De wonderbare reis van Nils Holgersson

Selma Lagerlöf, Bette Westera
25,99
Op voorraad
SKU
9789025772239
Besproken in NRC
Bindwijze: Hardcover
Levertijd 1-2 werkdagen Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen zonder account
Afbeelding vergroten
Productomschrijving
‘De wonderbare reis van Nils Holgersson’ is inmiddels niet meer weg te denken uit de kindercanon, een echte klassieker van de hand van de Zweedse Selma Lagerlöf. Nils leidt een heel gewoon leven op een boerderij in Zweden, maar op een dag verandert alles. Als hij een kabouter vangt en de dieren pest, tovert de kabouter hem voor straf klein. Dan wordt Nils per ongeluk halsoverkop meegevoerd door een groep ganzen op een duizelingwekkend avontuur door heel Zweden. Zo begint zijn wonderbare reis. ‘De wonderbare reis van Nils Holgersson’ is een geliefde klassieker. Bette Westera maakte een sprankelende hertaling, spannend en leesbaar voor een hele nieuwe generatie. Haar hertaling werd door Martijn van der Linden voorzien van prachtige, schilderachtige illustraties.
Meer informatie
Auteur(s)Selma Lagerlöf, Bette Westera
ISBN9789025772239
BindwijzeHardcover
Aantal pagina's368
Datum van verschijning20201111
NRC Recensie4 ballen
Breedte159 mm
Hoogte228 mm
Dikte34 mm
NRC boeken recensie

Waar Mowgli en Nils Holgersson hun onsterfelijke status aan te danken hebben

Kinderboekklassiekers De jongens Mowgli en Nils danken hun roem aan het gevoel voor avontuur en de verbeeldingsvolle taal van Kipling en Lagerlöf. Nu zijn er hervertellingen verschenen.

Ontegenzeggelijk behoren ze tot de rij legendarische (kinder)boekenfiguren die iedereen kent, Nils Holgersson en Mowgli het wolvenkind. Vermoedelijk kennen velen ze zelfs beter dan hun oorspronkelijke scheppers en verhaalwerelden, met dank aan hun iconische afbeeldingen. Zo heeft Walt Disney’s voorstelling van Mowgli, die in een rood lendendoekje achter een zingende beer aanwaggelt, de originele verhalen in The Junglebook van Rudyard Kipling (1865-1936) helaas verdrongen. En het beeld van de rood gemutste kabouterjongen Nils, die op de rug van een tamme gans Zweden doorkruist, is zo krachtig dat er geen boekomslag zonder bestaat en het aldus onvermijdelijk in ons collectieve geheugen terecht is gekomen. Maar wie is nog echt bekend met het als aardrijkskundeschoolboek bedoelde, magische reisverhaal van Selma Lagerlöf (1858-1940)?

Wie de volledige vertalingen van beide klassiekers beschouwt – opmerkelijk is dat zowel Nils Holgerssons wonderbare reis als De Jungleboeken pas tien en vijf jaar geleden voor het eerst integraal zijn vertaald – zal ontdekken dat Mowgli en Nils hun onsterfelijke status uiteindelijk te danken hebben aan het gevoel voor avontuur en de verbeeldingsvolle taal van Kipling en Lagerlöf, die in 1907 en 1909 niet voor niets (als eerste Brit en eerste vrouw) de Nobelprijs voor Literatuur wonnen.

Verheugend is het daarom dat er van beide titels hervertellingen voor kinderen zijn verschenen. Onder het motto ‘vergeet de films die er van Het Jungleboek zijn gemaakt’, schreef Daan Remmerts de Vries een sprankelende tekst zonder af te doen aan de ziel van Kiplings drie Mowgli-verhalen, geholpen door de kleurrijke jungle-illustraties van Mark Janssen.

Bette Westera nam Lagerlöfs klassieker op zich. Net als die van Remmerts de Vries is haar taal soepel terwijl ze de eigenlijke verhaalsfeer treffend handhaaft. Daarbij nemen Martijn van der Lindens sprekende landschapsprenten en schitterende close-ups van Nils en de hoofdrolspelers (ganzerik Mårten, vos Smirre en arend Gorgo) de door Westera begrijpelijkerwijs geschrapte, soms breedvoerige landschapsbeschrijvingen knap over.

Tussen fantasie en werkelijkheid
Dat de boeken min of meer tegelijkertijd zijn verschenen, is een prettig toeval: ineens realiseer je je hoeveel Nils en Mowgli en hun lotgevallen op elkaar lijken. Natuurlijk, er zijn verschillen. Zo is Lagerlöfs verhaal doorspekt met sprookjesachtige volksverhalen (Westera maakte een aansprekende selectie), en balanceren de spannende avonturen regelmatig op de mistige grens tussen fantasie en werkelijkheid, zoals de komst van de huiskabouter die aan het begin van het verhaal Nils voor zijn harteloosheid straft en omtovert in een dwerg (waarna zijn heropvoedingsreis begint), en zoals het beeld van Karlskrona’s stichter koning Karel de Elfde dat tot leven komt.

Daarentegen berust Kiplings verhaal – mensenkind wordt door een wolvenpaar, beer (Baloe) en panter (Baghera) grootgebracht in de Indiase jungle onder dreiging van killertijger Shere Khan – veel minder op toverij. Maar dat is vorm: in beide boeken, gelukkig ook in de hervertellingen, draait het in wezen om twee opgroeiende kinderen die, doordat ze met dieren samenleven, worden geconfronteerd met de schoonheid, hardheid en vrijheid van het leven midden in de wilde natuur, en de universele vraag wat het betekent om mens te zijn.

Vooral Remmerts de Vries focust hierop. Dankzij de geanimeerde dialogen tussen Mowgli en zijn opvoeders brengt hij het wolvenkind echt tot leven. Zo leert Mowgli al vroeg dat mensen ‘wankel en hulpeloos’ zijn, maar, vertelt Baghera onverbloemd, ‘intussen doen ze afgrijselijke dingen’. Een lastige boodschap voor Mowgli, die vermoedt dat hij er zelf eentje is. De daaropvolgende identiteitsstrijd roept Remmerts de Vries gevoelvol op. Mooi bijvoorbeeld is Baghera’s reactie wanneer Mowgli, nadat hij vuur heeft leren kennen en steeds meer wolven zich van hem afkeren, in huilen uitbarst: ‘Tranen,’ zei Baghera. ‘Iets wat alleen mensen doen, ventje.’ Dan weet Mowgli: hij is geen wolf, en moet zichzelf leren accepteren.

Dit groeiproces beschrijft Remmerts de Vries geloofwaardig, soms subtiel, soms vol heftigheid. Als Mowgli Hathi de olifant bij zijn strijd tegen de dorpsmensen weet te betrekken, wijst Bhagera de jongen onbedoeld – hij is en blijft een dier – op zijn manipulatieve mensengedrag: ‘Dit is… eng!’, aldus de panter. ‘Je hebt Hathi omgepraat!’ Hartverscheurend is de bloeddorstige apotheose waarin Mowgli met de wolven een wilde hondenroedel bevecht en zichzelf al moordend verliest, door Janssen intens verbeeld op een roodgloeiende spread met (voort)razende honden en een diep vallende Mowgli.

Noch mens noch gans
Remmerts de Vries’ wolvenkind is complexer en interessanter dan Westera’s kabouterjongen, die in Lagerlöfs origineel aanmerkelijk diepgaander worstelt met het feit dat hij noch mens noch gans is en overal buiten staat. Toch is Westera’s Nils geenszins vlak. Regelmatig voelt hij ‘een steek van heimwee naar zijn vertrouwde leven als mensenkind’ en ‘prikken er tranen in zijn ogen’ – iets wat de dieren nooit overkomt, bemerkt hij later, net als Mowgli. Bovendien leert ook hij tenslotte dat mens-zijn met een grote verantwoordelijkheid gepaard gaat. Nadat ganzenleidster Akka van Kebnekaise hem heeft bijgebracht dat mensen onbetrouwbaar en ‘gevaarlijk zijn’, ondervindt Nils meermaals hoe zijn soort de natuur vernietigt.

Dit ecologische bewustzijn – typerend voor Lagerlöfs origineel – stipt Westera prettig terloops aan, spitsvondig gebruik makend van haar luchtige versjeskunst. Zo zingt een groep schoolkinderen tijdens een boomplantdag in Gästrikland: ‘Ooit kon je hier op deze plek/ een statig bos zien staan./ Dat bos is, lang voor onze tijd,/ in vlammen opgegaan/ […]/ Daar gaan wij wat aan doen.’

Ook als hartverwarmende ode aan de eeuwige kringloop van de natuur zijn Lagerlöfs en Kiplings verhaal verwanten. Mowgli’s dromerige hunkering en zijn besluit ‘te luisteren naar de wind die door zijn lichaam waait’, is niet anders dan de poëtische (parings)dans van de kraanvogels die een verlangen oproepen ‘naar iets betoverends, iets wat onbereikbaar lijkt en achter het gewone leven verborgen ligt’. Westera en Remmerts de Vries hebben goed aangevoeld dat juist dit grote onbestemde verlangen onze verbeeldingskracht aanwakkert.

2021-01-22 Mirjam Noorduijn

Bestanden bij dit product
Back to top