Krijstijd

Joost Vandecasteele: Krijstijd. Borgerhoff & Lamberigts, 146 blz.
€ 22,99
Ja, dat kwamen we de afgelopen jaren al vaker tegen, een vader met een ernstig ziek kind. Peter Terrin, Mark Boog, Ronald Giphart, Julien Ignacio: allemaal leverden ze boeken over het onderwerp af, de beschreven vaders wakend naast een ziekenhuisbed waarin het kroost vocht om in leven te blijven. Behalve de medische geschiedenis ging het ook vaak over tekortschietende ouders, over zo weinig te kunnen betekenen op zo’n cruciaal moment.
In die sfeer begint ook Krijstijd, de nieuwe roman van het Vlaamse enfant terrible Joost Vandecasteele. Op 1 januari 2023, om 1 minuut na middernacht, terwijl aan de andere kant van de ziekenhuiskozijnen de vuurpijlen hemelwaarts zoeven, zit hij op een stoel naast zijn zes maanden oude dochter. Zijn enige opdracht: voorkomen dat het meisje de zuurstofslangetjes uit haar neus trekt. „Mijn vaderschap is gereduceerd tot het bedwingen van een hulpeloos wezen, een handeling die ik ongeveer twee keer per uur uitvoer.”
Stof genoeg voor een boek, zou je zeggen, maar het gaat na die openingsscène nog welgeteld drie pagina’s over die dochter. Wel gaat het daarna heel lang over Vandecasteele zelf, die kort voor zijn dochters geboorte een serieus oogprobleem ontwikkelde en in een schier oneindige reis door de Belgische medische wereld belandde.
De titel, die toch lijkt te slaan op de huilbaby die zijn dochter bleek te zijn, dekt de lading van de roman dus niet. Oké, Vandecasteeles eigen sores zijn op een gegeven moment zo groot (ook nog een scheiding, vraatzucht en een spaakgelopen carrière) dat hij alle reden heeft om het zelf op een wanhopig krijsen te zetten, maar toch is dit een moeilijk te duiden uitwijkmanoeuvre: beginnen met een ziek kind en daar dan honderd pagina’s over zwijgen.
Maar mislukt is de roman niet, daar is Vandecasteele een te onderhoudend schrijver voor. Hij is geestig, maar hij komt ook ideologisch behoorlijk beslagen ten ijs, waardoor zijn plezierige klaagzang – want dat is Krijstijd – je niet alleen op de hoogte brengt van het hoogstpersoonlijke lot van de schrijver, maar eveneens van de wereld waarin hij en wij ons nu eenmaal moeten handhaven. Zo is het ziekenhuis in zijn penvoering een hoogst merkwaardige plek: men verleent er (soms) zorg, maar op een wel erg ijzige manier. Dit ergert de toch al zo wantrouwige Vandecasteele dusdanig dat hij zijn geblesseerde oog op zeker moment het woord geeft. „Zie je hier liggen, Vandecasteele, in een tube even strak als dat T-shirt dat je denkt ooit nog te kunnen dragen zonder dat je harige hangtieten bij elke stap trillen. Zie je hier liggen, hulpeloos en kapot. Allemaal voor mij, al die moeite vanwege slecht beeld. Ben je zo verslaafd aan jouw televisiescherm dat je godverdomme een hele medische ploeg optrommelt om te kunnen kijken naar het dertiende seizoen van Bridezillas?”
Misschien is Vandecasteeles grootste troef wel dat je er geregeld van overtuigd bent dat hij gelijk heeft. Dat is misschien een beetje een opmerkelijk compliment, want een roman is immers geen pamflet of dissertatie, maar hij ziet zichzelf en de dingen voor wat ze zijn. Hij weet dat hij faalt als ouder en schrijft dat op, hij ziet waar het heen gaat met de cultuur en noteert het. Wel is er nog winst te behalen in de gehanteerde toon. Mooi, dat komische talent, maar het staat de stootkracht soms ook een beetje in de weg. Toen Bill Murray met Sofia Coppola aan Lost in Translation werkte, wist hij precies waar het verkeerd zou kunnen gaan: „Ze wist dat ik grappig was, het was alleen de vraag hoe grappig ik kón zijn om er de beste film van te maken.” Die anekdote schoot me af en toe te binnen.
| Uitgever | BORGERHOFF & LAMBERIGTS |
|---|---|
| Auteur(s) | Joost Vandecasteele |
| ISBN | 9789493387744 |
| Bindwijze | Paperback |
| Aantal pagina's | 128 |
| Datum van verschijning | 20250313 |
| NRC Recensie | 3 |
| Breedte | 128 mm |
| Hoogte | 199 mm |
| Dikte | 15 mm |