Ik omhels je onafgebroken
Dochter Judith de Kom komt in haar brieven dicht bij haar beroemde vader
Anton de Kom Kort voor haar dood verscheen een boek met brieven van Judith de Kom over haar beroemde vader, die schrijver, activist en verzetsstrijder was. Het is een knap gecomponeerd eerbetoon zonder zoetsappigheid.
Het is al een tijdje oorlog als Judith de Kom een poëziealbum krijgt. Haar vriendinnen, broers, vader en moeder schrijven er in. Een klasgenootje versiert haar gedichtje bij gebrek aan plakplaatjes met advertenties voor voedselbonnen. ‘Lieve Judith’, beginnen de versjes van haar moeder en haar broer Cees. Hoe anders is het gedicht van haar vader, Anton de Kom. Dat begint met een aanhef met uitroepteken: ‘Suriname, ons vaderland!’. Na een lofzang op de natuur van Suriname eindigt het met: ‘Liefde voor dit land, mensen en natuur,/ Judith, hierdoor wordt je geest zo groot/ Gedurende je hele schone levensduur/ Want liefde is meer soms, dan het dagelijksch brood.’
Judith de Kom, destijds negen, was 93 jaar toen ze deze zondag overleed. Kort voor haar dood verscheen Ik omhels je onafgebroken, een bundel verhalen van Judith de Kom in de vorm van brieven, opgetekend door de in Suriname geboren schrijver en documentairemaker Ida Does. In een brief aan haar vader over het gedichtje in het poëziealbum schrijft ze: ‘Toen je mij in die tijd het album teruggaf, snapte ik er werkelijk helemaal niets van. Dat had ik weer, zo’n vader.’
Judith de Kom, voordrachtskunstenaar en stemacteur, zag het als haar levenstaak haar vader beter te begrijpen en zijn gedachtengoed uit te dragen. Dat is goed gelukt, kun je inmiddels wel stellen, al duurde het lang voordat haar vader postuum eerherstel kreeg. In 1933 werd De Kom door de koloniale autoriteiten van Suriname zonder proces het land uitgezet. De Kom was op het erf van zijn ouders een ‘adviesbureau’ begonnen om arbeiders te informeren over hun rechten. Terug in Nederland, waar hij eerder was getrouwd met de Nederlandse Nel Borsboom, schreef hij verder aan zijn boek Wij slaven van Suriname. In de oorlog schreef De Kom voor illegale bladen. Hij overleed kort voor het einde van de oorlog in een Duits concentratiekamp. Wij slaven van Suriname beleeft de laatste jaren druk na druk. In 2022 kreeg De Kom een schrijverssteen in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, net als Vondel, Hooft, Huizinga en Multatuli. Eerder werd hij toegevoegd aan de Canon van Nederland, een overzicht van onderwerpen van de Nederlandse geschiedenis die iedereen zou moeten kennen.
Ontroerende verhalen
Wat hebben Judith de Kom en Ida Does nog toe te voegen aan dat verhaal? Best veel, zo blijkt. Ik omhels je onafgebroken staat vol ontroerende verhalen die direct of indirect iets vertellen over de strijd van de beroemde vader van de auteur, en is tegelijk een handzame introductie voor wie zijn boek nooit heeft gelezen. Er zijn verhalen over alledaags racisme, zoals de oude reclameposter voor zeep die Judith de Kom zich herinnert. Te zien is een wit kindje dat tegen een zwart kindje zegt: ‘Had jij je nu ook maar met karnemelkzeep gewassen.’ Als kinderen van zwarte en witte ouders waren Judith en haar broers in de jaren dertig van de vorige eeuw een onalledaagse verschijning. ‘Soms staken mensen de straat over om in de kinderwagen te gluren naar wat er uit dat samenspel van Zwart en wit tevoorschijn was gekomen. Grote bruine ogen staarden terug, het viel mee of tegen, maar natuurlijk klonk het: ‘Wat een schatje!’
Hongerwinter
Veel brieven in het boek, kundig gecomponeerd door Ida Does, zijn gericht aan de vader van Judith de Kom. Maar er zijn ook brieven aan bijvoorbeeld een Joods vriendinnetje van Judith (dat de Holocaust niet overleefde), aan iemand met wie Anton in het verzet zat, aan zijn overgrootmoeder die opgroeide in slavernij, en aan iedereen die aanwezig was op het Plein in Paramaribo op 7 februari 1933. Bij demonstraties voor de vrijlating van Anton de Kom, die door de koloniale autoriteiten was vastgezet in Fort Zeelandia, vielen op die dag twee doden en tweeëntwintig gewonden toen de politie het vuur opende.
De brieven gaan over Suriname, over de Hongerwinter, maar ook over racisme in de Verenigde Staten. Het boek doet daarmee recht aan de veelheid van thema’s waarmee De Kom zich bezighield. Ida Does heeft de verhalen van Judith de Kom opgetekend zonder – en dat is knap – er een al te zoetsappig heldenepos van te maken.
Zo is er ook een brief aan ‘Judith van 9 jaar’ waarin de oude Judith vertelt over de ruzies tussen haar ouders. De Kom miste zijn vaderland waaruit hij was verbannen en in Nederland had hij moeite om zijn gezin te onderhouden. ‘Papa werd voor jou iemand om te mijden, om bang voor te zijn’, zegt de oudere Judith tegen de jongere. ‘Van de man die vanzelfsprekend hielp in het huishouden, de boel afstofte met een doek over zijn neus, de man die ieders schoenen poetste in de gang totdat ze spiegeltjes werden of kunstjes deed met de kat in huiskamer, van die man was niets meer terug te vinden. De sfeer in de Haagse bovenwoning werd naargeestig. Tot je grote schrik was hij op een dag spinnijdig naar de portiek gelopen en had daar zijn blaadjes en schriften vol verhalen over de stenen trap gesmeten, schreeuwend: ‘Jullie denken dat ik niet werk!’
Judith de Kom werd in 1931 geboren als het vierde kind van Anton de Kom en Petronella Borsboom. Judith was twee jaar oud toen het gezin naar Suriname verhuisde, waar haar vader het middelpunt werd van historische antikoloniale opstanden in Paramaribo. Na de verbanning van haar vader woonde het gezin in Den Haag. Judith was dertien toen haar vader in 1944 op een dag niet thuiskwam, de Hongerwinter brachten zij en de rest van het gezin in onzekerheid door. Pas zestien jaar later werden de stoffelijke resten van Anton de Kom gevonden in een massagraf bij concentratiekamp Sandbostel, hij werd herbegraven op het Nationaal Ereveld in Loenen. In brieven, opgetekend door Ida Does, blikt Judith de Kom nu terug op haar leven, waar de zoektocht naar haar vader als een rode draad doorheen loopt. Ze wendt zich tot haar ouders en broers, jeugdvrienden, de verzetskameraden van haar vader, haar voormoeder Azemia, die in slavernij werd gehouden op de suikerplantage Molhoop in Suriname, en andere betekenisvolle mensen. Uit dit unieke egodocument rijst een beeld op van een leven dat getekend lijkt door onrecht, oorlog, racisme en strijd, maar dat meer nog een ode is aan doorzettingsvermogen, rechtvaardigheid, vrijheid en vrede.
Met een nawoord van Guno Jones.
| Uitgever | VBK Media |
|---|---|
| Auteur(s) | Judith de Kom, Ida Does |
| ISBN | 9789021342719 |
| Bindwijze | Hardback |
| Aantal pagina's | 192 |
| Datum van verschijning | 20240912 |
| NRC Recensie | 4 |
| Breedte | 134 mm |
| Hoogte | 204 mm |
| Dikte | 25 mm |