De wraak van de vaderen
Unieke roman over een islamitische pelgrimage geschreven door een literair buitenbeentje uit Palestina
De enige roman van deze Arabisch-Joodse schrijver verscheen in 1927. Het is een uniek literair verslag van de jaarlijkse islamitische pelgrimage naar het graf van de profeet Mozes nabij de stad Jericho, een tocht die Shami zelf eens met Arabische vrienden ondernam.
Het bescheiden oeuvre van Jitschak Shami (1888-1949) neemt een opmerkelijke plaats in binnen de moderne Hebreeuwse literatuur. Als een in Palestina geboren, Arabischsprekende en in het Hebreeuws schrijvende jood, is Shami een buitenbeentje in de Hebreeuwse literaire canon.
Tegelijkertijd was hij een pionier van de vroege Hebreeuwse literatuur in Palestina, waar het moderne Hebreeuws als gesproken en literaire taal toen volop in ontwikkeling was. In 2004 werd hij door de Palestijnse Academische Vereniging erkend als een van de belangrijkste Palestijnse schrijvers van de twintigste eeuw. Daarom is het goed dat zijn boek nu voor het eerst in het Nederlands vertaald is.
Dat Shami zowel tot de Hebreeuwse als Palestijnse canon wordt gerekend, komt door zijn levensloop. Hij werd in de zuidelijke Palestijnse stad Hebron (al-Khalil) geboren als Jitschak Sarwi, zoon van een Arabischsprekende joodse zijdehandelaar uit Damascus en een Sefardisch-joodse, Ladino (Judeo-Spaans) sprekende moeder. De Arabische bijnaam van zijn vader, al-Shami (de Damascener of Syriër), koos hij later als schrijversnaam.
Rond Shami’s geboortejaar woonden er in Ottomaans Palestina circa 17.000 joden, met name in de steden Jeruzalem, Hebron, Safad en Tiberias. De zionistische beweging die in Europa opkwam stond nog in de kinderschoenen.
In Hebron waar Shami religieus Hebreeuwstalig onderwijs volgde, joeg hij de rabbijnen tegen zich in het harnas met wereldse vragen. Op zijn zeventiende week hij uit naar Jeruzalem om een docentenopleiding te volgen. Hier maakte hij via vriendschappen met onder meer de schrijver Shmuel Yosef Agnon kennis met ideeën van de joodse verlichting en het zionisme. En hij begon proza te schrijven.
Als docent Hebreeuws en Arabisch maakte hij vervolgens een rondgang: hij werkte in de zionistische kolonies van baron Edmond de Rothschild, aan de joodse school van de Alliance Israélite Universelle in Damascus en in het Bulgaarse Plovdiv. Na de Eerste Wereldoorlog keerde hij terug naar Palestina, dat een Brits mandaatgebied was geworden.
Pelgrimage
Shami schreef zijn enige roman De wraak van de vaderen (1927) vanuit een samenleving waarin de strijd tussen zionisten en Palestijnen, onder de koloniale paraplu van het Britse mandaat, zich steeds gewelddadiger manifesteerde. Maar zionistische immigratie en de toen al asymmetrische strijd in Palestina speelt in zijn roman geen rol van betekenis.
De wraak is een uniek literair verslag van de jaarlijkse islamitische pelgrimage naar het graf van Nabi Moesa (de profeet Mozes) nabij de stad Jericho – een tocht die Shami zelf eens met Arabische vrienden ondernam.
De vrome, vrijgevige en opvliegende protagonist Nimr Aboe as-Sjawarib krijgt de eervolle taak om vlagdrager te worden van de stoet uit de noordelijke stad Nablus. Shami schetst de voorbereidingen en het verloop van de pelgrimage, met aandacht voor de grootste en kleinste deelnemers. De tocht is een kakofonie van trotse mannelijke aanvoerders, derwisjen, jonge vrouwen, bedelaars, klinkende zwaarden, gezangen en wapperende vaandels.
Wanneer de verschillende stoeten uit Nablus, Jeruzalem en Hebron elkaar treffen, zorgen eerzucht en rivaliteit tussen de drie Palestijnse vlaggendragers tot een gewelddadige uitbarsting: Aboe as-Sjawarib doodt de aanvoerder van de Hebronieten. Vrezend voor wraak vlucht hij naar Cairo. Na een mislukte poging als straatverkoper brengt hij in Cairo zijn dagen door in armoede, hasjiesj rokend en backgammon spelend, en steeds sterker hallucinerend.
Shami’s beschrijving van de pelgrimage – die ruim de helft van het boek beslaat – ontvouwt zich alsof hij langzaam de natuur aanschouwt met beperkte dialogen en lange zinnen. Vertaler Ruben Verhasselt legt in het nawoord uit dat Shami’s Hebreeuws heel zuiver is, zonder de voor die tijd gebruikelijke leenwoorden uit Europese talen (op één een na: haloetsinatsiot, „hallucinaties”).
Shami vergelijkt de menigte pelgrims, soms tot vervelens toe, met het dierenrijk. Ze zijn „als dringende schapen in een onweersbui”. Tijdens de lunchpauze klinkt het geluid van hun malende kaken „als het geruis van sprinkhanen in korenvelden”. Een „gebochelde verkoper van lupine en tuinbonen” ziet eruit „als een aangeklede schildpad die op twee poten liep”. De neuzen van bedoeïenen uit de woestijn zijn „krom als de snavels van roofvogels”. En derwisjen draaien rond „als zwermen bijen die met rook uit hun nest waren gejaagd”.
De archaïsche stijl en veelvuldige beeldspraak maken de eerste helft van de roman tot een trage leeservaring. Maar die past wel bij Shami’s beschrijving van eeuwenoude tradities. Dit deel is met name boeiend in zijn historische context en vanwege de rijkdom van Shami’s taalgebruik, maar vraagt ook veel van de lezer. De vaart komt er pas in met As-Sjawarib’s sociale val en vlucht naar metropool Cairo, waar rijtuigen en automobielen door de stad zoeven terwijl hij stoned en in zichzelf gekeerd wegkwijnt op een schamel matrasje.
Dramatiek en actie
Shami lijkt niet alleen geïnspireerd te zijn door West-Europese naturalistische literatuur, zoals de boeken van Émile Zola en Honoré de Balzac. Zijn werk heeft ook de dramatiek en actie uit de populaire historische romans van Jurji Zaydan (1861-1914), een in Beiroet geboren christen en pionier van de moderne Arabische literatuur en Arabisch nationalisme, die hij als scholier las.
De wraak van de vaderen is „een verhaal uit het leven van de Arabieren” – zo luidt de ondertitel – en wordt verteld door een Palestijnse moslim voor een externe toehoorder: de lezers van het Hebreeuws. Deze etnografische, zo niet exotiserende blik blijkt al uit de eerste zin, waarin de verteller uitlegt dat de jaarlijkse pelgrimage in de lente en de bloesemperiode valt. Ook maakt Shami gebruik van Arabische woorden en uitdrukkingen, en voegt her en der verklarende woorden en voetnoten toe.
De lezer blijft een buitenstaander: de sociale codes en rivaliteit tijdens de pelgrimage worden geobserveerd, maar de subtiliteiten daarvan niet uitgelegd. Al bij hun eerste ontmoeting waren de vlaggendragers „met een keten van traditie en allerlei gewoonteregels” aan elkaar vastgeklonken en „behoorden hun persoonlijke gevoelens te verhullen en te verbergen”.
Het spanningsveld tussen Shami’s afstand en nabijheid tot zijn onderwerp heeft de afgelopen eeuw tot uiteenlopende kritieken geleid. Volgens de Sefardisch-joodse schrijver Yehuda Burla kon Shami „lagen van het Arabische bestaan weergeven als een man die een handvol wei of room opschept.” Maar de prominente Asjkenazische schrijver Joseph Haim Brenner bestempelde Shami’s verhalen laatdunkend als folkloristische etnografieën; de Hebreeuwse literatuur moest zich volgens hem toeleggen op universele menselijke normen en het innerlijke leven.
Decennia later zou de Palestijnse schrijver Anton Shammas – die de roman Arabesken (1986) in het Hebreeuws schreef – De wraak van de vaderen omschrijven als de enige roman in de moderne Hebreeuwse literatuur waarvan de personages, landschappen en vertelstem allemaal Palestijns zijn. Maar hij dichtte het werk ook een oriëntalistisch karakter toe.
Scheidslijnen
Shami laat zich nog altijd moeilijk categoriseren. Hybride is hij alleen in het kader van de door de historische strijd in Palestina gecreëerde nationale tegenstelling tussen de Arabier en de Jood. De wraak van de vaderen, gesitueerd in Ottomaans Palestina, is een glimp uit een andere tijd, waarin die scheidslijnen nog niet zo scherp getekend zijn.
Dat de dagtocht naar het graf van Nabi Moesa voor veel Palestijnen in de huidige tijd schier onmogelijk is, door de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever en de aldaar circa duizend opgeworpen checkpoints en wegversperringen, heeft Shami niet kunnen bevroeden. Noch dat zijn geboortestad Hebron zou verworden tot het toonbeeld van apartheidspolitiek: honderden Israëlische kolonisten leven er momenteel onder bescherming van het leger tussen honderdduizenden Palestijnen, de laatsten onder een keiharde militaire bezetting.
In 1929, Shami woonde inmiddels in Tiberias, braken er rellen uit in Hebron waarbij tientallen joodse Palestijnen werden gedood. Rond diezelfde tijd zakte hij weg in een terugkerende depressie. Hij week uit naar de noordelijke stad Haifa, waar hij in 1936 definitief zijn pen neerlegde. Door het toenemende geweld in Palestina was er volgens hem geen plaats meer voor een Arabisch-joodse schrijver: hij was een anachronisme geworden. Dat het geweld een eeuw later een genocidaal dieptepunt heeft bereikt, maakt de Nederlandse publicatie van zijn gemarginaliseerde werk bitterzoet.
| Uitgever | Vrije Uitgevers, De |
|---|---|
| Auteur(s) | Jitschak Shami |
| ISBN | 9789493397170 |
| Bindwijze | Paperback |
| Aantal pagina's | 191 |
| Datum van verschijning | 20251128 |
| NRC Recensie | 4 |
| Breedte | 137 mm |
| Hoogte | 211 mm |
| Dikte | 19 mm |