Stel je voor: een stad van staal die met dertig knopen door de oceaan snijdt, terwijl gevechtsvliegtuigen vanaf het dek opstijgen alsof de zee zelf een startbaan is geworden. In dit boek ontdek je hoe vliegdekschepen zich ontwikkelden van experimentele constructies tot de machtigste oorlogsschepen ter wereld. Je leert hoe ze zijn opgebouwd, hoe de bemanning dag en nacht samenwerkt op een van de gevaarlijkste werkplekken op aarde, en welke rol deze drijvende vliegvelden speelden in de grote conflicten van de twintigste eeuw. Ook de hedendaagse strategische betekenis van vliegdekschepen in internationale machtsverhoudingen komt uitgebreid aan bod. Dit boek laat je zien hoe een technisch hoogstandje tegelijk een politiek instrument werd, en waarom landen die een vliegdekschip bezitten, de wereld op een fundamenteel andere manier kunnen benaderen.