Philippus en Alexander

Adrian Goldsworthy
37,50
Op voorraad
SKU
9789401915427
Besproken in NRC
Bindwijze: Paperback / softback
Levertijd 1-2 werkdagen Verzendkosten € 2,95
  • Gratis binnen 14 dagen te retourneren
  • Veilige en makkelijke betaalopties
  • Aangesloten bij Thuiswinkel Waarborg
  • Makkelijk bestellen zonder account
Afbeelding vergroten
Meer informatie
Auteur(s)Adrian Goldsworthy
ISBN9789401915427
BindwijzePaperback / softback
Aantal pagina's608
Datum van verschijning20201019
NRC Recensie3 ballen
Breedte149 mm
Hoogte229 mm
Dikte47 mm
NRC boeken recensie

Sluwe diplomatie en slachtpartijen: de carrières van Alexander de Grote en zijn vader Philippus

Macedonische veroveraars Alexander de Grote kent iedereen, zijn vader Philippus is veel minder bekend. Toch had de zoon veel van zijn successen aan hem te danken, zo laat de Britse oudhistoricus Adrian Goldsworthy zien.

In elke familie komt wel eens ruzie voor, maar zo bont als de Argeaden in Macedonië zullen maar weinig mensen het maken. Vaders en moeders, broers en echtgenotes, ouden van dagen en kinderen: iedereen kon op elk moment een mes in zijn rug verwachten van een bloedverwant. Omdat de troonopvolging binnen deze Noord-Griekse vorstenfamilie niet volgens een vast patroon verliep, was het altijd de moeite waard wat concurrenten uit de weg te helpen. Koppel dat feit aan een cultuur waarin het eergevoel nogal sterk ontwikkeld was én men zich graag overgaf aan mateloze zuippartijen, en het wordt duidelijk dat voor een Argeadische koning of troonpretendent elk feestje zijn laatste kon zijn.

Toch lukte het in 359 voor Christus een man de macht in Macedonië te veroveren én voor langere tijd te behouden. Zijn naam was Philippus II – en bij het grote publiek is hij inmiddels compleet vergeten. Zijn zoon kent echter bijna iedereen: Alexander III de Grote. In zijn nieuwe boek Philippus en Alexander. Wereldveroveraars uit Macedonië laat oudhistoricus Adrian Goldsworthy zien dat Alexander nooit zo ongekend succesvol had kunnen zijn zonder de hervormingen die zijn vader had doorgevoerd én dat Alexander altijd eerst als Macedoniër moet worden begrepen, ook toen hij na acht jaar en 6.500 kilometer marcheren en vechten India had bereikt.

Goldsworthy (1969) heeft naam gemaakt met boeken over de Romeinse geschiedenis, vooral over het Romeinse leger. Philippus en Alexander is zijn eerste uitstap naar de Griekse wereld. Wellicht komt het door zijn relatieve onbekendheid op dit terrein dat hij zich als auteur opvallend bescheiden opstelt in dit boek.

De beschikbare bronnen – werken van historici als Arrianus, Diodorus en Curtius – zijn eeuwen na het leven van Alexander gecomponeerd. Dat resulteerde in, aldus Goldsworthy: ‘topzware kaartenhuizen die wankelen van giswerk en aannames’. De pogingen van hedendaagse auteurs om vergaande conclusies te trekken over optreden en persoonlijkheid van Alexander de Grote zijn daarom misplaatst, vindt hij. Zelf blijft hij dicht bij de bronteksten en beoordeelt keer op keer of die geloofwaardig zijn of niet.

Dat leidt soms tot bevreemdende situaties. Goldsworthy beschrijft bijvoorbeeld de verovering van een stad in het huidige Pakistan, waar Alexander in de voorste gelederen vecht – om daarna te noteren dat de koning misschien helemaal niet bij deze belegering aanwezig is geweest. Omdat hij hierna niet schrijft welke variant volgens hem de juiste is, blijft de lezer met een (wetenschappelijk verantwoord) vraagteken achter.

Lansen van zeven meter
Wat weten we wél zeker over vader en zoon? Nadat Philippus in 359 v. Chr. zijn neef van de troon had gestoten, stond Macedonië er bijzonder slecht voor. Het koninkrijk had te maken met invallen uit het noorden door woeste Illyriërs en Thraciërs en met constante bemoeienissen vanuit het zuiden door Athene. Phillippus hervormde zijn leger. De infanterie rustte hij uit met nieuwe lansen – sarissas, die wel tot zeven meter lang konden worden – en zijn cavalerie liet hij opereren in vaste formaties. In de praktijk bleven deze eenheden bijna permanent bij elkaar, zodat er een soort staand leger ontstond. Dat gaf een voordeel ten opzichte van tegenstanders die hun strijdkrachten op ad hoc-basis moesten formeren.

Door een uitgekiende combinatie van permanente oorlogsvoering en sluwe diplomatie slaagde Philippus erin zijn vijanden van Macedonisch grondgebied te verdrijven, om vervolgens heel Griekenland aan zijn zegekar te binden. Zoon Alexander verdiende in deze veldtochten al op jonge leeftijd zijn sporen en was dus klaar om op zijn twintigste de troon over te nemen toen Phillippus in 336 tijdens een drinkgelag werd vermoord.

Alexander stelde orde op zaken binnen zijn familie en in Griekenland, waarbij hij veel bloed vergoot, zoals hij tijdens zijn hele carrière enorme slachtpartijen zou aanrichten. De jonge koning was een stuk minder geneigd tot diplomatie dan zijn vader. Praten hoefde eigenlijk ook niet meer, want hij had een formidabel leger geërfd.

Gekroond tot Farao
In 334 wendde hij zijn blik naar Azië. Hier bevond zich het machtige Perzische rijk van de Achaemeniden, dat zich uitstrekte van de Egeïsche kust tot de Indus. De Achaemeniden hadden het al anderhalve eeuw op de Grieken gemunt en Alexander wilde voorgoed een einde maken aan deze dreiging. Hij trok de Dardanellen over en begon een oorlog die de rest van zijn leven zou duren.

De Macedonische koning vocht drie beroemde veldslagen uit met het veel grotere leger van zijn Perzische tegenstander Darius III: bij de Granicus (334), bij Issus (334) en bij Gaugamela (331). Ondertussen veroverde hij de hele Levant en liet hij zich kronen tot farao van Egypte. Alexander was bij elke veldslag in de voorste linies te vinden en telkens bleken zijn goed getrainde Macedonische formaties onverslaanbaar voor de Perzische tegenstander. Leden van de Perzische hofhouding vermoordden Darius na diens nederlaag en vlucht bij Gaugemela, waardoor ook dit koningschap Alexander in de schoot viel. Hij was 25 jaar oud en had bijkans de hele bekende wereld veroverd.

Het oorlogvoeren kon hij echter niet laten, maar de tweede helft van Alexanders loopbaan liet veel minder genialiteit zien. Hij voerde eindeloze campagnes in Bactrië en Sogdië (nu in Afghanistan en Oezbekistan) en zakte uiteindelijk af naar India waar hij bij de Hydaspes in 326 zijn laatste grote veldslag vocht – en won.

Mentale ontsporing
Het Macedonische contingent van zijn leger had inmiddels genoeg van de eindeloze veldtocht. De veteranen, onder wie vijftigers die al onder Philippus hadden gediend, wilden naar huis. Van muiterij was geen sprake, ze bleven hun vorst trouw, maar het was nu écht genoeg geweest. Hoewel de Macedoniërs nog maar een klein deel van zijn leger uitmaakten en hoewel Alexander zich steeds meer als Aziatisch vorst manifesteerde, kon hij deze wens niet naast zich neerleggen. Hij keerde om, richting huis.

Verder dan het hart van Perzië kwam hij niet. Alexander de Grote overleed in 323 in Babylon. Over de oorzaak – ziekte, gif, drank – wordt al ruim tweeduizend jaar gretig getheoretiseerd, maar daaraan doet Goldsworthy niet mee. Hij houdt het op een natuurlijke dood. Dat Alexander in de weken voor zijn dood mentaal leek te ontsporen en zich tegen zijn omgeving keerde – een mogelijk motief voor moord – wil er bij hem niet in. De bronnen staan zo’n conclusie niet toe, stelt hij.

De terughoudendheid van Goldsworthy is aan de ene kant te prijzen en aan de andere kant te betreuren. Zijn focus op wat we zeker kunnen weten, leidt ertoe dat Phillippus en Alexander vooral leest is als een bijzonder gedetailleerd verslag van de militaire loopbaan van vader en zoon. Wat hen dreef, wat voor mannen het waren, welke rol relaties met andere mensen speelden in hun leven: het komt allemaal nauwelijks aan bod. Aan het eind van dit boek weet je precies wat deze twee wereldveroveraars hebben gedaan. Afgezien van een machtspolitieke verklaring, blijft helaas onduidelijk waarom ze dat deden.

27-11-2020 Bart Funnekotter

Bestanden bij dit product
Back to top