Tweede Wereldoorlog Otto Skorzeny werd beroemd toen hij in 1943 Mussolini bevrijdde. Maar zijn leven na de oorlog is minstens zo interessant, zo blijkt uit een biografie.
De man is een mythe. Hij zou nazi-misdadiger Adolf Eichmann in 1950 hebben helpen vluchten naar Argentinië. Hij zou het bed hebben gedeeld met presidentsvrouw Eva Perón. En hij zou in 1958 betrokken zijn geweest bij een missie om Fidel Castro te doden – om maar een paar ‘wapenfeiten’ van Otto Skorzeny te noemen.
Waarschijnlijk klopt er niks van al deze verhalen, maar de werkelijkheid is bizar genoeg, zo blijkt uit de zojuist verschenen biografie van Stuart Smith: Otto Skorzeny, Hitlers favoriete commando. Met veel details beschrijft Smith het verhaal dat zeker wél waar is en waaraan Skorzeny zijn roem dankt: de spectaculaire bevrijdingsactie van de Italiaanse dictator Benito Mussolini in september 1943.
Skorzeny is een tamelijk onbeduidende SS-commandant als hij eerder dat jaar plotseling wordt ontboden voor een ontmoeting met Hitler in de Wolfsschanze, het Führer-hoofdkwartier in Oost-Pruisen.
Otto Skorzeny, een ingenieur uit een Weens middenklasse-gezin, is wat je noemt een onverschrokken type. Als student was hij dol op sporten, vooral op duelleren. Daarbij draaide het om het toebrengen én ontvangen van een Schmiß, een litteken op het gezicht. Dat gold in nazikringen als een teken van mannelijkheid. Ook nazi-kopstuk Himmler beweerde er één te hebben, schrijft Stuart Smith, ‘hoewel die meer op een ongelukje bij het scheren leek’. Skorzeny liep bij een duel een diepe snee van oor tot kin op, die ter plaatse zonder verdoving werd gehecht.
Maar in het vliegtuig naar Hitler is Skorzeny, een beer van een vent, behoorlijk nerveus. Tot dan toe heeft hij Hitler alleen op afstand gezien. ‘Ik stak mijn hoofd door de deur van de piloot en vroeg of ik mezelf mocht bedienen. Na twee glazen schnaps kalmeerden mijn zenuwen [...].’
Akkoordje Skorzeny blijkt één van zes kandidaten voor een geheime missie: Mussolini bevrijden. In Italië is het fascistische regime ingestort en een nieuwe premier aangesteld, Pietro Badoglio. De Duitsers zijn bang dat de Italianen het op een akkoordje willen gooien met de geallieerden, waardoor die vanuit Zuid-Europa zouden kunnen oprukken naar het Rijk. Om dat te voorkomen willen ze Mussolini opnieuw aan de macht brengen als dictator.
Het klikt tussen Hitler en Skorzeny. Van de zes kandidaten is hij de enige die wel eens in Italië is geweest – voor de oorlog, op zijn motorfiets. Bovendien is hij een Oostenrijker, net als Hitler. De rest kan gaan.
Mussolini bevindt zich in een berghotel in het Gran Sasso-massief, zo’n 150 kilometer van Rome. Skorzeny heeft niet de leiding over de bevrijdingsactie, maar toevallig is het zweefvliegtuig waar hij in zit als eerste ter plaatse. ‘Mani in alto’ (handen omhoog) roept hij tegen de bewakers van de Duce als hij naar het hotel rent. Die zijn zo overbluft dat Skorzeny zonder te schieten de kamer van Mussolini bereikt. Het past in het beeld dat Smith van Skorzeny schetst: iemand die meer bereikt met zijn grote mond dan met bruut geweld.
Ambitieus is Skorzeny zeker wel. Hij heeft last van wat de Duitsers Halsschmerzen noemen – keelpijn. Daarmee bedoelen ze dat hij snakt naar een hoge onderscheiding: het Ridderkruis, dat wordt gedragen om de hals.
Dus als er een vliegtuigje, een Storch, bij het hotel landt om Mussolini in veiligheid te brengen, staat Skorzeny erop dat hij meegaat als zijn bevrijder. Dat is niet gepland en het vliegtuigje is daar niet op berekend. Maar Skorzeny krijgt het toch voor elkaar en de Storch blijft in de lucht – met moeite, dat wel. Meegereisde journalisten leggen het vast.
Tirol Voor Goebbels is het ‘hapklare propaganda’, schrijft Smith. ‘Skorzeny paste precies in Goebbels’ beeld van een held. Een meter drieënnegentig en gespierd, een macho uitstraling en een krachtige welluidende stem: hij was het perfecte voorbeeld van een ariër.’
Het verhaal van Skorzeny is des te meer welkom, omdat de Duitsers in 1943 al aan de verliezende hand zijn. Er is weinig glorieus nieuws te melden in weekjournaals. Aan het Oostfront keren de kansen. Voor Skorzeny is dat gek genoeg goed nieuws. Hoe wankeler de Wehrmacht wordt, hoe aantrekkelijker kleinschalige, geheime operaties zijn – zijn werkterrein.
De laatste jaren van de oorlog reist hij alle fronten af. Zo is hij onder meer betrokken bij Operatie Peter (een terreurcampagne in Denemarken), Operatie Panzerfaust (het afzetten van de Hongaarse admiraal Horthy om zijn land als bondgenoot van Hitler te behouden), Operatie Greif (een actie achter vijandelijke linies om het Ardennenoffensief mogelijk te maken). In de laatste dagen van de oorlog bereidt hij de verdediging voor van de Alpenfestung, het netwerk van forten en versterkte posities in Tirol dat als laatste bolwerk van de nazi’s moet dienen.
En daar houdt het verhaal op, zou je denken. Maar dan begint misschien wel het interessantste deel van het boek, over het leven van een nazi ná de oorlog. Hoe fout hij misschien ook was, er blijkt meer dan genoeg emplooi te zijn voor iemand als Skorzeny. Na vrijgesproken te zijn van oorlogsmisdaden vestigt hij zich in Madrid. Hij werkt er aan een plan om een Duits leger in ballingschap te beginnen, dat zou kunnen helpen Europa te verdedigen tegen de Russen. Tevergeefs, omdat de Amerikaanse steun waarop Skorzeny hoopt, uiteindelijk uitblijft.
Huurlingen Maar zakelijk gaat het hem voor de wind. Hij vertegenwoordigt staalbedrijven en wapenfabrikanten. In Egypte ontmoet hij president Nasser die hem een positie aanbiedt als ‘zijn persoonlijke economische en militaire adviseur’ (Skorzeny bedankt, maar bemiddelt wel bij een oliedeal tussen Nasser en Franco). En hij begint een ‘beveiligingsadviesbureau’, een uitzendbureau voor huurlingen, met als klanten de Griekse junta, het Zuid-Afrikaanse Bureau voor Staatsveiligheid, en de Libische kolonel Gaddafi.
Maar de meest curieuze episode uit het leven van Skorzeny is die waarin de Israëlische geheime dienst Mossad een beroep op hem doet. De Israëli’s willen dat hij hen helpt aan informatie over Duitse raketwetenschappers in Egypte. Skorzeny stemt in, in ruil voor ‘levenslange immuniteit tegen vergelding’ door Israël.
Stuart Smith is grondig te werk gegaan, zo grondig dat het je soms wat gaat duizelen van alle namen van SS-Sturmbannführers en hun legeronderdelen. Spannend is het wel. Maar wat Skorzeny, die overlijdt in 1975, werkelijk dreef? Was het alleen de hang naar roem? Een verslaving aan actie? Of was hij ook echt ideologisch bevlogen? Het blijft een beetje een raadsel.
2020-10-30 Jeroen van der Kris
€ 35,99
Vanaf
Onze prijs
Adviesprijs aanbieder
Levertijd 1-2 werkdagenVerzendkosten € 2,95
Omschrijving
Stuart Smith schreef de biografie van Otto Skorzeny, Hitlers favoriete commando. SS-Obersturmbannführer Otto Skorzeny was in zijn eigen tijd al legendarisch. Hitlers favoriete commando verwierf een reputatie als durfal en werd bekend om zijn missie in 1943 om de gevangen Mussolini te bevrijden. Het was de eerste actie in een reeks van spectaculaire special ops. Skorzeny’s werkwijze beïnvloedde de aanpak van alle speciale operaties nadien – zoals bleek tijdens de eliminatie van Osama Bin Laden in 2011 door US Navy SEALs. Maar Skorzeny was naast onverschrokken en vindingrijk, vooral ook tot zijn dood in 1975 een overtuigde nazi en nietsontziende killer.