Propaganda speelde in de twintigste eeuw een centrale rol bij het mobiliseren van bevolkingen voor oorlog. Dit boek, samengesteld met behulp van kunstmatige intelligentie, onderzoekt hoe overheden en militaire apparaten taal inzetten om vijandbeelden te vormen, nationale eenheid te smeden en burgers bereid te maken tot grote offers. Je leest over de psychologische mechanismen achter oorlogstaal, de technieken die propagandisten hanteerden en de manier waarop gewone mensen deze boodschappen verwerkten en internaliseerden. Aan bod komen onder meer de Eerste en Tweede Wereldoorlog, maar ook latere conflicten waarin vergelijkbare patronen zichtbaar worden. Het boek biedt een analytisch kader waarmee je propaganda herkent en begrijpt, zonder daarbij eenvoudige oordelen te vellen over degenen die eraan blootstonden.