Hondje spelen betekent voor Yuki: ook echt in de vijver springen
Is dit nog wel onschuldig kinderspel? Enne Koens roept knap onnadrukkelijk het beeld op van een kind dat zich onprettig voelt. Toch is Bommel en ik geen probleemboek, maar een aansprekend, spannend avontuur.
Hondje spelen, dat is wat de zevenjarige Yuki uit Enne Koens’ nieuwe kinderboek Bommel en ik het liefste doet: samen met „allerallerallerallerallerbeste vriend” Sem joelend en blaffend rennen en spelen met ballen, als ‘Bommel’ en ‘Boef’. Dat klinkt als onschuldig kinderspel. Maar wanneer Yuki in een poging een bal te vangen onbezonnen in een koude parkvijver springt, met als argument dat „als je een hond bent, je ook echt een hond bént”, bekruipt je een onbehaaglijk gevoel. Is dit nog wel spel? En is dit nog wel geloofwaardig?
Koens bouwt haar verhaal, bij monde van Yuki verteld, echter zorgvuldig op. Stapje bij beetje neemt ze je mee in het onstuimige hoofd van haar speelse protagonist (een hij of zij, dat blijft fijn in het midden) die zich aanvankelijk best bewust lijkt van het feit dat er een grens is tussen spel en werkelijkheid. Als Yuki’s moeder haar kind na Bommels zwempartij haastig begint uit te kleden, roept Yuki: „Mam, nu ik geen hond meer ben, schaam ik me dood zonder kleren.” Illustratief is ook de scène op school, net na de zomervakantie. Terwijl de meester de kinderen vertelt dat nu ze in groep vier zitten er meer van ze wordt verwacht, dagdroomt Yuki over Bommel en lekker buitenspelen en blaffen. Maar Yuki houdt zich in: „Ik blaf nooit op school. Misschien dat ik dat op de kleuterschool nog wel deed, maar […] nu zit ik gewoon op mijn stoel en doe net alsof ik kind ben.”
Met dat ‘alsof’ verraadt Koens subtiel dat het voor Yuki niet vanzelfsprekend is zich als een groepvierkind te gedragen. Die rol houdt Yuki dan ook niet lang vol: wanneer Sem Yuki’s hondjesspel belachelijk maakt en aangeeft liever met Ila te spelen, voelt Yuki zich verraden, waarna Bommel „ontploft” en bijtend toeslaat. Natuurlijk maken Yuki’s meester en ouders zich zorgen. Maar op hun vraag wat er nu precies is gebeurd, komt slechts een tegenvraag: „Als ik zou proberen uit te leggen wat er aan de hand is, dan zou ik zeggen dat in mijn buik iets bangs woont. Moet ik echt groot worden?”
Dialogen op kinderhoogte
Zo roept Koens knap onnadrukkelijk en tussen de regels door een treffend beeld op van een kind dat zich onprettig voelt. Toch is Bommel en ik geen probleemboek, integendeel. De sprankelende illustraties in een gele steunkleur van Roozeboos (Anne Roos Kleiss) en dito dialogen op kinderhoogte tussen Yuki en Yuki’s liefdevolle vader en begripvolle oma, laten gelukkig ruimte voor lichtvoetige humor. Geestig is bijvoorbeeld het gesprek tussen vader en kind, nadat Yuki als Bommel zomaar een drukke, levensgevaarlijke weg is overgestoken: „‘Anders doe ik je aan een lijn hoor’”, waarschuwt Yuki’s vader die daar zelf hard om moet lachen. „‘Een hondenlijn?’”, vraagt Yuki. Ja, zegt vader. „‘Een lijn met een naam erop.’” Waarna hij nog harder lacht.
Bovendien verkapt Koens, net als in haar eerdere boeken, het geworstel van een kind met het bestaan in een aansprekend, spannend avontuur. Dat Yuki daarbij ’s nachts als een letterlijke en figuurlijke ‘speurneus’ alleen op zoek gaat naar Ila’s verdwenen poes Nala (in de hoop het met Sem en Ila goed te maken), is enigszins ongeloofwaardig. Maar Koens komt ermee weg. Ze overtuigt in Yuki’s wisselende rollenspel en laat zo zien wat verbeeldingskracht vermag. „Ik ben nu Bommel, maar ook mezelf”, merkt Yuki op. „Een mens, maar zo gevoelig als een dier, een hond met een plan.” Yuki’s speurtocht resulteert uiteindelijk in een inbraak bij buurman Chris, wat onbetaalbare filmische scènes oplevert. Niet het minst vanwege een geweldige bijrol van een pizzakoerier. Hij is degene die Yuki bijbrengt dat vriendschap belangrijker is dan meekomen op school, waardoor Yuki beseft: „Ik ben zoals ik ben.”
Met Bommel en ik schreef Koens weer een fijn, invoelend kinderverhaal. Volgens Yuki is het net „zo’n film waarin alles goedkomt aan het eind”. En dat klopt precies.
€ 16,99
Vanaf
Onze prijs
Adviesprijs aanbieder
Levertijd 1-2 werkdagenGratis thuisbezorgd
Omschrijving
Bommel en ik is een verbeeldingrijke jeugdroman van meermalig bekroonde auteur Enne Koens, geïllustreerd door Roozeboos (Anne Roos Kleiss). Het werk van Enne Koens wordt veel geprezen in zowel het binnen- als buitenland, met nominaties voor de Woutertje Pieterse Prijs, de Deutscher Jugendliteraturpreis en de Premio Strega.
Yuki en Sem spelen het liefst hondje. Maar in groep 4 verandert alles en moeten ze de hele dag stilzitten, iets waar Yuki moeite mee heeft. Als het op een dag te druk wordt in de klas, verandert Yuki in Bommel en gaat het mis. De twee vrienden krijgen ruzie. Yuki bedenkt een plan om het weer goed te maken. Met hulp uit onverwachte hoek én Bommels speurtalenten begint Yuki aan een spannend avontuur…