Revolusi

David Van Reybrouck
39,99
Op voorraad
SKU
9789403183404
Besproken in NRC
Bindwijze: Hardcover
Levertijd 1-2 werkdagen Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen zonder account
Afbeelding vergroten
Productomschrijving
Vijf jaar lang werkte David Van Reybrouck aan zijn monumentale Revolusi. Hij interviewde bijna tweehonderd mensen, de laatste nog levende getuigen van de onafhankelijkheidsstrijd, in Indonesische rusthuizen, Japanse miljoenensteden en op verafgelegen eilanden. Ook in Nederland bracht zijn onderzoek tal van nieuwe verhalen aan het licht. De veelheid aan perspectieven en herinneringen weeft Van Reybrouck samen tot het aangrijpende verhaal van de Indonesische onafhankelijkheid. Zo toont hij hoe een nieuwe wereld vorm kreeg: in bloed, in pijn, met hoop.

De onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië, die zijn hoogtepunt bereikte in de jaren veertig van de vorige eeuw, is lang gezien als een conflict tussen kolonisator Nederland en het gekoloniseerde Indië. Maar in werkelijkheid was het wereldgeschiedenis. David Van Reybroucks Revolusi is het eerste boek dat de strijd lostrekt uit het nationale perspectief en het belang ervan toont als mondiale gebeurtenis.

Indonesië was het eerste land dat na de Tweede Wereldoorlog zijn onafhankelijkheid uitriep. Na de Japanse bezetting verzetten jonge rebellen zich gewapenderhand tegen elke nieuwe vorm van overheersing. Britse, Australische en vooral Nederlandse troepen moesten rust en orde brengen, maar hun aanwezigheid leidde juist tot het ontvlammen van de eerste moderne dekolonisatieoorlog. Die strijd inspireerde onafhankelijkheidsbewegingen in Azië, Afrika en de Arabische wereld, zeker toen het vrije Indonesië in 1955 de legendarische Bandung-conferentie organiseerde, het eerste wereldcongres zonder het Westen. De wereld had zich met de Revolusi bemoeid en de wereld was erdoor veranderd.
Meer informatie
Auteur(s)David Van Reybrouck
ISBN9789403183404
BindwijzeHardcover
Aantal pagina's640
Datum van verschijning20201126
NRC Recensie4 ballen
Breedte161 mm
Hoogte236 mm
Dikte45 mm
NRC boeken recensie

De nieuwe David Van Reybrouck prikt het Nederlandse sprookje over Indië door

Boekrecensie Aan de hand van 200 ooggetuigenverslagen beschrijft David Van Reybrouck in zijn nieuwe, geslaagde boek de wreedheid van de dekolonisatie van Nederlands-Indië.

Eerst de hoofdvraag: is David Van Reybrouck tien jaar na zijn prijswinnende en alom bejubelde monoliet Congo, de geschiedenis van de voormalige Belgische kolonie, er in geslaagd het kunstje te herhalen met de koloniale geschiedenis van Indonesië?

Het antwoord is: jazeker. 75 jaar na de proclamatie van de Indonesische onafhankelijkheid vertelt Revolusi soepel het verhaal van de geboorte van deze natie. Van Reybrouck doet meer: hij doet een poging die ontwikkeling een plaats te geven in de wereldgeschiedenis. Zijn verhaal, dat hij klassiek laat beginnen met de oerknal, nou ja, met de Javamens, en met een blik in de atlas, loopt zo ongeveer door tot het eind van de heerschappij van de eerste Indonesische president Soekarno in 1965.

Het boek is niet beperkt tot het zwarte hoofdstuk van de Indonesië-oorlog. Die oorlog wordt wel grondig en met evenredige aandacht voor alle betrokken partijen behandeld – ook Japanners en zelfs Britse elitetroepen (Ghurka’s) komen aan het woord. Dat verdient een groot compliment gezien de gevoeligheden die nog altijd hoog opgetast liggen rond dit thema.

Maar Van Reybrouck focust zich niet alleen maar op de tegenstelling tussen de koloniserende mogendheid Nederland en de kolonie. ‘Wie enkel door de schietgaten van het verleden kijkt, ziet niet per se het hele landschap’, schrijft hij. En hij kiest bewust voor een breed beeld door te laten zien dat een historie nooit door één land wordt geschreven maar eerder onderdeel is van bredere ontwikkelingen.

Dat doet hij met name in zijn laatste hoofdstuk, als Indonesië als zelfstandig land in 1955 gastheer is van de grote Azië-Afrika Conferentie in Bandung. Daar maakten landen van de zogeheten Derde Wereld, wat toen een nieuw begrip was, symbolisch een einde aan het oude, West-Europese kolonialisme. Aan dat optimisme heeft Indonesië bijgedragen, zoals Van Reybrouck overtuigend betoogt. Dat is de toon van het slothoofdstuk van dit bonte geschrift: eerder essayistisch dan historiserend.

Oorlogsmisdaden
Van Reybrouck heeft zich voor het schrijven van dit werk laten inspireren door Multatuli’s Max Havelaar. En net zoals zijn grote voorbeeld is Revolusi een mengeling van genres. Romantiserende beschrijvingen, afgewisseld met straffe collegedictaten en journalistiek aanvoelende reportages, eindigend in het licht van de sterren weerspiegeld door het plankton in een tropische zee.

Opmerkelijk, want niet standaard in de gebruikelijke geschiedschrijving over Indonesië althans, is dat de auteur veelvuldig praat met gewone mensen, ook aan de Indonesische zijde van de geschiedenis. Het lijkt er bovendien op dat er inderdaad een historiografische regime change is geweest, zoals Martin Bossenbroek in zijn pas verschenen boek De wraak van Diponegoro opmerkt. Waar Bossenbroek zegt de ‘historische werkelijkheid’ te reconstrueren zonder de ‘normen van tegenwoordig’, laat Van Reybrouck voortdurend weten wat hij ervan vindt.

Bossenbroek noemt zich een vernieuwer omdat hij ook de Indonesische kant aan het woord laat: de negentiende eeuwse rebellerende Javaanse prins Diponegoro en de medeoprichter van de republiek Indonesië Soekarno. Overigens is geschiedschrijving aan de hand van ‘hoofdrolspelers’ natuurlijk wel weer klassiek.

Groot verschil met Van Reybrouck is dat hij kiest voor geschiedschrijving mede op basis van ‘gewone mensen’. De nieuwste geschiedschrijving probeert inclusief te zijn, en verwerpt de fictie van de neutrale historicus die de ‘historische werkelijkheid’ uit zijn 3D-printer tevoorschijn tovert. Van Reybrouck is van na de ‘paradigmawisseling’ die Bossenbroek waarneemt. Hij is niet neutraal maar verklaart, net als Rémy Limpach eerder deed in De brandende kampongs van Generaal Spoor, de ‘hoogste politieke en militaire echelons schuldig’ aan oorlogsmisdaden.

Elk leven, hoe onopvallend ook, weerkaatst het licht van de geschiedenis, schrijft Van Reybrouck

Net als met zijn boek over Congo probeert Van Reybrouck de recente geschiedenis mede te vertellen aan de hand van verhalen van getuigen. Hij sprak er tweehonderd. Als een van zijn gesprekspartners opmerkt dat hij maar een eenvoudige boer is, schrijft Van Reybrouck: ‘Elk leven, hoe onopvallend ook, weerkaatst het licht van de geschiedenis.’ En dat is een fraai verwoorde rechtvaardiging voor het schrijven van oral history. Ofschoon daar best vraagtekens bij te plaatsen zijn, weet Van Reybrouck de meeste klippen te omzeilen door verhalen behendig te staven met schriftelijke bronnen of andere persoonlijke getuigenissen. Als hij bijvoorbeeld Hendrik Pauned Muntuuntu aan het woord laat over de landing van de Japanners in Midden-Celebes, verifieert hij die informatie met gegevens uit de dagrapporten van Japanse militairen.

Iedereen haatte Nederlanders
Dat de Japanse bezetting begin 1942 de facto al een eind maakte aan de Nederlandse kolonie, wordt laconiek tussen de bedrijven door opgemerkt: ‘Hendrik was directe getuige van een groot nieuw begin. Na eeuwen Nederlandse aanwezigheid in de archipel brak nu de Japanse periode aan.’ Natuurlijk is zo’n keuze arbitrair, meer voor de hand ligt de overgave door Nederland op 12 maart 1942. Of de proclamatie van de Indonesische onafhankelijkheid op 17 augustus 1945, of nog de nog altijd officiële datum van de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949. Maar voor die mensen, daar in Sulawesi, of toen nog Celebes, was dit het moment.

Belangrijk is echter ook dat Van Reybrouck door ooggetuigen aan het woord te laten erin slaagt de lezer het gevoel te geven op de huid van de geschiedenis te zitten. Dat werkt als een tierelier en dit is ook het werkelijk vernieuwende van dit boek: op ooghoogte met levende mensen die erbij waren. Indonesiërs zelf komen aan het woord. Mensen die in veel Nederlandse geschiedenisboeken tot nu toe bij de amorfe massa van ‘de vijand’ of ‘de inlanders’ horen. En dan meestal anoniem opgeborgen in statistieken van aantallen slachtoffers. De mensen die weggezet waren als ‘inlanders’, die in een streng systeem van apartheid zich uitsloofden in nederige banen, zonder veel uitzicht op verbetering omdat ze nauwelijks kans hadden op scholing en juridisch een derderangs categorie waren.

Van Reybrouck geeft ze een stem. Neem Johannes Soewondo die als kind in de jaren dertig in Oost-Java naar een Nederlandstalige school mocht: ‘Iedereen haatte de Nederlanders toen, ook mijn ouders. Gewoon omdat ze alles afpakten.’

Het eeuwige sprookje dat altijd herhaald wordt in Nederland, dat Indonesiërs vooral vooruitkijken, en helemaal geen wrok koesteren, prikt Van Reybrouck door.

Voor het beschrijven van de koloniale samenleving zoals die uiteindelijk in het Interbellum functioneerde, bedient Van Reybrouck zich van de metafoor van de pakketboot. Zijn boek begint met een tamelijk omineuze inleiding: daarin wordt de ondergang beschreven van de s.s. Van der Wijck, een passagierschip dat in 1936 verging. De lezer voelt het: hier wordt de ondergang van Insulinde zelf bedoeld.

Doodstraf
Van Reybrouck gebruikt de scheepsarchitectuur met drie klassen om de onwrikbare onderverdeling van de Indische maatschappij te beschrijven. Geen originele vondst, zoals hij zelf ook schrijft, maar wel functioneel. Aan de andere kant dringen zich bij zo’n bijna allegorisch volgehouden beeld vragen op als: in hoeverre verschilde die ‘pakketboot’ van het Europese deel van het koninkrijk? Bestond daar ook niet een (ook nog eens verzuilde) standenmaatschappij?

Die vraag dringt zich zeker op bij de passage over het neerslaan van de communistische revolte in 1926. Uiteindelijk worden drie van de aanstichters ‘opgeknoopt’, zoals Van Reybrouck dat noemt. En dan meldt hij tussen neus en lippen dat in Nederlands-Indië de doodstraf, die in 1870 in het moederland was afgeschaft, tot de soevereiniteitsoverdracht in stand bleef. Hoe was dat mogelijk? Antwoord: er was sinds 1918 het Wetboek van strafrecht voor Nederlandsch-Indië. Daar stond de doodstraf nog steeds in. Maar in de praktijk werd die nauwelijks opgelegd aan Europeanen. Van Reybrouck gaat er niet op in, en dat maakt dat het boek hier en daar ondiep is.

Maar dat wordt dus ruimschoots gecompenseerd door deze geslaagde poging het verhaal van de hele geschiedenis van Nederlands-Indië in een keer te vertellen. En de kritiek van de auteur op de beruchte Nederlandse vergeetachtigheid waar het gaat om oorlogsmisdaden en andere wandaden in de kolonie, die treft doel.

04-12-2020 Frank Vermeulen

Bestanden bij dit product
Back to top