Black overlay

Telefonisch bestellen

Graag telefonisch producten bestellen?

088 - 572 05 72 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice

Wilt u contact met onze klantenservice?

088 - 572 02 02 

Op werkdagen van 8.00 tot 19.45 uur, op zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur

Klantenservice@nrcwebwinkel.nl

De laatste hand

Wieslaw Mysliwski

Besproken in NRC
5

Schrijf een recensie

Bindwijze: Hardback
 24,99
Levertijd: 1-3 werkdagen
Verzendkosten: € 1,95 per bestelling

Besproken in NRC

Terugkijken is namen schrappen
Michel Krielaars

Terugkijken is namen schrappen | 22 jan. 2016

5

Op een oudjaarsbal vraagt de vrouw van tandarts Jamroz niet een van haar aanbidders ten dans, maar de onaanzienlijke postzegelverzamelaar Mierzejewski. Tijdens het dansen probeert ze een briefje in een zak van zijn smokingjasje te stoppen, waarin ze de filatelist uitnodigt voor een rendez-vous. Het zal er nooit van komen. De zak van de smoking is nog dichtgestikt en het briefje valt op de grond. Na afloop van de dans wordt het door een van de andere balgasten opgeraapt en, tot ieders vermaak, hardop voorgelezen. De tandartsvrouw krijgt een spastische aanval en rent naar buiten, de vrieskou in. De postzegelverzamelaar loopt naar de voorlezer van het briefje, maakt hem uit voor ‘hufter’, trekt zijn revolver en schiet zich door het hoofd.

Het is een van de vele tragikomische scènes uit De laatste hand van de Poolse schrijver Wieslaw Mysliwski (1932). Net als zijn andere in het Nederlands vertaalde romans Over het doppen van bonen en Steen op steen is het een weergaloos boek, dat door zijn speelsheid, originaliteit, humor en surrealistische tragiek laat zien wat grootse literatuur vermag.

Was in beide eerdere boeken een belangrijke rol weggelegd voor de oorlog en het grauwe communistische systeem, in deze nieuwe, door Karol Lesman schitterend vertaalde roman zijn die rampzalige episodes uit de Poolse geschiedenis ondergesneeuwd door een verzameling absurdistische belevenissen van de verteller, een bejaarde, eenzame zakenman, die zijn leven op orde probeert te brengen door namen in zijn adresboek door te strepen.

Dat adresboek is oud en wordt bijeengehouden door elastiek. Ook zit het volgestopt met visitekaartjes, vaak van mensen die de verteller zich nauwelijks nog voor de geest kan halen. Door te schrappen en te selecteren haalt hij herinneringen op, waarvan die aan zijn nuchtere, praatgrage moeder, zijn tijd als gezel bij kleermaker Radzikowski en zijn vriendschap met schoenmaker Mateja, van wie hij menig partijtje poker wint, het vermakelijkst zijn.

En dan zijn er nog de herinneringen aan zijn grote liefde Maria, die hij van kindsbeen af kent, maar met wie het nooit echt wat geworden is. Voortdurend duiken er hartstochtelijke brieven van haar hand op, waarin ze hem vertelt hoe leeg haar bestaan is als kinderarts en hoe ongelukkig haar huwelijk, maar vooral hoezeer ze na al die jaren nog naar hem verlangt. Zo schrijft ze: ‘Soms denk ik wel eens dat ik de dood al achter de rug heb en nog altijd van je hou.’ Vanuit zijn zelfgekozen isolement beantwoordt de verteller haar niet, wat hem uiteindelijk op een aangrijpende afscheidsbrief komt te staan, geschreven van over haar graf.

Mooie waarnemingen

De laatste hand, dat voortdurend in tijd heen en weer schiet en uit een aaneenschakeling van gebeurtenissen bestaat, bevat veel mooie waarnemingen. Zoals over de dag waarop de verteller het adresboek kocht en zich van zijn eenzaamheid bewust werd: ‘Soms heb ik de indruk dat dat gevoel van eenzaamheid me sindsdien heeft vergezeld, ondanks dat het adresboek gaandeweg vol raakte, en dat het me nog steeds vergezelt, tot op de dag van vandaag, ook nu het al zo vol zit dat ik er een elastiek om moet doen, want net als toen kan ik mezelf er nog altijd niet in terugvinden.’

Het adresboek dient voor de verteller vooral als houvast in een jachtige wereld. Maar het is ook zijn geheugen en een samenvatting van zijn leven. Het schrappen van namen kost hem dan ook grote moeite, omdat hij daarmee zijn rommelige verleden uitvlakt. Dat blijkt als hij een droom aanhaalt, waarin hij iedereen uit zijn adresboek heeft uitgenodigd voor een jubileum in een failliete fietsfabriek. Ze mogen nu zelf kiezen wie er geschrapt moet worden en wie niet. Het levert een slapstickachtige nachtmerrie op, die eindigt met het weerzien van de verteller met zijn al jaren dode moeder. Deze palaverende weduwe herinnert hem er aan dat hij in plaats van aan de kunstacademie te studeren beter zijn opleiding bij kleermaker Radzikowski had kunnen afmaken. ‘Je had dan in ieder geval een vak geleerd voor het leven, want er zullen altijd kleren worden gemaakt.’

Tuinkabouters

Al associërend springt de verteller van verhaal naar verhaal, alsof hij een keten van zijn verleden rijgt. Zo belandt hij na een bezoek aan kleermaker Radzikowski, die door de opkomst van de confectie op de productie van tuinkabouters is overgestapt, bij het graf van de dode schoenmaker Mateja, met wie hij een spelletje poker speelt. Opnieuw volgt dan een heerlijk verhaal, dit keer over schoenlappen en versleten zolen. En dan lees je: ‘Soms liep een heel gezin op één paar schoenen, toen genoten schoenen meer respect dan voeten. Van de lente tot de late herfst liep men op blote voeten. Dan had een schoenmaker de tijd om uit te rusten. Dan kon hij ook eens een boek lezen.’

De oorlog komt in De laatste hand slechts af en toe, maar dan wel indringend, voor. Op zijn best gebeurt dat als Mysliwski een zomers strand beschrijft, waar ieders lichaam littekens van schotwonden vertoonde en het net was ‘of iedereen gewond was, of de hele wereld gewond was, niet alleen ons stadje.’ Echte oorlogsidiotie lees je in het surrealistische relaas van de ex-beeldhouwer Joachim Steiner. Als gevangene in een Duits concentratiekamp wordt hij bij een SS-officier geroepen, die hem een glas cognac inschenkt en vertelt dat hij bezig is aan een grootse compositie voor een orkest van duizend gevangenen.

Mysliwski gebruikt de oorlog echter ook om de eentonigheid van het bestaan te benadrukken: ‘want zelfs de ouderen hoorde je zo nu en dan zeggen dat het hier zonder oorlog maar een saaie boel was, dat er nooit iets gebeurde. Soms kwam er een auto langs en dat was het. Of we gingen naar de trein kijken. Maar de trein kwam aan, vertrok en dan kon je weer naar huis.’

Uit alles in deze melancholieke roman blijkt dat de verteller op zoek is naar zichzelf, omdat hij, net zoals zoveel anderen, de waarheid over zichzelf niet kent. Tegelijkertijd is hij een pokerspeler, die grote risico’s heeft genomen. Daardoor is hij weliswaar een succesvol zakenman geworden, maar kent hij geen liefde en intimiteit. Als hij eenmaal tot rust is gekomen en zijn adresboek doorneemt, dient die waarheid zich op volle kracht aan en komt hij tot inkeer. Het is die verkrampte toestand, die Mysliwski ongelooflijk goed weet te beschrijven en die van De laatste hand zo’n rijk boek maakt.

Productinformatie

Een man van middelbare leeftijd, een geboren pokerspeler, probeert zijn leven te bevatten aan de hand van zijn uit elkaar vallende, door een elastiek bijeengehouden adresboek vol visitekaartjes. Meanderend tussen heden en verleden, tussen dromen, herinneringen en observaties denkt hij ook terug aan enkele korte verhoudingen, maar vooral aan die ene grote emotionele ervaring, zijn liefde voor Maria. Zij is de enige die níét in zijn adresboek staat, 'haar adres kende ik vanbuiten'. Hij heeft al haar brieven nog, maar waarom laat hij ze, inclusief haar laatste, onbeantwoord?

Productkenmerken

ISBN 9789021457826
Auteur Wieslaw Mysliwski
Uitgever Querido
Datum uitgave 20151230
Lengte (in mm) 223
Breedte (in mm) 150
Dikte (in mm) 50
Aantal pagina's 544

Recensie van klanten

Schrijf uw eigen recensie

U recenseert: De laatste hand

  •  
    1 ster
    2 sterren
    3 sterren
    4 sterren
    5 sterren
    Beoordeling

* Vereiste velden