De saamhorigheidsgroep

Merijn de Boer
23,99
Op voorraad
SKU
9789021418209
Besproken in NRC
Bindwijze: Paperback / softback
Levertijd 1-2 werkdagen Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen ook zonder account
Afbeelding vergroten
Productomschrijving
Wat als je aan het einde van je leven beseft dat je slechts één jaar echt gelukkig bent geweest? Topdiplomaat Bernhard Wekman kijkt tijdens een nacht in New York terug op de jaren tachtig, toen hij kennismaakte met een groepje Haarlemse idealisten. Ze noemden zichzelf de Saamhorigheidsgroep, waren lid van de PPR of de PSP en doneerden 10 procent van hun inkomen aan projecten in de derde wereld. Ze volksdansten, knutselden en genoten van de natuur. Op geen enkele manier paste hij ertussen. Toch deed Bernhard alsof de idealen van de Saamhorig-heidsgroep ook de zijne waren.
In De Saamhorigheidsgroep schrijft Merijn de Boer afwisselend satirisch en meeslepend over een groepje mensen dat de wereld wil verbeteren en over één man die het allemaal niets kan schelen maar voor het eerst in zijn leven verliefd wordt, in een roman die zich afspeelt in New York, Haarlem en Jeruzalem.
Meer informatie
Auteur(s)Merijn de Boer
ISBN9789021418209
BindwijzePaperback / softback
Aantal pagina's400
Publicatie datum20200825
NRC Recensie4 ballen
Breedte136 mm
Hoogte216 mm
Dikte33 mm
NRC boeken recensie

Waarom sluit deze Amsterdamse kakker zich aan bij de Haarlemse wereldverbeteraars?

Merijn de Boer In Merijn de Boers nieuwe roman sluit de Amsterdamse kakker Bernard zich via een oude studievriend aan bij een groep Haarlemse wereldverbeteraars. Dit meeslepende boek schakelt knap tussen ernst en luim.

Wat danst daar door de duinen? Een stel verrukte blootlopers, hand in hand, mannen en vrouwen. Ze doen een volksdans en hoe vreemd het tafereel ook is, wie De Saamhorigheidsgroep, de nieuwe roman van Merijn de Boer (1982) leest, begrijpt er iets van. Deze mensen zijn sámen, niet alleen, met hun grote blote voeten in het koude zand, de frisse zeewind in hun haren en vreugde in hun harten – echte vreugde, hoe stom het ook klinkt.

Hoe voorkom je een leven als los eindje? Moet je op reis gaan of kun je beter thuisblijven? En wat is uiteindelijk eigenlijk erger, zelfverloochening of eenzaamheid? Over dat soort vragen gaat deze speelse, intelligente roman, een raamvertelling die begint in 2018 te New York, maar die zich voor het grootste deel afspeelt rond 1980 in Haarlem.

Een Amsterdamse kakker, Bernard genaamd, diplomaat in afwachting van zijn eerste uitzending naar het buitenland, sluit zich via een oude studievriend aan bij een groep Haarlemse wereldverbeteraars: de Saamhorigheidsgroep. Voortaan moet hij net als zij tien procent van zijn inkomen overmaken aan goede doelen in de Derde Wereld. Eens per maand is er een vergadering over die doelen, maar ook zijn er elk weekend activiteiten met de groep. Dansen, demonstreren, musiceren, knuffelen en de natuur ingaan: alles wat progressieven zoal deden, aan het begin van de jaren tachtig.

Echt jong zijn ze niet meer, deze PSP- en PPR-stemmers. Sommigen hebben zelfs al kinderen. Maar oud zijn ze ook nog lang niet en ze geloven er, op Bernard na, heilig in dat ze nog lang en gelukkig zullen leven, in een wereld die met wat inzet heus nog wel te redden is.

Het Oude Normaal
Onopzichtig en geraffineerd toont De Boer het Oude Normaal. Er wordt gerookt in de trein, fietsen hoeven niet op slot, men draagt buttons, en er hangt, jawel, een touwtje uit de brievenbus. Mensen met modale inkomens bewonen nog grote huizen in goede buurten, al dreigt er woningnood, hier en daar loopt ook in Haarlem een punker rond en de Centrumpartij krijgt een zetel in de Tweede Kamer. Er zijn protestacties, zoals tegen de opslag van radioactief afval in Velsen, vanachter een zelf beschilderd spandoek waarop een ludieke leuze prijkt.

Bernard, een echte opportunist, hobbelt met de Saamhorigheidsgroep mee zonder werkelijke overtuiging. Hij laaft zich aan het optimisme van de anderen, geniet van het samenzijn en wordt bovendien verliefd op een vrouwelijk lid van de groep. Zonder dat hij het doorheeft, heeft deze Liza aanvankelijk zo haar eigen egoïstische beweegredenen om met hem te verkeren. Maar ook zij wordt echt verliefd. Toch kiezen zij niet voor elkaar. Bernard verkiest een post in het buitenland, alleen, in plaats van een gezapig gezinsleven. En Liza blijft noodgedwongen thuis, bij haar eigen man Tristan, een armlastige kunstschilder met een paardenstaart, die zijig lijkt maar nijdig is – een van de gaafste karakters uit de roman.

Het is de vraag of Bernard en Liza een fout maken, door niet samen verder te gaan. Wat is beter: leven volgens reeds gebaande paden, op bekend terrein, of avontuur zoeken, aan vreemde horizonten? ‘De verkeerde kant op rijden bestaat niet’, stelt een van de wazigste groepsleden, Wiebe genaamd, tijdens een fietstocht, ‘je kunt hooguit de ándere kant op rijden’. Of is hij op dat moment niet zo wazig?

De Boer is een meeslepend en erg geestige schrijver. Zijn humor zit hem in terloopse woordvondsten (zoals het woord ‘ontdassen’ voor het afdoen van een stropdas), in goed gevonden details en in typeringen. ‘In een bruingele broek en een iets donkerder bruingele trui was hij een nogal mosterdkleurige verschijning’ staat er bijvoorbeeld droogjes.

Grappen
Heel knap in deze roman is het consequent schakelen tussen ernst en luim. De Boer maakt veel grappen, maar behoudt toch de betrokkenheid van zijn lezers. Je blijft de personages serieus genoeg nemen om verder te willen lezen – je blijft in ze geloven. Zelfs in een uiterst satirische scène, wanneer de mannen van de Saamhorigheidsgroep aan het knutselen slaan en voorman Bronno op een kaart van Europa het IJzeren Gordijn nabouwt met wc-rollen, blijft De Boer buiten bereik van het al te bespottelijke. Ook in beschrijvingen van het haar van deze mannen, eindeloos veel neushaar, baardhaar, borsthaar, een ellenlange paardenstaart die zelfs even in een pot verf bungelt, is De Boer aldoor ontzettend geestig – en maakt hij het toch net niet te gek.

Doordat De Boer steeds soepel de focus verlegt van het ene naar het andere personage, maakt hij de diverse karakters en ieders drijfveren inzichtelijk. Hij laat de sympathie steeds verspringen. Wat in de ogen van de een doodnormaal gedrag is, wordt in de ogen van de ander karikaturaal.

Als aan het begin van het boek Bronno Bernard opzoekt in New York, leef je met hem mee. Hij raapt vuilnis van de straat en wordt direct bijna bekeurd. Je begrijpt zijn ontsteltenis – Haarlemmertje in de grote stad – en mist mét hem de Kennemerduinen. Evengoed begrijp je vervolgens Bernard, permanent vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties in New York, en zijn intense ergernis als Bronno in een uitstekend Japans restaurant op Manhattan zijn eigen boterhammetjes van thuis wil opeten (weggooien is zonde).

Terugbladeren
Het is knap dat het nooit geforceerd voelt als De Boer in zijn vertelling overspringt van het ene naar het andere personage. Wel moest ik af en toe even terugbladeren om zeker te weten met wie ik ook weer te maken had. Dat gold vaker voor de vrouwen van de Saamhorigheidsgroep dan voor de mannen. Renate, Hester, Olga, Wijnie en Annelies: ze zijn wat moeilijker uit elkaar te houden dan de mannen. Op Liza na krijgen ze net wat minder ‘smoel’.

Toch geeft dat niet. Het is zelfs wel passend, in een roman die over verbinding gaat, en over hoe weinig individuele verschillen er uiteindelijk toe doen. Als mensen voor elkaar zorgen, als familie, als vrienden, zijn ze het gelukkigst, zo luidt uiteindelijk de voorzichtige moraal van het verhaal. Merijn de Boer laat tussen zijn regels door zien dat het koesteren van anderen het leven de moeite waard maakt. Het gaat niet om reizen of thuisblijven, over ambitie of ideaal. Het gaat om samen dansen.

2020-09-04 Judith Eiselin

Back to top