Fortuna's kinderen

Annejet van der Zijl
24,99
Op voorraad
SKU
9789048862412
Besproken in NRC
Bindwijze: Hardback
Voor 23:00 besteld, morgen in huis Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen zonder account
Afbeelding vergroten
Meer informatie
Auteur(s)Annejet van der Zijl
ISBN9789048862412
BindwijzeHardback
Aantal pagina's288
Datum van verschijning20210923
NRC Recensie5 ballen
Breedte144 mm
Hoogte214 mm
Dikte30 mm
NRC boeken recensie

Als geen ander verstaat Van der Zijl de kunst om het kleine groot te maken

Annejet van der Zijl Een familiekroniek onthult veel over de geschiedenis van zowel de slavernij als de Verenigde Staten.

Ze zijn bijzonder, de mannen die de hoofdrol spelen in Fortuna’s kinderen, het nieuwe boek van Annejet van der Zijl. Maar de vrouwen spreken nóg meer tot de verbeelding, en Virginie Herckenrath (1824-1890) het meest van allemaal. Dit is haar verhaal in het kort: ze werd in slavernij geboren aan de Oostkust van de VS. Op haar negende voer ze in haar eentje op een schip als smokkelwaar naar Nederland. Daar groeide ze op in het Westland. Als volwassen vrouw keerde ze terug naar de VS, waar ze aan de Westkust een ‘deftige, als vanzelfsprekend geaccepteerde en alom gerespecteerde society lady’ werd.

Als geen ander verstaat Van der Zijl, auteur van onder meer de bestseller Sonny Boy en een biografie van prins Bernhard, de kunst om het kleine groot te maken. Fortuna’s kinderen is een familiekroniek én een geschiedenis van de Verenigde Staten ineen. Het is ook een boek over een thema dat veel in het nieuws is: slavernij en (hedendaags) racisme.

Het begint bij Leon Herckenrath, zoon van een arts uit het Westland, die in 1818 naar de VS vertrekt om een nieuw leven te beginnen. Bijna was het verhaal al snel geëindigd, want kort na zijn aankomst in Charleston, South Carolina, wordt hij ziek. De gele koorts wordt hem bijna fataal. Maar Leon komt erdoorheen, dankzij de liefdevolle verzorging van een negenjarige slaafgemaakte, Juliette. ‘Ze sponste haar patiënt af, ze hield zijn temperatuur laag met natte doeken, ze verschoonde hem en voerde hem zodra de koortsen zakten en hij in staat was weer te eten.’

Dubbelleven
Leon keert terug naar Nederland, maar vertrekt al snel opnieuw naar Charleston. Als hij zich daar heeft gevestigd als handelaar doet hij een bijzondere transactie. Hij koopt Juliette voor duizend dollar (een mannelijke slaafgemaakte kost hooguit vijf- tot zeshonderd dollar) en laat haar vrij. Drie jaar later trouwen ze tijdens een kleine, geheime katholieke plechtigheid. Juliette is dan 14 of 15, Leon 23. Al snel volgen er kinderen.

Leon leidt een dubbelleven, wat hij doet kan eigenlijk niet. De witte inwoners van Charleston, zwaar in de minderheid, zijn doodsbang voor een opstand van de zwarte bevolking. Daarom perken ze de bewegingsvrijheid van kleurlingen steeds verder in. Zo voert South Carolina een wet in die bepaalt dat iedere vorm van onderwijs aan kleurlingen strafbaar is. Zakelijk gaat het Leon voor de wind, zijn firma groeit uit tot één van de succesvolste handelskantoren van de stad. Maar zijn kinderen zijn ongedocumenteerd. Terwijl hij de schijn ophoudt een zorgeloze vrijgezel te zijn, verstopt hij zijn gezin in een achterbuurt.

Vluchten is levensgevaarlijk. Juliette en de kinderen kunnen worden opgepakt, hijzelf kan de doodstraf krijgen. Toch wagen ze het erop. Als eerste wordt Virginie, de oudste dochter, toevertrouwd aan een bevriende schipper. De bestemming: Nederland. Bij vertrek moet ze zich schuilhouden voor de slave patrols die ieder schip controleren op vluchtende slaafgemaakten. In de loop van 1834 worden zo nog vier kinderen – een voor een – en uiteindelijk ook Juliette het land uit gesmokkeld. In Monster, in het Westland, worden ze liefdevol ontvangen door de moeder van Leon. Dankzij zijn fortuin kunnen ze een nieuw leven opbouwen, inclusief blanke bedienden.

Wat is zeker en wat niet?
Het is een bijna ongeloofwaardig verhaal. Bij het lezen moest ik af en toe denken aan ’t Hooge Nest van Roxane van Iperen, ook zo’n krankzinnig waargebeurd verhaal, over twee Joodse zussen die hun eigen onderduikhuis runden en de Tweede Wereldoorlog overleefden. Een goed boek, maar ik vond het jammer dat Van Iperen de verleiding niet kon weerstaan af en toe lichtjes te romantiseren, bijvoorbeeld door als verteller te weten wat haar personages denken of voelen. Als lezer ga je dan twijfelen: wat is zeker en wat niet?

Van der Zijl scheert in Fortuna’s kinderen zorgvuldig langs de lijn tussen fictie en non-fictie, maar gaat er nimmer overheen. Dat is razend knap, zeker als je bedenkt dat haar verhaal speelt in een verder verleden. Ze kon niemand interviewen die de belangrijkste personages gekend heeft, ze moest het doen met geschreven bronnen. En toch zijn haar personages mensen van vlees en bloed.

Levendig zijn ook de beschrijvingen van de plaatsen waar het verhaal zich afspeelt. Van der Zijl vertelt hoe het ruikt in Charleston – ‘naar de sinaasappel- en andere citrusbomen die in grote hoeveelheden langs de met keien of vergruizelde schelpen bedekte straten’ zijn aangeplant. Het is een rijke stad, en dat zie je aan de imposante gebouwen met ornamenten. Maar het is ook een stad die in het teken staat van slavernij. ‘Later zou geschat worden dat meer dan de helft van Amerika’s zwarte bevolking afstamt van mensen die ooit via Charleston het continent zijn binnengekomen’, schrijft ze.

Goudkoorts
In de tweede helft van het boek verplaatst de handeling zich naar een andere stad, San Francisco. Virginie, het meisje dat als eerste naar Nederland gesmokkeld werd, verlooft zich op 22-jarige leeftijd met de 20-jarige Jacob de Fremery, een vriend van de familie. Deze Ko, die zich later James gaat noemen, is een avonturier. Hij trekt naar de Westkust van de VS, kort na het begin van de gold rush. Hij komt aan in een stad die is opgebouwd met hout en zeildoek. Californië is dan nog geen staat en er is geen regering, geen justitie-apparaat. James sluit zich aan bij het Vigilence Committee, een burgerwacht die met harde hand de orde handhaaft, zo nodig met terechtstellingen. Als iemand wordt opgehangen houden zo veel mogelijk leden van de burgerwacht het touw vast: als iedereen het gedaan heeft, dan heeft niemand het gedaan, zo is de gedachte.

Ook James maakt fortuin. Eerst begint hij een wijnhandel, later richt hij een bank op, de eerste officiële spaarbank aan de Westkust. Als hij voldoende gesetteld is, laat hij Virginie overkomen. In Californië, dan een staat, is de slavernij afgeschaft. Niet zwarten maar Indianen en Chinezen zijn er de paria’s.

En dan is de cirkel rond. Virginie is terug in de VS, alleen is de voormalige slaafgemaakte nu een lady.

De familiegeschiedenis gaat vervolgens verder tot het heden. Aan het einde is de hele Amerikaanse geschiedenis voorbijgekomen, niet alleen de slavernij, maar ook de Amerikaanse burgeroorlog, het bloedbad bij Wounded Knee, de Grote Depressie, Silicon Valley en Black Lives Matter. Als je deze onderwerpen zo opsomt dan lijkt het misschien vergezocht, maar in het verhaal hebben ze allemaal een natuurlijke plek.

Van der Zijl heeft een schitterend verhaal aan de vergetelheid ontrukt dat zelfs in de familie waarover het gaat relatief onbekend was. In het slothoofdstuk zegt een nazaat: ‘Mij is verteld dat sommige familieleden vermeldingen over Leon en Juliette vernietigd hebben om onze familie te beschermen tegen Amerikaans racisme.’

Het landhuis in Oakland waar James en Virginie woonden, was in de jaren zestig van de vorige eeuw het hoofdkwartier van de Black Panthers. Tegenwoordig wordt het gebruikt voor de opvang van kansarme kinderen. Door de komst van de auto-industrie werd Oakland een overwegend zwarte stad. Van der Zijl ging er kijken. Ze liet een foto van Virginie, uitgedost als een chique dame, zien aan de directrice van het opvanghuis. Virginie, die ‘uiteindelijk bijna de hele geschiedenis van zwart Amerika samenbalde’. De directrice was ‘verbijsterd’ en zei: ‘Maar ze is zwart’. Ja, zei de schrijfster. Waarop de directrice reageerde: ‘Dit moet aan de muur, want dan zien mijn kinderen dat zwart-zijn niet per se slachtoffer-zijn betekent.’

15-10-2021 Jeroen van der Kris

Bestanden bij dit product
Back to top