Je moet opschrijven dat hier niets gebeurt

Marcel van Roosmalen
20,99
Op voorraad
SKU
9789029092425
Besproken in NRC
Bindwijze: Paperback / softback
Voor 23:00 besteld, morgen in huis Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen zonder account
Afbeelding vergroten
Productomschrijving

Marcel van Roosmalen levert een droogkomische blik op doorsnee Nederland

Ruim twintig jaar bouwt Marcel van Roosmalen aan zijn oeuvre als schrijver en journalist. Naast zijn werk als columnist voor NRC Handelsblad schreef hij vele langere reportages over onder meer sport, ‘zijn’ stad Arnhem, Vitesse, politici als Pim Fortuyn, het koningshuis en personages die zich moeilijk kunnen handhaven in onze samenleving. Kenmerkend is zijn droge, soms cynische blik op Nederland en de menselijke tekorten van haar bewoners. Hij observeert vanaf de zijlijn en dat levert inzichten op die vaak hilarisch zijn, maar hoe dan ook altijd treffend en een goede graadmeter van de stand van het land.

Je moet opschrijven dat hier niets gebeurt bevat het beste werk van Marcel van Roosmalen. Een bloemlezing van reportages uit onder meer De Correspondent, Hard gras, VARAgids en Nieuwe Revu en stukken uit de eerder verschenen bundels Op campagne met Oranje, De Pimmels en Op pad met Pim. Werk dat nog immer relevant is en kenmerkend voor de nuchtere, heldere en tegelijk komische stijl die zijn handelsmerk is geworden.


De pers over Marcel van Roosmalen

'Van Roosmalen is een meester van de ingetogen humor.' de Volkskrant

‘Marcel van Roosmalen kan zo schrijven dat ik een diepgevoelde fascinatie krijg voor Vitesse, Limburgse dorpen en humanresourcemanagers.’ Aaf Brandt Corstius

‘Niet misschien, maar gewoon de beste columnist van Nederland.’ Nico Dijkshoorn

Meer informatie
Auteur(s)Marcel van Roosmalen
ISBN9789029092425
BindwijzePaperback / softback
Aantal pagina's352
Datum van verschijning20180605
NRC Recensie4 ballen
Breedte136 mm
Hoogte211 mm
Dikte33 mm
NRC boeken recensie

Volgens dichter Johnny van Doorn was Arnhem een stad met twee gezichten. Aan de ene kant had je er de volkse types, de mensen die tegen de zelfkant en de criminaliteit aanschuurden, en aan de andere kant had je er de chique lui, de mensen die er met hun geflaneer voor zorgden dat de stad waar hij geboren en getogen was soms ‘bijna Zwitsers’ aanvoelde.

Zal Marcel van Roosmalen (1968), die ook in en rondom Arnhem opgroeide, deze gespleten blik met Van Doorn delen? Vermoedelijk niet, want de Arnhemmer in zijn verhalen is altijd plat en nooit eens elegant; in Van Roosmalens Arnhem is het Zwitserlevengevoel ver te zoeken. Als Diederik Samsom in campagnetijd een bezoek brengt aan een Arnhems zaaltje noteert hij: ‘Het publiek mocht ook vragen stellen. Typisch Arnhems was dat het eigenbelang daarbij vooropstond, de vragen hadden zonder uitzondering met de eigen situatie te maken.’ En als Van Roosmalens jeugdheld Theo Bos in een verhaal aan het woord komt, zegt die over zijn vader: ‘Hij was een echte Ernemmer, altijd negatief.’

Een verklaring voor deze stadsgebonden houding draagt Van Roosmalen aan in een stuk over de tot voor kort volkomen lege prijzenkast van zijn club Vitesse: ‘Het „net niet” zat ons in de genen. De stad Arnhem lag tijdens de Tweede Wereldoorlog ook net niet op de goede plek. Helemaal stuk gebombardeerd vanwege een brug, de bevolking hield er een zwart gevoel voor humor aan over.’

Gezellig zwart

Is het zwart-humoristisch, de blik waarmee Van Roosmalen als verslaggever ons land in trekt? Na lezing van Je moet opschrijven dat hier niets gebeurt, dat na Het is nooit leuk als je tegen een boom rijdt (2011) opnieuw een bundeling van zijn ‘beste reportages’ zegt te zijn, kun je dat niet meteen met een volmondig ‘ja’ beantwoorden. Inktzwart is het in elk geval niet, dat zou misschien ook wel een onverteerbaar resultaat opleveren. ‘Gezellig zwart’ is een betere kwalificatie, want Van Roosmalen mag zich dan behoorlijk sceptisch verhouden tegenover het Nederland dat hij verslaat, met walging zadelt hij je ook weer niet op.

Het is in feite ontmaskerend vermaak dat hij produceert, het soort vermaak dat voorbehouden is aan die enkele auteur-journalist die het zich kan permitteren om persoonlijk te zijn, niet altijd een duidelijk nieuwsdoel hoeft te dienen en soms ook gewoon kan opschrijven dat ‘de zelfhaat groot is’ als hij met tegenzin in Brasschaat ex-keeper en praalhans Jean-Marie Pfaff gaat interviewen. Bij een anoniemere kranten- of tijdschriftmedewerker zou zo’n introspectieve opmerking nooit door de eindredactie komen, bij Van Roosmalen wil je dat hij het zo doet. Want het effect is groot en het heeft geresulteerd in een promotie, onder meer voor deze krant, tot columnist – hét journalistieke auteursgenre bij uitstek.

Onder Van Roosmalens ogen valt zo goed als alles dood neer. Dat is geen kritiek, zo luidt gewoon zijn ambachtsomschrijving. Campagnes van politieke partijen, de bewoners van de Amsterdamse buurt waar hij een tijd woonde (Betondorp), individuen als weerman Piet Paulusma of eerdergenoemde Pfaff: ze worden zo droog als een rol beschuit aan ons gepresenteerd in al hun opportunisme, zelfoverschatting en ijdeltuiterij.

Eigenlijk laat Van Roosmalen met zijn onverbloemde aanpak zien hoe geregisseerd het beeld is dat we doorgaans van mensen of evenementen krijgen. Van Roosmalen neemt die regie-aanwijzingen, die pogingen om zo flatteus mogelijk op de foto te komen, óók gewoon in zijn tekst op. Graag zelfs. Dat kun je al aan de titel van zijn boek zien: jij, mannetje met pen en blocnote, moet er dit en dit van maken.

Iedereen staat naakt

En zo staat zo goed als iedereen die met hem in aanraking komt naakt. Aad de Mos in zijn eindeloze pogingen om tweets geretweet te krijgen; Ewald Engelen die om onduidelijke redenen telkens ‘Boing!’ roept tijdens een bijeenkomst van de Partij voor de Dieren; de mannen en vrouwen die er in 2002 als de kippen bij waren om voor de LPF in de Tweede Kamer te komen. Voor iemand als Van Roosmalen, die loert op eenquote als een visser op zijn dobber, moet de LPF-bubbel sowieso een prachtige tijd zijn geweest. Bij de ‘Pimmels’, zoals Fortuyn-volgelingen ook wel genoemd werden, stroomde het goud uit de mond. Zo was er Jim Janssen van Raaij, die zich afvroeg of zijn gezondheid het wel aankon, vier jaar de Kamer in. ‘Toen heb ik me laten keuren. Van A tot Z. Het was gruwelijk. Ik zal jullie de details besparen.’ Na enig aandringen komen er toch details. ‘Mijn grootste zorg was de lever. Logisch. Voor een zuiplap als ik! Maar het allerergste was de prostaatproef. Vinger in je reet – da’s nooit prettig.’

Ergens waarschuwt persoon A persoon B voor Van Roosmalen, die ‘gek die alles opschrijft’. Die formule, de moed hebben om doodleuk op te schrijven wat er in jouw ogen echt gebeurt, krijg je met dit boek onder ogen. Met soms een beetje meer. Dan is het alsof hij de kloof dicht tussen verslaggeverij en moderne poëzie. Dan introduceert hij een deelneemster aan een demonstratie van de extreem-rechtse Nederlandse Volksunie zo: ‘Gaby had de haren geföhnd. Ze zei dat ze twee kinderen had en dat ze daarom geen racist was. Ze eiste opvang in de eigen regio.’ In drie zinnen meer zeggen dan waar menig collega een bladzijde voor nodig heeft, dat is het. Literaire journalistiek.

Bestanden bij dit product
Inkijkexemplaar.pdf (112.22 kB)
Back to top