziekleven, en je hoefde echt geen dissident te zijn om als vijand van het volk vervolgd te worden.

Dit kon ook vanwege je afkomst (zoals de Pools-Joodse componist Moisej Vajnberg), je geaardheid (zoals de homoseksuele zanger Vadim Kozin), je verleden (zoals componist Vsevolod Zaderatski, die voor de tsarenfamilie had gewerkt), of gewoon omdat men vond dat je niet naast je schoenen moest gaan lopen.

Tegelijkertijd genoten met name componisten een aanzien en hadden hun werken een sociale relevantie waar hun westerse collega’s alleen van konden dromen.

Met De klank van de heilstaat maakt Krielaars, voormalig correspondent in Rusland en chef boeken bij NRC, de tragische levensverhalen van componisten en musici uit Stalins tijd toegankelijk voor het Nederlandse publiek. Het is een interessante selectie van tien portretten, met naast beroemdheden als Sergej Prokofjev ook onbekende componisten als Vsevolod Zaderatski en vertegenwoordigers van de lichte muziek als Klavdia Sjoelzjenko (‘de Russische Vera Lynn’) waar in het Westen zelden aandacht voor is. De opvallende afwezige in het rijtje is componist Dmitri Sjostakovitsj, die geen eigen hoofdstuk heeft, maar regelmatig in die van de anderen figureert, als een soort rode draad.

Sjostakovitsj’ aanvaringen met het stalinistische regime zijn met afstand het bekendst, niet alleen vanwege zijn symfonieën, die een soort monument voor het tijdperk vormen, maar ook vanwege het beruchte Testimony (1979), de postume memoires die uit de mond van de componist zouden zijn opgetekend door de Russisch-Amerikaanse auteur Solomon Volkov. Na kritische vragen over de totstandkoming van deze tekst, heeft Volkov het nodige gedraaid en verdoezeld en vervolgens alle pogingen tot onderzoek naar zijn manuscript geblokkeerd, en zodoende de terechte verdenking op zich geladen dat hij grote delen uit zijn duim heeft gezogen. Het beeld dat Testimony van Sjostakovitsj schetste – een gekwelde componist die zich met zijn symfonieën dapper verzette tegen de dictator – hielp ongetwijfeld om zijn muziek salonfähig te maken voor een westers publiek, maar verspreidde tegelijkertijd een mythe waarvan de invloed moeilijk uit te wissen valt.

Briefje met beledigingen
Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie is er veel onderzoek gedaan in nieuw ontsloten archieven en hebben muziekhistorici getracht de ware toedracht te achterhalen achter de vele verhalen die over de periode onder Stalin rondgingen. Krielaars maakt voor zijn boek gebruik van de nodige recente literatuur en is dus goed geïnformeerd over de historische omstandigheden. Toch weet hij zich niet geheel te ontworstelen aan de erfenis van Testimony. Het hoofdstuk over pianiste Maria Joedina opent met een sensationele scène: omdat Stalin een opname wenst van een radio-uitzending, worden Joedina en het orkest gedwongen hun hele concert opnieuw te spelen, waarna zij een briefje met persoonlijke beledigingen aan de Grote Leider bij de plaatopname stopt. Deze versie van het verhaal, afkomstig uit Armando Iannucci’s zwarte komedie The Death of Stalin (2017), vergelijkt Krielaars vervolgens met Testimony, dat volgens hem een realistischere weergave biedt van ‘wat er toen echt gebeurd is’. Maar het is evident dat de scène uit de film op Testimony is gebaseerd, en het feit dat die er nog een schepje bovenop doet, maakt Volkovs anekdote nog niet geloofwaardig. Zo wordt zo’n sterk verhaal toch weer herhaald, tegen beter weten in.

Krielaars presenteert zichzelf in zijn dankwoord als historicus, maar het boek leunt sterk op zijn jarenlange ervaring als correspondent in Rusland. Dit heeft voor- en nadelen. Hij kan kleurrijk vertellen over het hedendaagse Rusland, heeft een diepe kennis van de Russische cultuur en kan bogen op interessante contacten, zoals een buurman die pianist Svjatoslav Richter nog heeft gekend. Hij geeft veel ruimte aan interviews, zelfs waar zijn gesprekspartners hun informatie ook uit tweede hand hebben. Pogingen om zijn panorama van de Sovjetmuziek te presenteren als een persoonlijke ontdekkingstocht werken soms inspirerend, bijvoorbeeld waar Krielaars beschrijft hoe oudere muziek en musici in Rusland nog altijd worden gewaardeerd, maar op andere momenten ook storend, als de ‘ik’-figuur weer eens opduikt in een narratief dat eigenlijk over de jaren dertig of veertig zou moeten gaan.

Krielaars besteedt relatief weinig aandacht aan het hoe en waarom achter de wrede en grillige behandeling van musici door het regime. Dit komt mede door de vorm: een reeks biografieën die grotendeels van wieg tot graf worden doorlopen. Het is zonde dat Krielaars het uiteindelijk aan de lezer laat om overkoepelende conclusies te trekken over de vragen die aan het begin worden gesteld en zelf genoegen neemt met een dooddoener: het is Rusland, ‘een surrealistisch land’, en daar gebeuren nu eenmaal wonderlijke dingen.

Vooral slachtoffer en geen helden
Het wordt in ieder geval duidelijk dat iedereen concessies moest doen aan het systeem en altijd wel op de een of andere manier medeplichtig gevonden kon worden aan het moorddadige regime. Dit gold zeker niet alleen voor Tichon Chrennikov, die als vers aangesteld hoofd van de Componistenbond de ondankbare taak had om in 1948 de muziek van Sjostakovitsj en Prokofjev te verketteren vanwege hun ‘formalisme’. Het strekt Krielaars tot eer dat hij probeert zich ook in de schoenen van deze problematische figuur te verplaatsen. Cellist Mstislav Rostropovitsj, die openlijk steun betoonde aan de dissident Alexander Solzjenitsyn, komt als het meest standvastig en moedig uit het boek naar voren, maar zijn belangrijkste wapenfeiten stammen uit de jaren zestig en zeventig; het is moeilijk voorstelbaar dat hij zich onder Stalin op eenzelfde manier had kunnen gedragen.

Stalins tijd kende in politiek opzicht vooral slachtoffers en geen helden. Maar dat hoeft ons er niet van te weerhouden om ontzag te hebben voor de musici die ondanks alle beproevingen – of, zoals Krielaars suggereert, misschien juist omdat er zoveel voor hen op het spel stond – hun kunst op het allerhoogste niveau bleven bedrijven. Het boek prikkelt dan ook om te gaan luisteren; de bijgeleverde ‘Klank van de heilstaat-playlist’ is daartoe een mooie uitnodiging.

08-10-2021 Rutger Helmers

Back to top