Gaan
De opera Tosca (1900) van Giacomo Puccini vertelt het tragische liefdesverhaal van de kunstenaar Cavaradossi en zijn inamorata, de zangeres Floria Tosca. Als het doek valt hebben alle hoofdpersonen óf zelfmoord gepleegd, óf zijn op een andere manier bloederig aan hun einde gekomen.
Een roman waarin twee oude vlammen elkaar weer tegen het lijf lopen tijdens de pauze van Tosca belooft dus weinig goeds, voor het lot van de geliefden.
In Gaan, van de gelauwerde Amerikaanse schrijver Roxana Robinson (dit is haar tiende roman), heten die geliefden Sarah en Warren. Ooit, in een ver verleden, hadden ze een gepassioneerde relatie, maar een stupide (en niet helemaal overtuigend) misverstand joeg Sarah in de armen van een ander. Sarah trouwt met Rob; Warren met Janet en iedereen is min of meer ongelukkig. Sarah krijgt twee kinderen en scheidt vervolgens van Rob. Haar kinderen zijn inmiddels volwassen en Sarah geniet van haar vrijheid, van haar grote, lichte huis in een dorpje buiten New York, van haar tuin, van haar hond. Warren is minder daadkrachtig; hij blijft bij zijn vrouw, schikt zich naar zijn lot, zoekt afleiding in zijn werk als architect en in het luisteren naar opera’s. Zoals Tosca.
Maar goed, dan treffen Sarah en Warren elkaar dus weer bij de Met, het befaamde operahuis van New York. Ze zijn in de zestig nu maar allebei zien ze nog precies wat de ander destijds zo aantrekkelijk maakte – „Je bent niets veranderd”, et cetera. Ze beginnen een geheime affaire die Warren eindelijk het duwtje in de rug geeft om te doen wat hij al lang geleden had moeten doen: hij gaat weg bij de oppervlakkige, kille, domme snob Janet (waarom hij ooit met haar getrouwd is wordt niet duidelijk).
Zo’n scheiding is natuurlijk verdrietig, maar hoeft niet het einde van de wereld te betekenen, uiteindelijk is dit de eenentwintigste eeuw. „Scheiden is zo algemeen geworden,” mijmert Sarah, „het heeft bijna zijn morele zwaarte verloren.” En ze leefden nog lang en gelukkig, zou je denken.
Maar dit is niet zomaar een moderne roman, dit is een opera en „de mooiste opera’s”, denkt Warren, „zijn tragedies, verhalen van hartstocht en verdriet.” Oftewel, de geliefden hebben een obstakel nodig. Wat kan twee volwassen mensen vandaag de dag nog in de weg staan om samen verder te gaan, als ze daar zin in hebben? Geld niet, in ieder geval. Gaan speelt zich af in een welvarend upperclassmilieu; iedereen woont in grote villa’s, heeft huishoudsters, gaat op dure vakanties naar Kenia, Toscane, Barbados, of gewoon naar het tweede huis aan de kust. Als je van Boston naar New York moet, neem je niet de trein (een ritje van drieënhalf uur) maar het vliegtuig, en als je vier dozen en drie tassen van de ene plek naar de andere moet vervoeren huur je daar een verhuisbedrijf voor in.
Nee, de dreiging moet ergens anders vandaan komen. Enter Kat, de volwassen dochter van Warren. Alhoewel, de vraag is of zij ooit echt volwassen is geworden. Als Warren haar vertelt dat hij wil scheiden van Janet reageert ze als een kind. Eerst is ze verdrietig, smeekt hem huilend bij haar moeder te blijven. Als dat niet werkt wordt ze woedend. „Als jij van mama scheidt, dan scheid ik van jou”, dreigt ze. „Dan ben je mij kwijt. Je zal je kleinkinderen nooit te zien krijgen.”
Ergens halverwege de roman kijkt Sarah naar een curlingwedstrijd op tv. Dat is die trage, wat merkwaardige sport waarbij de spelers verwoed een ijsbaan gladvegen met kleine bezempjes zodat een puckachtig voorwerp ongehinderd vooruit kan bewegen. Hiernaar is het concept ‘curlingouders’ vernoemd: ouders die alles voor hun kinderen doen, ze nooit begrenzen, ze ongestoord door het leven willen laten zeilen. Anders is het zielig.
Kat is duidelijk het gevolg van een curlingopvoeding. „Ze lijkt geen grenzen te kennen”, observeert Sarah. Ze duldt geen tegenspraak. Dus wanneer Kat eist dat Warren bij haar moeder blijft en zijn relatie met Sarah verbreekt, doet hij dat. Met hangende pootjes, nog net niet in de boeien, keert hij terug naar Janet. Het gezin is weer compleet.
In een echte opera zou het misschien nog wel aannemelijk zijn geweest, daar verwacht je melodrama, zeur je niet zo snel over geloofwaardigheid. En in ieder geval zouden er genoeg andere dingen zijn (muziek, make-up, kostuums, een ingenieus decor, spectaculaire aria’s, een groot kinderkoor, dat soort dingen) om een weinig overtuigende plot te compenseren. Maar in een roman is het, ondanks Robinsons prachtige, invoelbare schrijfstijl, allemaal wel erg moeilijk om in mee te gaan – en dan hebben we het over het potsierlijke einde nog niet eens gehad.
| Uitgever | Atlas Contact, Uitgeverij |
|---|---|
| Auteur(s) | Roxana Robinson |
| ISBN | 9789025476847 |
| Bindwijze | Paperback |
| Aantal pagina's | 320 |
| Datum van verschijning | 20250513 |
| NRC Recensie | 3 |
| Breedte | 138 mm |
| Hoogte | 212 mm |
| Dikte | 37 mm |